In de bijlage van Trouw lees ik onlangs een prachtig essay van Willem Jan Otten. De titel is zeer uitdagend: ‘Oud worden, je kunt er niet jong genoeg mee beginnen.’ Voor de opa van Willem Jan Otten is anciënniteit een pluspunt, zelfs een soort verdienste. Het is in die tijd normaal dat je dat oud zijn al vroeg laat zien met behulp van wandelstok en gleufhoed. Dat is ruim honderd jaar later wel even anders. Ik ben achtenzestig jaar, maar voel me jonger! Tegenwoordig zegt bijna iedereen dat, ik ook. Maar waarom eigenlijk? Ik doe, aangestuurd door mijn lief, mijn uiterste best om er jong uit te zien. Nu zie ik er kennelijk ook niet heel oud uit, want mensen reageren verbaasd als ze mijn leeftijd horen. Steevast is de reactie: ‘Nou, dat zou je toch echt niet zeggen!’ Het klinkt mij positief in de oren, maar het klinkt ook alsof het niet mooi is om oud te zijn. Misschien wel daarom heb ik het woord fulltimepensionado bedacht. Hiermee duid ik enigszins eufemistisch een zelfstandige levensperiode aan, waarin net als al die andere periodes daarvoor in mijn leven, van alles kan groeien en bloeien. Tegelijkertijd is het ook de periode van mijn leven om mijzelf te herkennen in de menselijke strijd om te leven en de afwijzing van de naderende dood. Lees verder
Oerverlangen
04 woensdag feb 2015