De herfst is begonnen. Ik zie nooit zo uit naar deze tijd van het jaar, mijn lief wel. Zij vindt dit een gezellige tijd: snel donker, open haardje aan, kaarsjes branden, gordijnen dicht en dan heerlijk samen op de bank met een glaasje rode wijn (Bordeaux).
Natuurlijk vind ik dat laatste ook heerlijk, maar bij mij werkt dit jaargetijde zodanig op mijn gemoed, dat ik er gauw chagrijnig van word. Dat chagrijn wordt extra versterkt als ik aan het eind van het jaar altijd weer die lange to-do-lijst zie liggen met allerlei zinnige en onzinnige zaken die mijn dagelijks leventje (on)mogelijk maken: de griepprik halen, de APK keuring van de auto regelen, de datum voor de onderhoudsbeurt van de CV ketel plannen, de schoorsteenveger bellen, de dakgoten schoonhouden van bladeren en de buitenkraan afsluiten. Absoluut niet motiverend vind ik de afhandeling van al die verzekeringspolissen ‘voor van alles en nog wat in het leven’. Voordat ik aan mijn winterslaap mag beginnen, moet ik eerst deze zogenaamd noodzakelijke pamperservicepapperassen hebben bekeken en betaald. De meeste polissen berg ik altijd meteen ongezien in mijn archief op. Maar dit jaar ga ik mij zomaar ineens, voor het eerst in mijn leven, in mijn pamperpolis DELA Uitvaartplan 2016 verdiepen. Kennelijk ben ik in een zwaarmoedige stemming, want anders kan ik niet verklaren waarom ik mij nu voor die polis zou interesseren. Lees verder
Herfst
20 dinsdag okt 2015
Posted in welzijn en zorg
Bij het openslaan zie ik als eerste foto mijn vader op zijn ziekbed, samen met mijn moeder en jongste zusje. Deze foto moet ongeveer een half jaar voor zijn overlijden gemaakt zijn. Hij verblijft op dat moment in het sanatorium De Klokkenberg in Breda, waar hij een zware longoperatie heeft ondergaan. Alles lijkt goed te gaan. Maar dan op 10 juli 1961 overlijdt hij toch nog aan een hartstilstand. Hij is slechts 51 jaar geworden. Op dezelfde eerste pagina van dit fotoalbum heb ik zijn bidprentje geplakt. Daarin lees ik: ‘Hij was een liefdevol echtgenoot en toegewijde Vader. Te kort waren de jaren dat hij in vreugde mocht deelnemen aan de actieve zorg voor zijn dierbaar gezin.’ Nu ik dit zo lees, besef ik dat hij niet vader heeft mogen zijn van zijn volwassen kinderen, en dus ook niet opa van zijn kleinkinderen. Tegelijkertijd heb ik als volwassen kind nooit mogen ervaren hoe het is een vader te hebben. En mijn kinderen op hun beurt hebben geen opa Beke mogen meemaken. 