Spekkoper…

Het is lang geleden dat ik in mijn hoofd zo intens bezig ben met een boek. De roman ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ heeft een behoorlijk zware inhoud en een ingewikkelde verhaalstructuur. Het leest niet makkelijk vanwege lange zinnen met veel komma’s. Eigenlijk wil ik al na het eerste hoofdstuk stoppen met lezen. Het zonnetje schijnt en ik heb totaal geen zin om neerslachtig te worden. Toch lees ik uit nieuwsgierigheid door en na 100 bladzijden kan ik niet meer stoppen. En nog gekker…..ik lees het meteen voor de tweede keer.

Deze fictieve roman gaat over het gewone, maar heftige, leven (en dood) van verschillende mensen. Het zijn elf verhalen/hoofstukken verspreid over drie eeuwen, van 1847 tot heden. De verhalen hebben allemaal iets met de schrijfster van een bestseller uit 1847 te maken. Elk hoofdstuk begint met citaten uit verschillende (fictieve) biografieën. Diepgaand en indringend wordt de worsteling met het leven in de hoofden van de hoofdpersonen beschreven. In elke leven liggen ziekte, eenzaamheid, onmacht en ellende altijd op de loer. Het leven is een mysterie, een worsteling, vaak niet te begrijpen, net zomin als de dood en wat er daarna is of niet is.

Als fulltimepensionado denk ik natuurlijk af en toe na over het leven, maar dan liever niet over de dood. Ik mag mijzelf gerust een spekkoper noemen. Al zesenzeventig jaar leid ik een goed en gelukkig leven. Daar ben ik dankbaar voor. Vooralsnog voel ik voldoende levenslust en mogen er nog vele jaartjes bij. Wel benauwt mij de gedachten dat in deze derde levensfase de tijd steeds sneller gaat.

Het is verrassend dat deze roman mij enigszins nuchter aan het denken zet over de dood. Sterker nog het geeft ‘voor de time being’ zelfs enige rust in mijn hoofd.

Komende weken hebben we vakantie en zitten we in ons chaletje in Friesland. Een heerlijke plek om een boek te lezen, je over te geven aan spannende, romantische of heftige verhalen. Ik hoop dan dat de tijd heel langzaam gaat!

Lekker-leven-in-het-nu

Na acht jaar fulltimepensionado zijn merk ik dat ik vaker, zo min mogelijk verplichtingen wil aangaan. In mijn werkzame leven heb ik verplichtingen en de daaraan gekoppelde verantwoordelijkheden altijd als normaal gezien en gevoeld, nooit zo over nagedacht. Natuurlijk was het wel eens teveel en leverde het de nodige stress op. Een burn out is mij gelukkig nooit overkomen.

De eerste jaren van mijn pensioen ben ik met veel plezier nog druk met allerlei zaken buiten mijn privéleven. Pas rond mijn drieënzeventigste beginnen alle de daaraan verbonden verantwoordelijkheden zwaar te voelen. Nu weer drie jaar verder kies ik nadrukkelijker voor mijn eigen welbevinden en mijd ik bewust bepaalde activiteiten. Deze langzaam veranderende focus in mijn pensioenleven schept vervolgens meer ruimte voor ‘andere’ accenten in het dagelijkse leven, waarin het nu (het heden) belangrijker is dan het verleden en de toekomst.

Naarmate je ouder wordt, blijkt je leefwereld letterlijk en figuurlijk kleiner en intiemer te worden. Zowel fysiek als psychisch wil ik echter zo goed mogelijk blijven genieten van het leven. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan als je bijvoorbeeld moeilijker loopt, last heb van je prostaat, snel dingen vergeet of veel nadenkt over de naderende dood. De neiging om veel terug te kijken naar het verleden kan dit proces van lekker-leven-in-het-nu positief, maar ook negatief beïnvloeden. Als het goede ervaringen zijn, helpen die mij om ondanks toenemende beperkingen toch redelijk lekker in mijn vel te zitten. Zijn het vervelende ervaringen probeer ik die een plek te geven, ik kan er toch niets meer aan veranderen.

Mijn lief en ik permitteren het ons steeds meer te leven naar het principe van Carpe Diem. Ik denk dan aan wat Simone de Beauvoir ooit geschreven heeft: ‘De nadering van de ouderdom brengt een soort absolute ontspanning met zich mee. Je hoeft je niet meer in te spannen om iets te bereiken. Ouderdom heeft niets te winnen, niets te verliezen…..

En na elke geslaagde dag proosten mijn lief en ik op het leven!

Woorden doen er toe

‘Dit fysieke ongemak in je heup gaat met hulp van een fysiotherapeut waarschijnlijk over, want de artrose is de afgelopen tien jaar niet erger geworden’. Deze woorden ervaar ik als een oppepper, zo schrijf ik in mijn vorige blog. Nu, enkele fysio bezoeken later, voel ik mij al stukken beter, fysiek én mentaal.

Dit weekend lees ik een artikel in Trouw/Tijdgeest: ‘Ziek worden door woorden.’ Wat een arts tegen je zegt, en hoe, dóet er werkelijk toe. Je kunt ziek worden door de verkeerde woorden. Dit heet nocebo effect. Er is geen duidelijke verklaring voor dit fenomeen. Het heeft o.a. te maken met stress, verwachtingen, conditionering én de relatie tussen behandelaar en patiënt. Deze zetten bepaalde hersensystemen in werking.

Bij positieve benadering, zoals in mijn geval door mijn huisarts wordt mijn hersensysteem dat met pijn te maken heeft, gedempt……iets met endorfine en dopamine. Bij het nocebo effect werkt dit andersom. Negatieve verwachtingen en angst zorgen er voor dat mensen sneller lichamelijke sensaties ervaren. Als mijn huisarts had gezegd: ‘De slijtage van je heup is niet erger geworden, maar ja, artrose kun je niet tegenhouden, dus van je heupprobleem ben je voorlopig niet af….’, dan had ik dat als een afknapper ervaren en was ik vast meer paracetamol gaan slikken tegen de pijn.

Een goed contact met de behandelaar is oh zo belangrijk. Deze moet kunnen luisteren, mij serieus nemen en dingen goed uitleggen als ik daarom vraag. Op die manier onstaat er een vertrouwensband.

In deze fase van mijn leven neemt de kans op mankementen en chronische aandoeningen toe. Ik zal meer met (para)medici te maken krijgen. De vertrouwensband zal dus telkens weer een belangrijk onderdeel moeten zijn van de behandeling.

Woorden doen er toe…... Zonder af te doen aan de boodschap, heeft iedere patiënt de juiste woorden nodig om voorbereid te zijn op wat er kan gebeuren. De juiste woorden kunnen helpen zorgen en angsten beter te sturen. Mede daardoor zal de kans op behoud van voldoende kwaliteit van leven groot kunnen blijven.