De warme, gastvrije Rotterdamse Pauluskerk….

De sfeer rond opvang van vluchtelingen is de afgelopen tien jaar steeds negatiever geworden en tot mijn grote verdriet zie ik bijna alle politieke partijen meebuigen met deze negatieve trend. Minister Faber heeft in het vorige kabinet een Asielnoodmaateregelenwet opgetuigd. Het blijkt voor de meeste politieke partijen niet streng genoeg. Het huidige kabinet doet er nog een schepje bovenop met allerlei extra maatregelen, waaronder de strafbaarstelling van illegaliteit voor mensen die zonder geldige verblijfspapieren in ons land verblijven. Ook hulp bieden aan deze mensen valt feitelijk onder dit aan de wet toegevoegde amendement. Deze wet gaat nu door de Eerste Kamer aangenomen worden, met de toezegging van de minister dat hulp aan ‘illegalen’ niet bestraft zal worden.

Tussen 1989 en 2018, ruim dertig jaar, ben ik als vrijwillig bestuurslid betrokken geweest bij de Pauluskerk in Rotterdam. Vanaf het begin stelt onze toenmalige dominee Hans Visser de deuren van de Pauluskerk open voor medeburgers die in de marge van de Rotterdamse samenleving proberen te overleven. Tot op de dag van vandaag komen er dagelijks honderden bezoekers even ‘bijtanken’ in de Pauluskerk. In het begin zijn het zwaar drugsverslaafden, dan de werkeloze en zwaar teleurgestelde gastarbeiders uit andere Europese landen, vervolgens de vluchtelingen uit de oorlogsgebieden overal in de wereld. Op dit moment zien we veel burgers die dakloos zijn geworden en op straat moeten zien te overleven. Samen met een paar honderd vrijwilligers worden deze mensen dagelijks gastvrij ontvangen, krijgen wat eten en drinken, kunnen naar de straatdokter, naar de tandarts, de kapper en er zijn douches en wasmachines die gebruikt kunnen worden. Alles wordt gefinancierd uit giften en particuliere fondsen. Er worden activiteiten aangeboden en waar mogelijk worden mensen ondersteund om weer iets van hun eigenwaarde te herontdekken of terug te krijgen. De Pauluskerk vindt dat je medemensen op zoek naar een menswaardig bestaan de helpende hand moet bieden, zeker als er te weinig voor deze mensen wordt gedaan vanuit de overheid.

Als het gaat om vluchtelingen begrijp ik dat de wereld open ligt en dat we samen moeten zoeken naar nieuwe, goede staatsrechtelijke oplossingen voor deze vluchtelingenstroom. Maar het werkt per definitie averechts als het gaat om draagvlak in de samenleving, als er 600 vluchtelingen worden ondergebracht in een dorp met 180 inwoners. Gezocht moet worden naar de menselijke maat, want onbekend maakt onbemind. Los daarvan zou iedereen toch moeten beseffen dat mensen niet ‘verdampen’. Ik vind dat je de medemens die op zoek is naar een bestaansminimum niet mag opsluiten in detentiecentra en niet mag categoriseren als ‘illegaal’. Laten we samen zoeken naar menswaardige oplossingen: ‘Behandel anderen zoals jij wilt dat zij jou behandelen’

In 2013 heb ik in mijn functie als voorzitter, samen met burgemeester Aboutaleb en onze trouwe bezoeker Janneman onze prachtige nieuwgebouwde Pauluskerk geopend. In datzelfde jaar mocht ik namens alle 250 vrijwilligers en andere betrokkenen ook nog eens de Laurenspenning van de stad Rotterdam in ontvangst nemen, als bewijs van grote waardering vanuit de stad voor moed, beleid en trouw! Deze Laurenspenning erkenning is in al die jaren niet verdampt! Tot op de dag van vandaag staat onder de bezielende aansturing van dominee/directeur Martijn van Leerdam, de Pauluskerk nog steeds met een groot hart voor de meest kwetsbare medemens fier overeind!

Levensloopbestendige verhuisstap…..

De jaarlijkse Second Home beurs in Utrecht heeft veel aantrekkingskracht op oudere Nederlanders, die hopen op een Zwitserleven in bijvoorbeeld Spanje: altijd mooi weer, lekker eten, lage kosten levensonderhoud; je hoeft niets te doen; weinig zorgen; altijd een vakantiegevoel. Zij hebben de wens hun laatste levensfase tijdelijk of permanent door te brengen in een warm land. Ook het aantal ouderen dat wil gaan verhuizen in eigen land neemt de laatste jaren toe. Zij ruilen dan hun eengezinswoning in voor een appartement of zoeken een plekje in een ‘krasse knarren hofje’ of iets soortgelijks.

In de levensfase waarin onontkoombare achteruitgang plaatsvindt en waarin tegelijkertijd het sociale netwerk steeds kleiner wordt, is levensloopbestendig wonen een essentiële basisbehoefte. Het is meer dan alleen het huis. Wil je maximale kwaliteit van dagelijks leven hebben, hoort daar de juiste omgeving en het daarbij behorende sociale netwerk helemaal bij.

Verhuizen is altijd een grote stap, waar je zeker op oudere leeftijd extra goed over zou moeten nadenken. Woon je nu in een woning die levensloopbestendig is of daarvoor aangepast kan worden én voel je je helemaal ‘thuis’ op je huidige plek dan is verhuizen waarschijnlijk niet aan de orde. Wil je de stap van verhuizen zetten is het verstandig jezelf allerlei vragen te stellen. Ben je een type die snel ergens anders kan aarden? Kun je op de nieuwe plek blijven wonen als je zorgbehoevend wordt? Besef je dat je bij verhuizen naar het buitenland dierbare ‘achterblijvers’ lange tijd achter elkaar moet missen? Kun je makkelijk nieuwe contacten leggen? Zijn er goede algemene voorzieningen in de buurt van je nieuwe woonplek? Realiseer je, dat je mobiliteit minder kan worden en dat je steeds meer huis- en plaatsgebonden bent?

Met die gedachte over levensloopbestendig wonen zijn mijn lief en ik zes jaar geleden verhuisd van een eengezinswoning met drie verdiepingen naar een appartement. We willen niet te lang wachten gezien mijn leeftijd. Ons huis vraagt blijvend veel onderhoud en aanpassingen, hetgeen hoge kosten met zich meebrengt en veel onnodige stress veroorzaakt. We zoeken eerst naar een appartement in het centrum van Rotterdam. Dat we in Rotterdam willen blijven is voor ons een uitgemaakte zaak. Onze kinderen en kleinkinderen wonen er en we houden van het stadse leven. Na een aantal bezichtigingen zeggen we tegen elkaar: ‘Waarom kijken we eigenlijk niet in ons eigen buurtje? We wonen vlakbij het centrum, allerlei voorzieningen zijn redelijk dichtbij en we zijn al vijftien jaar betrokken bij het wel en wee in onze buurt.’

Al gauw vinden we ruim tweehonderd meter van ons oude huis een mooi appartement. Het uitzicht op de Maas blijven we houden. In het begin valt ons op dat je weinig contact hebt met al je directe buren naast, boven en onder je. Maar mijn lief en ik stellen ons meteen actief op in onze nieuwe woonomgeving en helpen al snel met allerlei gemeenschappelijke kleine en grotere klusjes, zoals plantenbakken buiten water geven, meedenken met herinrichtings- en verbouwingsplannen van ons complex en organiseren van een bewonersborrel. Zo leren we al snel andere bewoners beter kennen en ontstaan er nieuwe contacten.

We zijn ontzettend blij dat we deze levensloopbestendige verhuisstap gemaakt hebben!

Hogere AOW leeftijd?…..

Laten we voordat we praten over verhoging van de AOW leeftijd, eerst beleidsmatig inzetten op een cultuuromslag naar positieve aandacht voor het werkleven in de tweede levenshelft en de gewenste kansrijke omgeving daarvoor.

Vanuit mijn onderzoeks- adviesbureau ben ik tussen 2004 en 2008 samen met een groep wetenschappers en consultants betrokken bij een groot Europees project rond 45plus en arbeid. Doel van het project is te komen tot een gemeenschappelijke gedachtevorming en tot innovatieve methodieken rond het optimaal benutten van kennis en vaardigheden van- en door de 40/45plusser. Drijfveer daarachter is de wetenschappelijke, gerontologische visie dat de ontwikkeling en groei van de mens niet stopt gemiddeld rond die leeftijd, maar dat juist dán de ervaringskennis en andere competenties tot bloei kunnen komen.

Deze gerontologisch visie op arbeid zou in de discussie over de verhoging van de AOW leeftijd een prominente rol moeten spelen. Wat volgens mij nodig is, dat het denken over een loopbaan meer in het perspectief moet staan van ieders persoonlijke levensloop ontwikkeling: active aging. Dat begint al in het onderwijs: in plaats van jaarklassen meer onderwijs op maat. Heb je eenmaal een keuze gemaakt voor een bepaald beroep, weet je niet altijd zeker of je beroepskeuze geslaagd is of dat je voldoende gemotiveerd en geschikt blijft voor dit beroep. Bij bepaalde beroepen weet je bij voorbaat al of je die qua uitdaging en zwaarte veertig jaar kan volhouden. Omdat er in bepaalde sectoren dan te weinig opties zijn voor een aangepast functieprofiel, is het verstandig daarop zelf te anticiperen.

Als ik terugkijk op mijn eigen loopbaan, heb ik na ruim twaalf jaar met veel plezier en enthousiasme in onderwijs te hebben gewerkt, het besluit genomen de switch te maken naar de ouderensector. Het is niet zozeer door mijn onderwijsdiploma, als wel mijn opgedane ervaringskennis, dat deze overstap goed is gelukt. Zelfs heb ik mij in die jaren ook nog kunnen verdiepen in de ‘ouder wordende mens’ door de studie gerontologie. De laatste veertien jaar heb ik een eigen gerontologisch onderzoek- en adviesbureau gehad. Uiteindelijk heb ik ruim vierenveertig jaar met veel plezier, motivatie en enthousiasme gewerkt.

Wat mij betreft ligt er vóór het praten over de AOW leeftijd wel of niet hoger, eerst de politieke uitdaging om inhoudelijk (en financieel) beleid uit te zetten op onderwijs en arbeid vanuit de gedachte ‘blijven leren en openstaan voor nieuwe, andere ontwikkelingen’. Geef de burger de kans op scholing, specifiek gericht op ieders persoonlijke ontwikkeling, zodanig dat hij/zij zich gedurende de loopbaan bewust blijft van het eigen ‘métier’: Waar ben ik goed in? Waar ligt mijn interesse en ervaring? Wat heb ik te bieden? Iedere werknemer zou op basis van zijn ervaringskennis mee kunnen denken over nieuwe of andere inhoud van werkzaamheden óf tot de conclusie komen dat er in de organisatie geen of nauwelijks alternatieven zijn. Vervolgens kan dan samen met de werkgever gekeken worden naar ander, passend werk. Voor werkgevers houdt dit in dat zij het belang en behoud van oudere werknemers onderkennen en daarvoor strategisch beleid ontwikkelen gekoppeld aan het inspirerend levensloopperspectief van de oudere werknemer.