Lekker-leven-in-het-nu

Na acht jaar fulltimepensionado zijn merk ik dat ik vaker, zo min mogelijk verplichtingen wil aangaan. In mijn werkzame leven heb ik verplichtingen en de daaraan gekoppelde verantwoordelijkheden altijd als normaal gezien en gevoeld, nooit zo over nagedacht. Natuurlijk was het wel eens teveel en leverde het de nodige stress op. Een burn out is mij gelukkig nooit overkomen.

De eerste jaren van mijn pensioen ben ik met veel plezier nog druk met allerlei zaken buiten mijn privéleven. Pas rond mijn drieënzeventigste beginnen alle de daaraan verbonden verantwoordelijkheden zwaar te voelen. Nu weer drie jaar verder kies ik nadrukkelijker voor mijn eigen welbevinden en mijd ik bewust bepaalde activiteiten. Deze langzaam veranderende focus in mijn pensioenleven schept vervolgens meer ruimte voor ‘andere’ accenten in het dagelijkse leven, waarin het nu (het heden) belangrijker is dan het verleden en de toekomst.

Naarmate je ouder wordt, blijkt je leefwereld letterlijk en figuurlijk kleiner en intiemer te worden. Zowel fysiek als psychisch wil ik echter zo goed mogelijk blijven genieten van het leven. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan als je bijvoorbeeld moeilijker loopt, last heb van je prostaat, snel dingen vergeet of veel nadenkt over de naderende dood. De neiging om veel terug te kijken naar het verleden kan dit proces van lekker-leven-in-het-nu positief, maar ook negatief beïnvloeden. Als het goede ervaringen zijn, helpen die mij om ondanks toenemende beperkingen toch redelijk lekker in mijn vel te zitten. Zijn het vervelende ervaringen probeer ik die een plek te geven, ik kan er toch niets meer aan veranderen.

Mijn lief en ik permitteren het ons steeds meer te leven naar het principe van Carpe Diem. Ik denk dan aan wat Simone de Beauvoir ooit geschreven heeft: ‘De nadering van de ouderdom brengt een soort absolute ontspanning met zich mee. Je hoeft je niet meer in te spannen om iets te bereiken. Ouderdom heeft niets te winnen, niets te verliezen…..

En na elke geslaagde dag proosten mijn lief en ik op het leven!

Woorden doen er toe

‘Dit fysieke ongemak in je heup gaat met hulp van een fysiotherapeut waarschijnlijk over, want de artrose is de afgelopen tien jaar niet erger geworden’. Deze woorden ervaar ik als een oppepper, zo schrijf ik in mijn vorige blog. Nu, enkele fysio bezoeken later, voel ik mij al stukken beter, fysiek én mentaal.

Dit weekend lees ik een artikel in Trouw/Tijdgeest: ‘Ziek worden door woorden.’ Wat een arts tegen je zegt, en hoe, dóet er werkelijk toe. Je kunt ziek worden door de verkeerde woorden. Dit heet nocebo effect. Er is geen duidelijke verklaring voor dit fenomeen. Het heeft o.a. te maken met stress, verwachtingen, conditionering én de relatie tussen behandelaar en patiënt. Deze zetten bepaalde hersensystemen in werking.

Bij positieve benadering, zoals in mijn geval door mijn huisarts wordt mijn hersensysteem dat met pijn te maken heeft, gedempt……iets met endorfine en dopamine. Bij het nocebo effect werkt dit andersom. Negatieve verwachtingen en angst zorgen er voor dat mensen sneller lichamelijke sensaties ervaren. Als mijn huisarts had gezegd: ‘De slijtage van je heup is niet erger geworden, maar ja, artrose kun je niet tegenhouden, dus van je heupprobleem ben je voorlopig niet af….’, dan had ik dat als een afknapper ervaren en was ik vast meer paracetamol gaan slikken tegen de pijn.

Een goed contact met de behandelaar is oh zo belangrijk. Deze moet kunnen luisteren, mij serieus nemen en dingen goed uitleggen als ik daarom vraag. Op die manier onstaat er een vertrouwensband.

In deze fase van mijn leven neemt de kans op mankementen en chronische aandoeningen toe. Ik zal meer met (para)medici te maken krijgen. De vertrouwensband zal dus telkens weer een belangrijk onderdeel moeten zijn van de behandeling.

Woorden doen er toe…... Zonder af te doen aan de boodschap, heeft iedere patiënt de juiste woorden nodig om voorbereid te zijn op wat er kan gebeuren. De juiste woorden kunnen helpen zorgen en angsten beter te sturen. Mede daardoor zal de kans op behoud van voldoende kwaliteit van leven groot kunnen blijven.

‘Oei, ga ik nu echt aftakelen?…’

Tijdens onze vakantie in Spanje krijg ik bij het lopen behoorlijk last van mijn linker heup. Ik weet dat er al lange tijd een lichte slijtage in dat heupgewricht zit en dus is mijn eerste gedachte ‘dat wordt een nieuwe heup’. Tegelijkertijd gebeurt er mentaal iets heftigs. Als ik ergens in mijn lijf pijn voel, associeer ik dat tegenwoordig met mijn leeftijd. Het is een hypochondrische focus, waar ik steeds meer last van krijg nu ik de vijfenzeventig jaar gepasseerd ben. Zo van ‘Oei, ga ik nu echt aftakelen?’.

Al jaren is het boekje Oei, ik groei! een wereldwijde bestseller voor ouders met een opgroeiende baby. Ook onze pasgeboren kleinzoon Lio wordt gespiegeld aan de – daarin beschreven – tien sprongetjes van de baby op mentaal en fysiek vlak. Veel ouders ervaren deze kennis over de ontwikkeling van hun baby als erg prettig en geruststellend. Na deze tien stappen gaat de groei natuurlijk door.

In mijn vakgebied, gerontologie, blijkt uit longitudinaal onderzoek dat de groei op zowel fysiek als mentaal gebied zelfs tot op hoge leeftijd door gaat of door kan gaan. Daar moet je overigens actief aan blijven werken. Onderzoek laat eveneeens zien, dat vanaf gemiddeld het vijfenzeventigste levensjaar de kans groot is, dat het snel bergafwaarts kan gaan met je algehele gezondheid.

Mentaal gezien voel ik mij hooguit ergens in de zestig, echter mijn biologische leeftijd is dat niet. Daarom raak ik bij opkomende fysieke pijntjes en ongemak gauw in de paniekmodus van ‘Oei, ik ga nu echt aftakelen’. Wellicht speelt mee dat ik in mijn leven nauwelijks zware of ernstige fysieke ellende heb meegemaakt.

Onderzoek in het ziekenhuis vorige week wijst uit dat de slijtage in mijn linkerheup niet groter is geworden ten opzichte van tien jaar geleden. Voorlopig dus geen nieuwe heup. In overleg met mijn huisarts komt de fysiotherapeut nu in beeld om te helpen mijn spieren in rug en been te versterken. Als mentale oppepper benadrukt mijn huisarts: ‘Dit fysieke ongemak gaat gewoon weer over’….

Gelukkig maar!