Alle hens aan dek!

Er valt erg veel te zeggen over het coronavirus zelf en de maatregelen die genomen worden om het beheersbaar te houden en onder controle te krijgen. In dit blog wil ik inzoomen op de situatie in veel verpleeg- en verzorgingshuizen.

20200414_170410De laatste dagen verschijnen er steeds meer berichten dat het aantal coronadoden en coronabesmette personen in onze zorginstellingen enorm stijgt. Overigens, zo lees ik in de krant, doet deze situatie in zorginstellingen zich voor in heel Europa. Door de maatregel dat er geen bezoek meer mag komen, tenzij iemand terminaal is, zijn deze plekken al enkele weken geheel van de buitenwereld afgesloten. De aldaar verblijvende kwetsbare ouderen, de meesten op hoge leeftijd, moeten het wat betreft hun contact met partner, kinderen en vrienden doen met skypen, zoomen, appen of op een gehuurde hoogwerker voor het raam verschijnen. De maatregel als zodanig is rationeel goed te verklaren, wetende dat het virus juist dodelijk toe lijkt te slaan bij kwetsbare ouderen. Daarbij komt dat in dergelijke instellingen de medewerkers eveneens een gemakkelijk doelwit voor dit gemene virus vormen. Dus alle hens aan dek!

Wat we echter al lang weten is dat er in veel zorginstellingen regelmatig personeelskrapte bestaat. Wat we ook al lang weten is dat zorgmedewerkers hun stinkende best doen en echt met hun hart zorg verlenen. De werkdruk is al jaren enorm hoog. Daar komt nu nog eens deze bizarre coronacrisis boven op. Op veel plekken worden niet alleen ouderen ziek, maar ook medewerkers. Zij moeten bij koorts en verkoudheid afhaken en vervolgens komen er invalkrachten. Ga er maar aan staan!

20200414_170505Los van deze problemen, denk ik dat we ons onvoldoende hebben gerealiseerd dat veel instellingen absoluut niet zijn toegerust om zoiets als de coronacrisis te managen. Men heeft zich aanvankelijk vooral gefocussed op maatregelen in het  sociale domein. Overigens is dat domein van groot belang, zeker bij deze kwetsbare ouderen. Maar al die specialistische zorg rond corona vraagt om expliciete verpleegkundige deskundigheid. Er lopen over het algemeen weinig verpleegkundigen rond in de zorginstellingen. De meeste medewerkers zijn opgeleid tot helpende of verzorgende, en gericht op ondersteuning van een zeer diverse groep kwetsbare ouderen. Ik vraag mij ook af of er veel managers zijn met een verpleegkundige achtergrond. Deze kerndiscipline kent bijvoorbeeld wel de thuiszorgorganisatie Buurtzorg. Zij werkt met kleine teams, bestaande uit (wijk)verpleegkundigen en wijkziekenverzorgenden. 

Ik wil niemand iets verwijten. Veel belangrijker is snelle actie richting verpleeg- en zorginstellingen, die hulp nodig hebben. We moeten er voor zorgen dat er met grote spoed extra deskundigheid in die zorginstellingen komt. En natuurlijk moeten we zorgen voor de juiste beschermde kleding, mondmaskers en dergelijke meer. Extra aandacht vraagt ook de communicatie, zowel over de genomen maatregelen in de instelling als over de leefsituatie van iedere bewoner afzonderlijk. Voor de bewoners en hun geliefden vraagt de huidige extreme vorm van social distance heel, heel veel. Daarom is het extra belangrijk om er op te kunnen vertrouwen dat er alles voor je geliefde gedaan wordt wat mogelijk is.

Laten we nu de energie in deze maatregelen stoppen en pas later, als we het virus onder controle hebben, rustig evalueren wat er allemaal is gebeurd. 

Archieffoto

PvdA Rotterdam eist duidelijkheid omtrent De Leeuwenhoek…….

 

 

 

Samen . Doen . Lange Tijd

20200408_122729Via de post valt er een grote envelop op de deurmat. Mijn oudste broer, geboren in 1944, stuurt ons een dagboek van de familie Beke. Het omvat de oorlogsperiode 17 september 1944 tot 12 juni 1945. Het dagboek beschrijft dus het eerste levensjaar van mijn broer. Terwijl ik het lees, moet ik telkens denken aan ons dagelijks leventje in deze coronacrisis. 

Mijn pas getrouwde ouders wonen vlak bij het centrum van Arnhem. Tegenover hen wonen opa en oma Beke. Het is zondag 17 september 1944. Al dagen is het onrustig in de stad. In de ochtend gaat drie keer het luchtalarm af. Dan tegen het middaguur horen en zien zij honderden vliegtuigen in de lucht. Overal om hun heen vallen bommen op het centrum van de stad. Hun huis wordt wonder boven wonder niet geraakt. Er is geen stroom, gas en water meer.

De eerste dagen na het bombardement is er totale chaos. Het leven ligt helemaal stil. ’s Woensdags zou een zus van mijn vader trouwen. Dat gaat natuurlijk niet door. Er volgen enkele angstige dagen en vooral nachten. Ze durven nauwelijks naar buiten. Wat moeten zij doen? Hoe gaat dit verder?

102958_arnhemmers_ontvluchten_het_oorlogsgeweld__w800_h600Dan op zondag 24 september moet iedereen de stad verlaten richting Velp en Apeldoorn. De houten vloeren in huis worden opengebroken om daar allerlei huisraad onder te stoppen. Met een handkar, een kinderwagen (met mijn oudste broer erin) en een zwaar beladen fiets gaat de familie samen met enkele andere families (totaal 39 personen!!) op pad. Het regent heftig en na een zware tocht komen zij in Velp, waar zij bij een familie ondergebracht worden die een timmerwerkplaats heeft. Vanaf dat moment zullen mijn ouders, broertje en enkele familieleden acht maanden lang van huis en haard verdreven zijn: eerst Velp, dan Loenen en tenslotte Amersfoort.

Het is woensdag 16 mei 1945 als oom Piet (de dagboekschrijver)  terugkomt in hun huis in Arnhem. De ravage is groot. De muren zitten vol gaten, het dak is vernield en het meeste meubilair is weg. Zijn nuchtere reactie is: ‘Enfin we zullen maar aanpakken en de grootste rommel zo gauw mogelijk aan de kant zien te krijgen!’ Mijn ouders blijven nog tot half juni in Amersfoort, waar eind mei mijn andere broer geboren wordt.

Er zijn veel dingen die mij tijdens het lezen van dit dagboek opvallen en waarover ik nadenk. De familieband is hecht en groeit nog steviger in deze moeilijke tijd. Het leven is gericht op de meest basale levensbehoeften: zoeken van slaapplekken, eten zien te vinden en vooral ook hout sprokkelen. Alles gebeurt te voet of met de fiets. De enige luxe, zo lees ik in het dagboek, is het vinden van betaalbare shag. Er wordt flink gerookt in de familie. Verder probeert men zo gewoon mogelijk te leven: verjaardagen worden gevierd, er wordt getrouwd en kinderen worden geboren. 

Extra heftig is het voor mijn moeder, inmiddels weer in verwachting, als mijn vader drie keer in het ziekenhuis in Amersfoort opgenomen wordt vanwege zeer ernstige maagproblemen. Wonder boven wonder komt hij er bovenop. Mede dankzij de hechte band met de (schoon)familie en vrienden weet zij de moed er in te houden. 

20200408_122525Mijn vader en moeder hebben een extreem moeilijke start gehad. Ik ben een jaar na de oorlog geboren en heb dit besef meegekregen in mijn dna. De ouders van mijn lief hebben gelijksoortige, heftige oorlogservaringen. Ik merk dat het ons helpt in deze coronacrisistijd. Vergeleken met de oorlogstijd is de huidige crisis weliswaar zeer bedreigend, maar minder heftig. Wij doen vol overtuiging mee aan de oproep van Rutte om elkaar te steunen door social distance te accepteren. Onze kinderen en naasten doen er even hard aan mee. Wij realiseren ons dat deze situatie een tijdje zal duren. We weten ook dat deze crisis niet eindigt zoals de 2e W.O. met het tekenen van de capitulatie op 5 mei 1945. 

Het beëindigen van deze coronacrisis zullen we SAMEN moeten ‘ondertekenen’ door te DOEN en ons LANGE TIJD te houden aan de voorschriften. 

  

 

 

Rondzingende gedachten

In deze coronatijd dwalen mijn gedachten alle kanten op. Het kan niet anders dan dat deze gedachten te maken hebben met oudere zijn en daardoor extra risico lopen bij het coronavirus. Het voelt als een scheidslijn. Aan de ene kant het pensionado leven van mijn lief en mij, en aan de andere kant het jonge leven van onze (schoon)kinderen, het prille leven van onze kleindochter en het nieuwe leven dat zich aandient in september.

Ik probeer sombere gedachten zoveel mogelijk te vermijden. Ik denk dan dat ik een mooi leven heb gehad tot nu toe. Een leven vol groei, geen oorlog zoals mijn ouders en veel persoonlijk geluk.  Met mijn drieënzeventig jaar heb ik het nog steeds enorm naar mijn zin en er is nog genoeg te doen en te genieten van jong en oud. Dus niet somberen, gaan met die banaan!

20200331_211807

voor de liefste oma en opa

Wat ik na drie weken social distance begin te missen is onze kleindochter. In normale tijden haal ik haar op donderdagmorgen op voor een speeldagje met oma en opa. In de auto zing ik dan uit volle borst kinderliedjes voor haar. Oude kinderliedjes uit mijn eigen kindertijd en periode dat ik als leerkracht voor de klas sta. Zij kent de liedjes inmiddels en probeert achter in de auto mee te zingen. Deze momenten maken dat ik mij dan heerlijk kind onder de kinderen voel, een leventje zonder zorgen en veel toekomst.

Het is grappig om te weten dat veel van deze oude kinderliedjes helemaal niet zo onschuldig zijn als ze lijken. In de Middeleeuwen bevatten liedjes vaak dubbelzinnige teksten bedoelt voor volwassenen. Twee Emmertjes Water Halen… is een liedje dat gaat over een bezoek aan een bordeel. Het hoogtepunt wordt bezongen in de regels ‘Van Je Ras, Ras Ras Rijdt de Koning door De Plas…..eindigend in Rijdt de Koning Door De Kerk, Van Je ….Een…Twee…Drie!!! Ook het liedje Daar Was Laatst Een Meisje Loos…., dat moet Klimmen In De Mast, Maken De Zeilen….loopt ondeugend af in het couplet ‘Ach Kapiteintje Sla Me Niet, Ik Ben Uw liefje, Ik Ben Uw liefje…..En wat te denken van het liedje Zeg Moeder Waar is Jan, Bij Tante…Op het Feest… In de Middeleeuwen was Tante de benaming voor een prostitué.

20200324_114232

1947 met waterijsje in de tuin

Ik weet niet zo goed waarom ik deze weken in mijn coronablog ineens kinderliedjes gebruik. Zou je bij het ouder worden meer en meer terugdenken aan je kindertijd? Of is het het ultieme verlangen om juist in deze moeilijke tijd weer even onbezorgd in de wereld te staan, zoals een kind?

Zeker is dat de coronacrisis bij mij het besef versterkt dat ik echt tot de groep ouderen behoor. Afgelopen week heb ik zowaar op een ochtend tussen zeven en acht uur boodschappen gedaan bij de supermarkt. Hoewel ik dik bij de doelgroep hoor die een uurtje apart mag winkelen, voelde ik toch enige gêne. Ik ben gezond en geen kwetsbare oudere. Sterker nog ik voel mij – om toch in die terminologie te blijven – een jonge oudere. Ook word ik tot mijn eigen verbazing steeds voorzichtiger naarmate het thuisblijven langer duurt. De bogen waarmee ik om andere mensen heen loop worden groter. Daar is voor nu even niks mis mee. Ik waak er voor geen angstige oudere te worden straks als de crisis voorbij is.

Nog even terugkomend op de kinderliedjes. Als ik op de donderdagmorgen met mijn kleindochter onze straat inrij, zing ik standaard: ‘We Zijn Er Bijna, We Zijn Er Bijna, Maar Nog Niet Helemaal…..

Ik zing dit liedje – vol hoop – nu in mijn gedachten, telkens weer, voorlopig tot 28 april en waarschijnlijk nog daarna.