Hobby’s?

De vraag ‘heb je ook hobby’s?’ komt onverwacht. De pensionado die mij dat vraagt is een medebewoner van ons vakantieplekje in Langweer en een enthousiast visser. Het is bloedheet en we zitten met een aantal mensen in de schaduw aan het Langweerderdiep.

Hobby’s?…..ik weet niet zo gauw iets op te noemen. Mijn lief is een enthousiast theeliefhebber en doet de opleiding tot theesommelier. Zij daagt mij enkele weken geleden uit om eens na te denken over een ‘echte’ hobby. Zij ziet dat ik mij af en toe verveel. Eerlijk gezegd klopt dat. Mijn dagen zitten best redelijk gevuld met allerlei bezigheden, maar de meesten ervaar ik niet als een hobby. Zo heb ik de Huiskamerochtend in de wijk, schrijf een blog, doe wat dingen in ons appartementencomplex, help mijn lief in ons volkstuintje, ben oppas van de kleinkinderen, spreek af met vrienden, lees een boek en doe allerlei huishoudelijke klusjes.

Het schrijven van een blog voelt wel als een ‘echte’ hobby. Ook de cursus ‘korte verhalen schrijven’ die ik ga volgen in het najaar en de theeopleiding van mijn lief zijn echte hobby’s. Voor de tweede keer in tien jaar probeer ik te golfen, maar ik ben niet zó gemotiveerd dat ik er met plezier naar uitkijk. Daar komt bij dat mijn linkerheup niet meewerkt als ik ver moet lopen.

Op internet lees ik: ‘Een hobby (liefhebberij) is in het algemeen een ontspannende activiteit die men met enige regelmaat in de vrije tijd uitoefent. Een gevoel van persoonlijke voldoening is daarbij een belangrijke motivatie….’

Deze definitie helpt mij, mijzelf de spreekwoordelijke schop onder de kont te geven en niet zo ingewikkeld te denken en te doen. Eenmaal pensionado heb je alleen maar vrije tijd, niets hoeft meer, alles mag. Ik voel mij gezond en heb lieve mensen om mij heen.

Ik daag daarom mijzelf uit iedere dag op te staan met de gedachte: ‘Daar ga ik vandaag lekker mee bezig, maakt niet uit waarmee en…… zelfs mag ik mij af en toe vervelen.’

Spekkoper…

Het is lang geleden dat ik in mijn hoofd zo intens bezig ben met een boek. De roman ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ heeft een behoorlijk zware inhoud en een ingewikkelde verhaalstructuur. Het leest niet makkelijk vanwege lange zinnen met veel komma’s. Eigenlijk wil ik al na het eerste hoofdstuk stoppen met lezen. Het zonnetje schijnt en ik heb totaal geen zin om neerslachtig te worden. Toch lees ik uit nieuwsgierigheid door en na 100 bladzijden kan ik niet meer stoppen. En nog gekker…..ik lees het meteen voor de tweede keer.

Deze fictieve roman gaat over het gewone, maar heftige, leven (en dood) van verschillende mensen. Het zijn elf verhalen/hoofstukken verspreid over drie eeuwen, van 1847 tot heden. De verhalen hebben allemaal iets met de schrijfster van een bestseller uit 1847 te maken. Elk hoofdstuk begint met citaten uit verschillende (fictieve) biografieën. Diepgaand en indringend wordt de worsteling met het leven in de hoofden van de hoofdpersonen beschreven. In elke leven liggen ziekte, eenzaamheid, onmacht en ellende altijd op de loer. Het leven is een mysterie, een worsteling, vaak niet te begrijpen, net zomin als de dood en wat er daarna is of niet is.

Als fulltimepensionado denk ik natuurlijk af en toe na over het leven, maar dan liever niet over de dood. Ik mag mijzelf gerust een spekkoper noemen. Al zesenzeventig jaar leid ik een goed en gelukkig leven. Daar ben ik dankbaar voor. Vooralsnog voel ik voldoende levenslust en mogen er nog vele jaartjes bij. Wel benauwt mij de gedachten dat in deze derde levensfase de tijd steeds sneller gaat.

Het is verrassend dat deze roman mij enigszins nuchter aan het denken zet over de dood. Sterker nog het geeft ‘voor de time being’ zelfs enige rust in mijn hoofd.

Komende weken hebben we vakantie en zitten we in ons chaletje in Friesland. Een heerlijke plek om een boek te lezen, je over te geven aan spannende, romantische of heftige verhalen. Ik hoop dan dat de tijd heel langzaam gaat!

Lekker-leven-in-het-nu

Na acht jaar fulltimepensionado zijn merk ik dat ik vaker, zo min mogelijk verplichtingen wil aangaan. In mijn werkzame leven heb ik verplichtingen en de daaraan gekoppelde verantwoordelijkheden altijd als normaal gezien en gevoeld, nooit zo over nagedacht. Natuurlijk was het wel eens teveel en leverde het de nodige stress op. Een burn out is mij gelukkig nooit overkomen.

De eerste jaren van mijn pensioen ben ik met veel plezier nog druk met allerlei zaken buiten mijn privéleven. Pas rond mijn drieënzeventigste beginnen alle de daaraan verbonden verantwoordelijkheden zwaar te voelen. Nu weer drie jaar verder kies ik nadrukkelijker voor mijn eigen welbevinden en mijd ik bewust bepaalde activiteiten. Deze langzaam veranderende focus in mijn pensioenleven schept vervolgens meer ruimte voor ‘andere’ accenten in het dagelijkse leven, waarin het nu (het heden) belangrijker is dan het verleden en de toekomst.

Naarmate je ouder wordt, blijkt je leefwereld letterlijk en figuurlijk kleiner en intiemer te worden. Zowel fysiek als psychisch wil ik echter zo goed mogelijk blijven genieten van het leven. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan als je bijvoorbeeld moeilijker loopt, last heb van je prostaat, snel dingen vergeet of veel nadenkt over de naderende dood. De neiging om veel terug te kijken naar het verleden kan dit proces van lekker-leven-in-het-nu positief, maar ook negatief beïnvloeden. Als het goede ervaringen zijn, helpen die mij om ondanks toenemende beperkingen toch redelijk lekker in mijn vel te zitten. Zijn het vervelende ervaringen probeer ik die een plek te geven, ik kan er toch niets meer aan veranderen.

Mijn lief en ik permitteren het ons steeds meer te leven naar het principe van Carpe Diem. Ik denk dan aan wat Simone de Beauvoir ooit geschreven heeft: ‘De nadering van de ouderdom brengt een soort absolute ontspanning met zich mee. Je hoeft je niet meer in te spannen om iets te bereiken. Ouderdom heeft niets te winnen, niets te verliezen…..

En na elke geslaagde dag proosten mijn lief en ik op het leven!