‘Beren op de weg’….

Wat mij opvalt, is dat ik sneller dan vroeger in mijn hoofd ‘beren op de weg’ zie opdoemen en daar baal ik soms stevig van! Zo vind ik vliegen bijvoorbeeld, los van het milieuvraagstuk, nooit een prettige ervaring. Maar sinds onze kinderen met de kleinkinderen op vakantie gaan met het vliegtuig, maak ik mij overdreven zorgen over de veiligheid van vliegen. Of zoiets als het fietsenrek voor achterop de auto. Ik gebruik het eigenlijk liever niet omdat er wel eens iets mis is gegaan met de verlichting. Ik heb er naar laten kijken. Er is niks aan de hand, maar toch overweeg ik nu om dat ding niet meer te gebruiken.

In onze Huiskamer van de wijk op de woensdagmorgen komt nog wel eens ter sprake dat ouderen ’s avonds niet meer de deur uitgaan, omdat ze denken dat het niet veilig is. Ook met de metro reizen roept angst op. Het gevolg is dat het leven zich meer binnenshuis gaat afspelen, waar vervolgens de televisie een belangrijke rol gaat spelen met ’s avonds al die praatprogramma’s die veelal gaan over de dagelijkse ellende in de wereld. De beren op de weg van het dagelijkse leven worden dan nog eens groter, terwijl je nota bene aan al die ellende zelf niets kan doen, in tegenstelling tot je eigen beren.

Tijdens onze vakantie afgelopen weken in Spanje (Baskenland en Asturië) valt ons op dat je overal op straat oudere mensen ziet lopen van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Zij doen wat boodschappen en drinken gezellig een kopje koffie met elkaar, of tijdens de lunch een glaasje witte wijn. Regelmatig wordt een slecht lopende oudere ondersteund door een jongere begeleidster. Het zal ongetwijfeld te maken hebben met het warme klimaat waardoor mensen hun sociale leven veel meer buitenshuis hebben. Deze sfeer op straat voelt erg prettig en dan vraag je je af waarom in ons land in de grote steden dit niet het straatbeeld kan zijn en dan vooral in de lente en zomer.

Om dat te bereiken zal de Gemeente met name op wijkniveau met specifiek beleid jong en oud moeten uitdagen elkaar op straat te ontmoeten. Subsidieer mobiele winkeltjes, die op bepaalde dagen in de week ergens even een standplaats hebben om hun waren te verkopen: een kaaskraampje op donderdagmiddag vanaf 16.00 uur en een viskraampje op vrijdagmiddag 17.00 uur. Zorg voor ‘hangplekken met bankjes’ waar jong en oud gebruik van kunnen maken. Leg naast een sportveldje een jeu de boules baan. Zorg ervoor dat de trottoirs goed begaanbaar zijn, vrij van fietsen en scooters. Ouderenorganisaties die allerlei wijkactiviteiten organiseren, kunnen deze niet alleen overdag plannen, maar juist aan het eind van de middag en begin van de avond en dan met een hapje eten erbij.

Natuurlijk is de oudere zelf het eerst aan zet. Kijk kritisch naar je eigen ‘beren’, wees je er bewust van. (H)erken ze en tackel deze zó, dat je tevreden kunt zijn met je besluit. Besef dat de achteruitgang toeneemt en dit een permanent proces is.

En het helpt enorm daarin de juiste keuzes te maken als je er met anderen over kan praten, die je al wachtend in de rij voor het viskraampje in je wijk ontmoet….

Tachtig, weer een nieuwe levensfase…..

Als mijn leeftijd ter sprake komt en ik zeg tachtig jaar, reageren mensen vol ongeloof: ‘Zo zie je er helemaal niet uit!’ Het klinkt als een compliment en dat is fijn om te horen, hoewel het vooral genetisch bepaald is. Mijn reactie is dan dat het voelt als weer een nieuwe levensfase op de schaal van nul tot honderd. De fase van ouder worden is de eerste acht á tien jaar na mijn pensioen zeer voorspoedig verlopen en daar ben ik dankbaar voor.

Natuurlijk ga ik ‘gewoon’ verder met mijn leventje. Tegelijkertijd weet ik dat, zeker na je tachtigste, de risicofactoren van ouder worden verder zullen kunnen toenemen. Ook mijn leefwereld zal langzaam inkrimpen. Wil ik in deze levensfase maximaal kwaliteit van leven behouden, zal ik op verschillende levensgebieden, die voor mij belangrijk zijn, extra inspanning moeten leveren. Misschien kom ik in situaties terecht waarin ik mijzelf als het ware opnieuw moet uitvinden. Ik denk aan het onderhouden van warme sociale contacten; leren omgaan met mijn afnemende fysieke gesteldheid; hoe breng ik zinvol de dag door; lukt het mij om contact te houden met de hectische wereld om mij heen. En zeker zo belangrijk is de vraag waar ik de broodnodige inspiratie en energie voor dit alles kan blijven vinden.

Mijn eerste gedachten gaan uit naar het onderhouden van warme sociale contacten. Van nature ben ik een sociaal gericht persoon. Contacten leggen en onderhouden gaan mij gemakkelijk af en daar voel ik mij comfortabel bij. Ze geven mij energie, inspiratie en een gevoel van ‘er toe doen’. Het is voor mij een van de belangrijkste levensgebieden. Een van de voordelen van het ouder worden is, dat je daar alle tijd en aandacht aan kan besteden. In mijn situatie is dit extra aantrekkelijk omdat ik veel van die sociale contacten kan delen met mijn lief.

In alle levensfasen vormen zich rond iedere persoon sociale netwerken. De eerste jaren begint dat met het gezin en familie, dan de school met vriendjes. Hoe ouder je wordt des te meer sociale netwerken ga je om je heen vormen. Soms vallen er weg of worden kleiner, soms komen er nieuwe bij. Eenmaal beland in de pensioen fase merk ik dat deze sociale netwerken zich uitkristalliseren. Zo zijn er na mijn pensioen verdwenen of aanmerkelijk kleiner geworden. Maar ook zijn er nieuwe bijgekomen, waarbij opvalt dat deze contacten zich voornamelijk in mijn directe leefomgeving bevinden: medebewoners in ons appartementencomplex en op ons vaste vakantiestekje in Friesland.

Zoals eerder gezegd is de kans groot dat mijn ‘contacten-leefwereld’ verder zal verkleinen. Veel lieve mensen om mij heen zullen overlijden. Ik zal moeten accepteren dat er contacten zijn, die om welke reden dan ook niet dezelfde inspanning als ik zullen verrichten om deze in stand te houden. Voor mij geldt dat al deze contacten de komende levensfase de grootste rijkdom zijn. Als tachtigjarige ga ik daar met heel veel plezier mee verder en ik zal mijn stinkende best doen om die, waar mogelijk, te onderhouden en te koesteren.

Negatieve stress….

Om mijn tachtigste verjaardag te vieren heb ik een tafeltje voor twee gereserveerd in een hip Rotterdams restaurantje. Zoals wel vaker de laatste jaren ben ik bij bepaalde bijzondere gelegenheden extra gespannen. Komen we wel op tijd? Kunnen we daar makkelijk parkeren?

Meteen bij binnenkomst zeg ik tegen de medewerker, die ons welkom heet: “We hebben gereserveerd onder de naam Geert Beke”. De medewerker vraagt vervolgens: “Met z’n tweeën?” Dan volgt er een bizarre conversatie. Ik denk te horen ‘met twee ees?’ Regelmatig wordt mij namelijk vaak gevraagd of je Beke met twee ees moet schrijven. Dus ik zeg: “Nee, gewoon b e k e.” De verbazing op het gezicht van de medewerker, is groot. Vervolgens raak ik in paniek en maak het nog erger door te zeggen dat Geert met twee ees geschreven wordt, hetgeen helemaal nergens op slaat. Gelukkig grijpt mijn lief in en zegt dat de man vraagt of wij met z’n tweeën zijn. Ik zeg dan ook nog: “Ja dat is toch te zien?” De medewerker blijft vriendelijk, pakt onze jassen aan en brengt ons naar een tafeltje voor twee. Natuurlijk schaam ik mij dood. Bij het afrekenen, blijkt de eigenaar deze bizarre conversatie van zijn medewerker gehoord te hebben. Hij moet er hard om lachen. Sterker nog, hij vertelt als horecaondernemer nog eens een boek te willen schrijven met allerlei bijzondere anekdotes en daar zouden wij met onze binnenkomst zeker in thuishoren….

Dit soort gedrag overkomt mij tegenwoordig steeds vaker. Het is een vorm van negatieve stress. De stresshormoonhuishouding in ons lijf raakt bij het ouder worden meer en meer uit balans en dat kan dit type reactie veroorzaken. Er zijn legio voorbeelden: je kunt je autosleuteltje niet direct vinden of je bent even je pincode kwijt. Op zo’n moment ontstaat er een paniekreactie, die je hersenen als het ware blokkeren. Het effect is, populair gezegd, dat je je als ‘een kip zonder kop’ gaat gedragen. Ik merk dat deze vorm van negatieve stress bij het stijgen van de jaren steeds meer opspeelt. Ik heb er niet alleen zelf last van, maar ook mijn lief. Het enige wat ik kan doen, is mij ervan bewust zijn en dan proberen rustig te blijven.

Ouder worden gaat onherroepelijk gepaard met fysieke en psychische achteruitgang. Dat besef ik als tachtigjarige des te meer. Enige tijd geleden heb ik mijn toekomstperspectief op drieënnegentig gezet. De persoonlijke leefomstandigheden zullen telkens opnieuw veranderen en dat vraagt om actie. Wil ik er voor zorgen dat de komende jaren mijn leven de moeite waard blijft, dan moet ik proberen waar mogelijk mijn dagelijks leefomstandigheden positief te beïnvloeden. Simpel gezegd: ik wil zo min mogelijk bezig zijn met wat allemaal niet meer kan, maar mij vooral richten op dingen die nog wel kunnen. Tot nu toe lukt mij dat redelijk goed en dat geeft hoop voor de toekomst. Ik ga daarom vol goede moed en ideeën op naar de drieënnegentig!

Ter gelegenheid van mijn tachtigste heb ik het essay ‘Eigentijds Ouder Worden’ geschreven. Daarin verken ik als gerontoloog èn ervaringsdeskundige oudere de vraag ‘Hoe kunnen ouderen blijven groeien en ontwikkelen tot de laatste snik en welk ondersteunend beleid is daarvoor nodig vanuit de samenleving?’

Geïnteresseerde lezers van mijn blog kunnen voor tien euro inclusief verzendkosten dit essay van achttien pagina’s bestellen. Stuur dan een mail met je adres naar geert.beke@outlook.com