Gelukkig leven met basisinkomen

Mijn agenda loopt extreem vol de laatste weken, dankzij enkele vrijwilligersklussen in mijn wijk en in de Pauluskerk. Zelfs heb ik op één dag maar liefst vijf afspraken op een rij en dat voor een fulltimepensionado! Ik kom er niet of nauwelijks toe om een nieuw blog te schrijven of mijn Sinterklaas surprise te bedenken. IMG-20171111-WA0002Wel zorg ik er voor dat ik mijn pasgeboren kleindochter even kan knuffelen. Zo’n volle agenda is net als tijdens mijn betaalde werkzame leven, maar dan toch met iets andere (lees privé) prioriteiten. Dat is, denk ik, wat veel pensionado’s overkomt. Ik hoor het vaak: ‘Sinds ik gestopt ben met werken, heb ik het drukker dan ooit.’ Dat laatste zal ik niet gauw herhalen, maar eerlijk gezegd kan ik me er wat bij voorstellen. Er wordt veel en vooral zinnig vrijwilligerswerk gedaan door pensionado’s, variërend van kort uitgezonden worden naar een ontwikkelingsland door de PUM (organisatie voor senior experts) tot job coach bij Vluchtelingenwerk in de eigen stad. In onze Pauluskerk helpen maar liefst 250 vrijwilligers, jong en oud, mee om in deze prachtige ‘huiskamer van Rotterdam’ zeven dagen per week mensen op te vangen, die in de marge van onze samenleving leven. Ook al is het serieus werken, het prettige is dat het volledig je eigen keuze is. Dat maakt het enigszins relaxed. Tegelijkertijd is het niet vrijblijvend maar wel vrijwillig en dat geeft een eigen dynamiek aan je motivatie.

De wijze waarop veel huidige babyboom pensionado’s hun leven inrichten, kan een aanjaagfunctie hebben voor het al jaren rondzingende idee van een basisinkomen. Een basisinkomen is een gegarandeerd inkomen of je nou werkt of niet. Het grote verschil met een uitkering is, dat het basisinkomen onvoorwaardelijk is. Ik ga nu niet discussiëren hoe we een basisinkomen voor iedereen betaalbaar maken en houden. Zeker is dat als je een basisinkomen hebt en werkt, dat je extra belasting betaald op het werken.

Afgelopen week heeft het televisieprogramma Radar een petitie opgesteld die oproept tot een proef om mensen van boven de 55 een basisinkomen te geven. Ruim 100.000 keer is deze petitie ondertekend. ‘Radar startte het initiatief in mei. Volgens het consumentenprogramma worden ouderen die een baan zoeken vaak moedeloos van alle afwijzingen op sollicitatiebrieven, en zouden ze daarom een basisinkomen moeten krijgen. In de petitie schrijven de initiatiefnemers dat het voor 55-plussers zeer moeilijk is om betaald werk te krijgen en dat voortdurend moeten solliciteren veel stress en ontmoediging oplevert. Als ouderen standaard een uitkering zouden krijgen, waar niets tegenover hoeft te staan, zou het volgens Radar en de 100.000 ondertekenaars makkelijker worden om een eigen zaak te beginnen of deeltijdwerk aan te nemen.’

Het perspectief van een basisinkomen is ook mooi voor het project (W)arm Rotterdam dat vanuit de Pauluskerk gecoördineerd gaat worden, zie vorig blog. Bij een basisinkomen voor iedereen is armoede verleden tijd. Stel je voor: in Rotterdam, waar 18% van de Rotterdammers, 120.000 mensen, onder de armoedegrens leven, waar één op de vier kinderen opgroeit in armoede, zou dit probleem in één keer opgelost kunnen worden. Experimenten rond het basisinkomen in de wereld laten zien dat mensen met een basisinkomen minder stress hebben en daardoor gezonder en gelukkiger zijn. De meesten blijven gewoon werken, want het is leuk om je talenten in te zetten en te ontwikkelen.

De hulporganisatie Oxfam Novib geeft als experiment in sommige situaties bij rampen geld aan de mensen in plaats van water en eten. Mensen kunnen alles kwijt zijn, maar niet hun wens om te overleven. Mensen kunnen goed zelf bepalen wat ze het hardst nodig hebben. En door geld te geven stimuleer je tegelijkertijd de lokale economie.

Ik zou zeggen: meer experimenten ‘gelukkig leven met een basisinkomen’

Warm Rotterdam

Dit artikel verscheen op zaterdag 14 oktober jl. op de opiniepagina van het AD en is geschreven door ds. Dick Couvée van de Pauluskerk Rotterdam. 

20171031_075206In de Pauluskerk kom ik hen dagelijks tegen. Mensen die het niet meer redden. Te weinig geld om van rond te komen, voor jezelf, voor de kinderen. Geen dak meer boven je hoofd, omdat je dat niet meer kon betalen. En mensen met schulden. Altijd weer die schulden. Schulden die je eindeloos gevangen houden en je leven eindeloos onzeker maken. Armoede en schulden, helaas aan de orde van de dag in Rotterdam. Veel mensen denken, dat je nou eenmaal altijd armen en armoede hebt. Vervelend bijeffect van onze kapitalistische samenleving, vooral in perioden van crisis. Sommige mensen ontkennen het bestaan van armoede in Nederland. Het zittende college vond vier jaar geleden, dat Rotterdam de stad moest zijn van en voor stoere, hardwerkende Rotterdammers. Er kon worden bezuinigd op het armoedebeleid. Zijn er dan geen arme mensen in Rotterdam? Het tegendeel is waar. Rotterdam is zo’n beetje de armste stad van Nederland. Ruim 18% van de Rotterdammers leeft onder de armoedegrens. Bijna 120.000 mensen. Eén op de vier Rotterdamse kinderen groeit op in armoede. Volgens de Rotterdamse Rekenkamer kampen meer dan 100.000 huishoudens met ernstige schulden; een kwart daarvan kan niet meer worden afgelost. Steeds meer mensen zijn ook langdurig arm.

Armoede is meer dan het niet hebben van geld. Het is vooral iets sociaals. Als je geen geld hebt, kun je niet mee doen. Alles wat jij bent, wat je zou kunnen bijdragen, het doet er niet toe. Armoede is een vorm van uitsluiting. Mensen worden erdoor in hun bestaan ontkend. Dat is het ergste dat je mensen kunt aandoen, volgens mij. Uit allerlei onderzoek blijkt steeds, dat uitsluiting mensen ziek maakt, minder weerbaar, depressief en ongelukkig. En daarbij: mensen uitsluiten, mensen het gevoel geven dat ze er niet bij horen, dat is niet goed. Voor hen zelf niet. Maar ook niet voor Rotterdam als geheel.
Willen we met elkaar zo’n arm Rotterdam? Of willen we een warm Rotterdam? Daar gaat het om de komende jaren. Rotterdam gaat mij aan het hart, steeds meer. Ik ontmoet prachtige Rotterdammers. Mensen op straat, in de wijken, in de kunst, bij de gemeente, onder de werkgevers, in het onderwijs. Velen vinden, dat het anders moet en anders kan. Zij geloven in Rotterdam. Niet in het harde Rotterdam van “zoek het zelf maar uit”. Wel in het zachte Rotterdam van ‘ik voor ons allen’, van ‘hand in hand, kameraden’.

Ik vind daarom, dat wij Rotterdammers met elkaar moeten gaan bewegen. Van Arm naar Warm. Weg van een stad met zoveel arme, uitgesloten mensen. Naar een stad, waarin iedereen voelt en weet, dat zij of hij erbij hoort. Gewoon, omdat iedere Rotterdammer telt. Gewoon, omdat iedereen iets wil en kan. ‘Ik ben, omdat wij zijn’. Dat is pas stoer! Ik zou graag begin volgend jaar de aftrap nemen. De Pauluskerk kan dat niet op haar eentje. Doe mee, meld je aan. Samen worden we sterk.

Inmiddels beginnen de eerste mensen en instellingen zich te melden. Meedoen kan via: info@pauluskerkrotterdam.nl

Opa Geert

Zondagmorgen om kwart voor twee in de nacht wordt onze kleindochter geboren. De baby, moeder en vader maken het goed. Haar roepnaam luidt Isha. Het klinkt mooi, een beetje oosters en exotisch. Geen alledaagse naam. Al snel komt er via de familie-app een eerste foto. Mijn lief en ik zien een klein beetje van haar gezichtje, de rest is verborgen in doeken, muts en andersoortige te grote kledingstukken. Maar we weten het zeker: Isha is de mooiste baby op de wereld! We moeten wel even wachten tot één uur in de middag, dan mogen we deze mooiste baby van de wereld aanschouwen en hopelijk even vasthouden en knuffelen.

Dan eindelijk, ze is ruim 10 uur op de wereld, is het zover. Wel eist de kersverse vader dat we eerst onze handen wassen. Kennelijk zijn er strengere protocollen tijdens kraambezoek, dan bij de geboorte van onze kinderen. Natuurlijk volgen we braaf de bevelen van onze zoon op. Als ik Isha dan eindelijk voor het eerst in mijn armen heb, dan voelt dat zeer bijzonder. Ik houd mijn bloedeigen kleinkind vast. Ik mag haar grootvader zijn. Een nieuw kindje, zeer gewenst en oh zo welkom. Ze is heel klein en licht, en ze ziet er ongelooflijk onschuldig, hulpeloos en kwetsbaar uit. Op dat moment ervaar je het wonder van een nieuw leven, een nieuw mensje met alles erop en eraan. In een flits schiet het door je hoofd: ‘Laat haar alsjeblieft een mooi leven tegemoet gaan met veel liefdevolle mensen om haar heen, die ze kan vertrouwen en waar ze op kan bouwen.’ Even voel ik ook een lichte angst voor haar toekomst. Gaat ze zich staande houden in deze grote, vaak boze en onrustige wereld? Daar moet ik niet teveel aan denken, want dan wordt je al gauw een emotionele, zeurende, ouwe knar.

20171025_101345Opa en oma zijn! Weer breekt een nieuwe, wezenlijke fase in ons leven aan: ‘The life cycle completed’. Het versterkt je gevoel van zin geven. Letterlijk en figuurlijk geef je het leven door, eerst aan je kinderen en die weer aan hun kinderen. Het zal deze derde levensfase waarin ik als fulltimepensionado vertoef een nieuwe dimensie geven. Tegelijkertijd voelt opa zijn ook een beetje alsof je nu echt een stokoude man aan het worden bent. Het is de bekende discussie over leeftijd, voel je je zo oud als je biologische leeftijd is? Nou, ik ben dan wel 71 jaar, maar ik voel dat niet zo. Als ik naar een foto van een van mijn opa’s kijk, zie ik echt een oude man. Mijn opa heette Gerrit, dat komt van Gerardus. Ongetwijfeld ben ik naar hem vernoemd. Eerlijkheid gebied mij wel te zeggen dat mijn opa hier ongeveer 80 jaar oud is en dat scheelt natuurlijk wel een slok op een borrel. Een borrel, die hij overigens graag lustte. Dit alles zo overwegend denk ik, dat ik mijzelf maar ‘opa Geert’ laat noemen, dat klinkt iets minder oubollig dan alleen ‘opa’. Het slaat wellicht nergens op, maar toch. Het is natuurlijk afwachten of straks onze kleindochter dat gaat zeggen.

20171025_100941 (2)Dolgraag zou ik een foto van Isha willen laten zien. Maar anno 2017 moet ik voorzichtig zijn, want sociale media, zoals een blog, zijn zo openbaar, dat er helaas gemakkelijk aan de privacy schade toegebracht kan worden. Ter compensatie heb ik mijn eigen geboortekaartje uit 1946 nog eens tevoorschijn gehaald. Op de voorzijde staat een foto met mijn twee oudere broertjes en daarnaast de tekst: ‘Hein en Hans zijn erg blij, zij hebben er een broertje bij’. Aan de binnenzijde geven mijn paps en mams op een formele toon ‘met groote vreugde kennis van de geboorte van hun zoon’. Hoe simpel en lief kun je welkom geheten worden op deze wereld!