Woorden doen er toe

‘Dit fysieke ongemak in je heup gaat met hulp van een fysiotherapeut waarschijnlijk over, want de artrose is de afgelopen tien jaar niet erger geworden’. Deze woorden ervaar ik als een oppepper, zo schrijf ik in mijn vorige blog. Nu, enkele fysio bezoeken later, voel ik mij al stukken beter, fysiek én mentaal.

Dit weekend lees ik een artikel in Trouw/Tijdgeest: ‘Ziek worden door woorden.’ Wat een arts tegen je zegt, en hoe, dóet er werkelijk toe. Je kunt ziek worden door de verkeerde woorden. Dit heet nocebo effect. Er is geen duidelijke verklaring voor dit fenomeen. Het heeft o.a. te maken met stress, verwachtingen, conditionering én de relatie tussen behandelaar en patiënt. Deze zetten bepaalde hersensystemen in werking.

Bij positieve benadering, zoals in mijn geval door mijn huisarts wordt mijn hersensysteem dat met pijn te maken heeft, gedempt……iets met endorfine en dopamine. Bij het nocebo effect werkt dit andersom. Negatieve verwachtingen en angst zorgen er voor dat mensen sneller lichamelijke sensaties ervaren. Als mijn huisarts had gezegd: ‘De slijtage van je heup is niet erger geworden, maar ja, artrose kun je niet tegenhouden, dus van je heupprobleem ben je voorlopig niet af….’, dan had ik dat als een afknapper ervaren en was ik vast meer paracetamol gaan slikken tegen de pijn.

Een goed contact met de behandelaar is oh zo belangrijk. Deze moet kunnen luisteren, mij serieus nemen en dingen goed uitleggen als ik daarom vraag. Op die manier onstaat er een vertrouwensband.

In deze fase van mijn leven neemt de kans op mankementen en chronische aandoeningen toe. Ik zal meer met (para)medici te maken krijgen. De vertrouwensband zal dus telkens weer een belangrijk onderdeel moeten zijn van de behandeling.

Woorden doen er toe…... Zonder af te doen aan de boodschap, heeft iedere patiënt de juiste woorden nodig om voorbereid te zijn op wat er kan gebeuren. De juiste woorden kunnen helpen zorgen en angsten beter te sturen. Mede daardoor zal de kans op behoud van voldoende kwaliteit van leven groot kunnen blijven.

‘Oei, ga ik nu echt aftakelen?…’

Tijdens onze vakantie in Spanje krijg ik bij het lopen behoorlijk last van mijn linker heup. Ik weet dat er al lange tijd een lichte slijtage in dat heupgewricht zit en dus is mijn eerste gedachte ‘dat wordt een nieuwe heup’. Tegelijkertijd gebeurt er mentaal iets heftigs. Als ik ergens in mijn lijf pijn voel, associeer ik dat tegenwoordig met mijn leeftijd. Het is een hypochondrische focus, waar ik steeds meer last van krijg nu ik de vijfenzeventig jaar gepasseerd ben. Zo van ‘Oei, ga ik nu echt aftakelen?’.

Al jaren is het boekje Oei, ik groei! een wereldwijde bestseller voor ouders met een opgroeiende baby. Ook onze pasgeboren kleinzoon Lio wordt gespiegeld aan de – daarin beschreven – tien sprongetjes van de baby op mentaal en fysiek vlak. Veel ouders ervaren deze kennis over de ontwikkeling van hun baby als erg prettig en geruststellend. Na deze tien stappen gaat de groei natuurlijk door.

In mijn vakgebied, gerontologie, blijkt uit longitudinaal onderzoek dat de groei op zowel fysiek als mentaal gebied zelfs tot op hoge leeftijd door gaat of door kan gaan. Daar moet je overigens actief aan blijven werken. Onderzoek laat eveneeens zien, dat vanaf gemiddeld het vijfenzeventigste levensjaar de kans groot is, dat het snel bergafwaarts kan gaan met je algehele gezondheid.

Mentaal gezien voel ik mij hooguit ergens in de zestig, echter mijn biologische leeftijd is dat niet. Daarom raak ik bij opkomende fysieke pijntjes en ongemak gauw in de paniekmodus van ‘Oei, ik ga nu echt aftakelen’. Wellicht speelt mee dat ik in mijn leven nauwelijks zware of ernstige fysieke ellende heb meegemaakt.

Onderzoek in het ziekenhuis vorige week wijst uit dat de slijtage in mijn linkerheup niet groter is geworden ten opzichte van tien jaar geleden. Voorlopig dus geen nieuwe heup. In overleg met mijn huisarts komt de fysiotherapeut nu in beeld om te helpen mijn spieren in rug en been te versterken. Als mentale oppepper benadrukt mijn huisarts: ‘Dit fysieke ongemak gaat gewoon weer over’….

Gelukkig maar!

Sociaal reveil

Na zeven pensioenjaren speelt mijn leven zich steeds meer af in een relatief kleine, persoonlijke kring van gezin, familie en vrienden. In deze inner circle of life draait alles vooral om geborgenheid, liefde, intimiteit……emotie. Het mooie van de derde levensfase is, dat je beseft dat het leven uiteindelijk hierom de moeite waard en zinvol is.

Juist dit leventje is gedurende de coronapandemie behoorlijk onder druk komen te staan. Hoewel ik alle prikken heb gehad die er zijn, ben ik erg voorzichtig gebleven in al mijn contacten, ook die met de kinderen en kleinkinderen. Volgens mij heeft dat effect gehad op mijn gevoel van vitaliteit, welke de afgelopen twee jaar sterk heeft gefluctueerd van hoog naar laag en alles wat daar tussen zit.

De afgelopen weken verandert dit gevoel met rasse schreden ten positieve! De meeste coronamaatregelen stoppen en de samenleving begint weer beetje bij beetje te ontwaken. Daar komt bij dat we de eerste weken van maart hebben kunnen genieten van heerlijk zonnig weer. Het lijkt wel alsof ik uit een winterslaap met regelmatig vervelende dromen, kom. Ik voel weer energie in mijn lijf stromen en dat is heerlijk.

Met plezier pakken mijn lief en ik onze oma/opa rol weer op. Het voelt heerlijk om onze kleinkinderen van dichtbij te mogen zien opgroeien en liefde en geborgenheid te bieden. Het geeft extra energie. Iets lastiger is het om in het vertrouwde sociale ritme te geraken met familie en vrienden. Ieder heeft kennelijk zo zijn eigen opstartproblemen. De behoefte aan deze contacten lijkt na corona nog groter te worden, hoewel dat ook een typisch derde levensfase ‘dingetje’ is.

In het verlengde van dit sociaal reveil, zijn mijn lief en ik ouderwets actief in ons volkstuintje en chaletje in Friesland. Zelfs gaan we een paar weken met vakantie naar Spanje. Kortom, we hebben weer het gevoel dat we volop leven!

Wat eveneens goed is, dat deze energie helpt mentaal sterk te staan ten opzichte van alle berichtgeving over de vreselijke oorlog in Oekraïne.