De laatste drie blogs gaan over existentiële vragen die ik mijzelf als fulltime pensionado stel. De vraag, die nu overblijft is een vraag waar ik eigenlijk zo min mogelijk over wil nadenken, maar die ik mijzelf wel moet stellen: ‘Hoe ga ik om met het gevoel dat mijn leven nog maar kort is?’
Als 8 jarig kind op de lagere school wordt mij al de meest existentiële vraag in het leven voorgelegd: ‘Waartoe zijn wij op aarde?’ Het antwoord is voorgeprogrammeerd: ‘Wij zijn op aarde om God te dienen om zo hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn’. Geboren in een katholiek gezin, ga ik naar de katholieke lagere jongensschool in Arnhem, die geleid wordt door de fraters uit Utrecht. Tijdens de godsdienstles moeten we het hele catechismusboekje met tientallen vragen en antwoorden uit ons hoofd leren en opdreunen. Alle mogelijke levensvragen zijn gedurende zes jaar keurig en helder in mijn kinderhoofdje gestampt. Als ik er nu aan terugdenk, realiseer ik mij dat binnen de context van het begrip tijd, een dergelijk geloof aan mijn tijd van leven op aarde een extra dimensie toevoegt. Je krijgt er het verleden van ruim 2000 jaar Christendom bij en de toekomst met eeuwig leven in het hiernamaals. Dus waarom zou je dan bang zijn dat het leven op aarde nog maar kort is? Waarom zou je dan bang zijn voor de dood? Na mijn lagere school kom ik als adolescent terecht in de beruchte jaren zeventig. De secularisatie slaat toe en de individualiseringsslag in de samenleving wordt definitief ingeluid. Niets is meer voorgeprogrammeerd, alles kan anders en van iedereen wordt verwacht dat hij zijn eigen verantwoordelijkheid neemt voor het leven. Vanaf die periode heb ik het catechismusgeloof niet meer, net zo min als het perspectief van het hiernamaals. Waar ik nu wel in geloof, is mij overigens nog steeds niet duidelijk. Lees verder
