Laten we voordat we praten over verhoging van de AOW leeftijd, eerst beleidsmatig inzetten op een cultuuromslag naar positieve aandacht voor het werkleven in de tweede levenshelft en de gewenste kansrijke omgeving daarvoor.
Vanuit mijn onderzoeks- adviesbureau ben ik tussen 2004 en 2008 samen met een groep wetenschappers en consultants betrokken bij een groot Europees project rond 45plus en arbeid. Doel van het project is te komen tot een gemeenschappelijke gedachtevorming en tot innovatieve methodieken rond het optimaal benutten van kennis en vaardigheden van- en door de 40/45plusser. Drijfveer daarachter is de wetenschappelijke, gerontologische visie dat de ontwikkeling en groei van de mens niet stopt gemiddeld rond die leeftijd, maar dat juist dán de ervaringskennis en andere competenties tot bloei kunnen komen.
Deze gerontologisch visie op arbeid zou in de discussie over de verhoging van de AOW leeftijd een prominente rol moeten spelen. Wat volgens mij nodig is, dat het denken over een loopbaan meer in het perspectief moet staan van ieders persoonlijke levensloop ontwikkeling: active aging. Dat begint al in het onderwijs: in plaats van jaarklassen meer onderwijs op maat. Heb je eenmaal een keuze gemaakt voor een bepaald beroep, weet je niet altijd zeker of je beroepskeuze geslaagd is of dat je voldoende gemotiveerd en geschikt blijft voor dit beroep. Bij bepaalde beroepen weet je bij voorbaat al of je die qua uitdaging en zwaarte veertig jaar kan volhouden. Omdat er in bepaalde sectoren dan te weinig opties zijn voor een aangepast functieprofiel, is het verstandig daarop zelf te anticiperen.
Als ik terugkijk op mijn eigen loopbaan, heb ik na ruim twaalf jaar met veel plezier en enthousiasme in onderwijs te hebben gewerkt, het besluit genomen de switch te maken naar de ouderensector. Het is niet zozeer door mijn onderwijsdiploma, als wel mijn opgedane ervaringskennis, dat deze overstap goed is gelukt. Zelfs heb ik mij in die jaren ook nog kunnen verdiepen in de ‘ouder wordende mens’ door de studie gerontologie. De laatste veertien jaar heb ik een eigen gerontologisch onderzoek- en adviesbureau gehad. Uiteindelijk heb ik ruim vierenveertig jaar met veel plezier, motivatie en enthousiasme gewerkt.
Wat mij betreft ligt er vóór het praten over de AOW leeftijd wel of niet hoger, eerst de politieke uitdaging om inhoudelijk (en financieel) beleid uit te zetten op onderwijs en arbeid vanuit de gedachte ‘blijven leren en openstaan voor nieuwe, andere ontwikkelingen’. Geef de burger de kans op scholing, specifiek gericht op ieders persoonlijke ontwikkeling, zodanig dat hij/zij zich gedurende de loopbaan bewust blijft van het eigen ‘métier’: Waar ben ik goed in? Waar ligt mijn interesse en ervaring? Wat heb ik te bieden? Iedere werknemer zou op basis van zijn ervaringskennis mee kunnen denken over nieuwe of andere inhoud van werkzaamheden óf tot de conclusie komen dat er in de organisatie geen of nauwelijks alternatieven zijn. Vervolgens kan dan samen met de werkgever gekeken worden naar ander, passend werk. Voor werkgevers houdt dit in dat zij het belang en behoud van oudere werknemers onderkennen en daarvoor strategisch beleid ontwikkelen gekoppeld aan het inspirerend levensloopperspectief van de oudere werknemer.




