Pluk de dag

Regelmatig krijg ik als reactie op mijn blog te horen dat ik de ouderdom enigszins tobberig benader en dat ik het ouder worden zo sterk benadruk. Kort geleden schrijft iemand: ‘Het is wat mij betreft niet zo goed om je teveel te focussen op het ouder worden en de gevolgen daarvan. Mijn motto als 71 jarige? Pluk de dag, morgen kan het anders zijn.’ Het valt mij op, nu ik zelf ouder word, dat de wens om te leven naar de spreuk ‘Pluk de dag’ groter wordt. Natuurlijk heeft dat met de levensfase zelf te maken, tenslotte komt de eindigheid van het leven steeds dichterbij. En omdat je pensionado bent, mag je je ook zo opstellen. Pluk de dag heeft iets frivools, iets onbekommerds. Je krijgt er wel energie van. Genieten van het moment zelf, gaat bij mij lang niet altijd vanzelf. Ik heb nu eenmaal een beetje tobberige inslag en daarom moet ik er soms moeite voor doen. Het valt me op dat je niet zo snel tegen een jonge student zal zeggen ‘Pluk de dag’. Meestal wordt het gezegd tegen ouderen of tegen mensen die veel ellende meegemaakt hebben en daardoor moeizaam in het leven staan. Lees verder

Ouderdomssprookje

‘Er was eens een koning, die samen met zijn mooie koningin, vriendelijk zwaaiend in de Gouden Koets naar het Binnenhof reed. Het was niet zomaar een dag, nee het was de derde dinsdag van september. De koning had het volk iets te vertellen. Gezeten op de troon in de Ridderzaal vertelde de koning met een ernstig gezicht dat de oudere onderdanen in zijn koninkrijk er de komende tijd financieel flink op achteruit zouden gaan. Zij hadden het jaren goed gehad en nu was het hun beurt. Het was binnen heel stil toen hij dat zei. Buiten stond een groep ouderen met spandoeken. Ze vonden het vervelend om daar te staan, want zij hielden veel van de koning en vooral van de koningin. Maar ja de koning moest datgene zeggen wat de regering wilde, dat hij zei. Dus waren ze boos op de regering of eigenlijk op de hele wereld, want goed voor ouderen zorgen was een kwestie van beschaving, toch?’ Lees verder

En ze leefden nog lang en gelukkig

Veel sprookjes eindigen met de zin ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’. Sprookjes gaan vooral over jeugd en eeuwige gelukzaligheid, over jonge mensen, die nog een lang leven voor de boeg hebben. Als er een ouder iemand in voorkomt is het een gemene stiefmoeder of een oude tovenaar. Niemand vraagt zich af: ‘En wat gebeurt er verder in het sprookje als de prins en de prinses zelf kinderen krijgen en een kroon van grijze haren dragen?’ Sprookjes laten iets van het menselijke leven zien in tijdloze beelden. Je wordt gewaarschuwd voor moeilijkheden of gevaren, denk maar aan Roodkapje. Maar ook worden er beloften en mogelijkheden in het vooruitzicht gesteld, als je allerlei beproevingen weet te doorstaan. Ik moet aan sprookjes denken, omdat ik al een paar dagen een vervelend gevoel in mijn lijf heb; een gevoel van ‘hoezo en ze leefden nog lang en gelukkig?’ Lees verder