Minister Levensloop

De Nederlandse samenleving vergrijst in hoog tempo. Ik zou zeggen: ‘Hoera, laten we daar iets zinnigs mee doen!’ Maar helaas worden veel van de 3,5 miljoen ouderen gezien als knorrige, veel geld kostende en vaak zorgbehoevende zielepoten, aldus de 79-jarige Hedy d’Ancona. In haar Sokrateslezing 28 mei j.l. breekt zij een lans voor een nieuwe visie op de derde levensfase: meer ruimte voor menselijke waardigheid en de behoefte van ouderen om mee te blijven doen. Dagblad Trouw kopt boven dit interview: ‘Het is de hoogste tijd voor emancipatie van ouderen’. Een dag later pleit Eelco Damen, bestuursvoorzitter Cordaan in een Opiniestuk in Trouw voor een minister Ouderenbeleid. Ik trek dit liever breder over de hele levensloop van de mens en pleit daarom voor een minister Levensloop.

Ons 19e eeuwse levensloopmodel van opleiding, (werk)loopbaan en daarna in de 20ste eeuw de AOW en het pensioen zorgt er voor dat anno 2017 door de pensionering in één klap niet alleen een grote hoeveelheid ervaringskennis verdwijnt, maar ook dat we daarmee een groot deel van de samenleving op een zijspoor zetten. Dat is extra jammer omdat we uit wetenschappelijk onderzoek weten dat de individuele mens ook in zijn derde levensfase (65+) zich goed kan doorontwikkelen op sociaal, cultureel en maatschappelijk vlak. Dit alles ondanks mogelijk afnemende neurofysieke gesteldheid na gemiddeld het 75ste levensjaar. Met name competenties gevoed vanuit de ervaringskennis, opgedaan gedurende de eerste twee levensfasen zijn daarin maatgevend. Veel ouderen en ook de samenleving als geheel beseffen nauwelijks dat naast expliciete kennis, goed ontwikkelde ervaringskennis van grote waarde is in deze hectische tijd. Echter de samenleving vraagt er niet om en veel ouderen zal het een zorg zijn. Het huidige levensloopmodel is volledig achterhaald. De individuele verschillen tussen mensen worden groter bij het ouder worden en mede daardoor is de biologische leeftijd niet echt meer een maatstaf. We houden ook nog weinig rekening met het feit dat arbeid wezenlijk zal veranderen o.a. door technologie, robottisering en kunstmatige intelligentie. Het is letterlijk van levensbelang voor jong en oud om dit 19e eeuwse model definitief aan de wilgen te hangen en te vervangen door een 21ste eeuws levensloopmodel. Om dit levensloopmodel te ontwikkelen en te implementeren zouden we een minister met de portefeuille levensloop moeten aanstellen. Economisch uitgangspunt is dat iedere burger beschikt over een basisinkomen. Vanuit die basiszekerheid kan het individu zich gedurende zijn hele leven (blijven) ontwikkelen en ontplooiien naar vermogen. Huidige experimenten met het basisinkomen laten zien dat het individu met die zekerheid in zijn achterzak op zoek gaat naar zinvolle bezigheden. Het effect is dat hij op alle levensgebieden beter presteert, over het algemeen lekker in zijn vel zit en gelukkig is met zijn bestaan.

sam_2014.jpgAls ik nu roep ‘Hoera laten we iets zinnigs te doen met de vergrijzing’, denk ik aan het nieuwe levensloopmodel. Om mij heen kijkend zie ik dat veel 70plussers, net als ik, willen genieten van hun derde levensfase en tegelijkertijd verder willen gaan met zinvolle bezigheden. Niet alleen met leeftijdsgenoten, maar vooral met de andere generaties. Veel ouderen voelen zich nog steeds duurzaam inzetbaar en van waarde. Onze derde levensfase zou op een bepaalde manier als matrix kunnen dienen om de inhoudelijke ontwikkeling van dit nieuwe levensloopmodel op gang te brengen. Ouderen kunnen als een soort Dirk Kuyt in het voetbalelftal, met al hun ervaringskennis experimenten met jong, middelbaar en oud helpen opzetten op kleine schaal (wijk, stad). Ik heb het al in een eerder blog vergeleken met start-ups in de circulaire economie waar afval niet meer bestaat. Laten we onder de bezielende aanvuring van ouderen op zoek gaan naar een ecosysteem van mensen dat recht doet aan het bestaan van ieder individu, inclusief zijn duurzame inzetbaarheid en zinvolheid.

PS. Wil je meer over het basisinkomen weten kijk dan naar de TED talk van Rutger Bregman https://decorrespondent.nl/6768/kijken-mijn-ted-talk-over-het-onvoorwaardelijke-basisinkomen/1453106587680-314bc782

‘Blijf altijd jezelf’

Het zijn stuk voor stuk hartverwarmde reacties die ik krijg over mijn aanstaande opaschap: ‘Het is zó bijzonder! Je beseft het pas echt als het zover is. Het is het mooiste wat je kunt overkomen.’ Reacties van familie, vrienden en kennissen die zelf opa of oma zijn. Bijna standaard komt de vraag of ik ga oppassen, meestal direct gevolgd met het advies om niet te kiezen voor een vaste dag. Ik hoor het allemaal met plezier aan. Mijn belangrijkste wens is een opa te zijn, die een warme, lieve band weet op te bouwen met zijn kleinkind. Het opaschap past voor mijn gevoel naadloos in mijn levensloop. Ik vind dat ik er klaar voor ben. Het maakt mijn levenscirkel rond. Ik kom uit een warm familienest, gelukkig maar! Het gevoel van geborgenheid heb ik samen met mijn lief doorgegeven aan onze kinderen. En naarmate ik verder in de derde levensfase kom, wordt het besef steeds groter dat een warm familienest zeer bepalend is voor kwaliteit van leven. Dat besef wordt weer eens zichtbaar en voelbaar afgelopen zondag.

Mijn oudste broer en schoonzus vieren hun 50 jarig huwelijk samen met de kinderen, kleinkinderen, (schoon)zussen, broers, zwagers en enkele vrienden. Alles bij elkaar zo’n 50 mensen, die een belangrijke rol vervullen in de levensloop van mijn broer en schoonzus samen. Het begint met twee totaal verschillende mensen, die elkaar toevallig ontmoeten en stapelverliefd worden. Na vijf jaar verkering (zo hoorde dat in de jaren zestig) besluiten zij om te trouwen en voortaan alle lief en leed met elkaar te delen. Zij worden vader en moeder van drie prachtige dochters, die op hun beurt volwassen en verliefd worden en kinderen krijgen. Nu zijn ze ook opa en oma van maar liefst negen kleinkinderen waarvan een aantal ook weer verliefd is, zo blijkt uit de aanwezigheid van enkele vriendinnetjes op het feest. Iedereen, jong en oud, voelt op deze zonnige zondagmiddag iets van het ritme van het leven, dat vervolgens ook uitgesproken wordt in enkele speeches en een lied. In zijn speech heeft mijn broer de eerste strofe van een gedicht van de Poolse dichteres Wislawa Szymborska verwerkt. ‘Niets gebeurt tweemaal en niets zal tweemaal gebeuren. Geboren zonder kundigheden, sterven we dus als onervaren senioren.‘ Hij eindigt zijn speech met de woorden: ‘Blijf altijd jezelf!’ Dat is mooi gezegd en iedere aanwezige weet dat het zijn levensmotto is. Een motto dat prachtig aansluit bij de laatste strofe van het gedicht van Wislawa Szymborska: ‘Lachend en elkaar omhelzend verzoenen we ons met elkaar, ook al zijn we zo verschillend als twee druppels water.’

Ik heb deze 50-jarige bruiloft van mijn broer en schoonzus samen met familie en vrienden als zeer intiem ervaren. Het woord intiem wordt in de Van Dale simpelweg verklaard als o.a. ‘een vertrouwde sfeer’. Voor mij gaat het veel verder, zelfs dieper. 20170524_112256In mijn afstudeerthesis ‘Intimiteit in de hoge ouderdom’ (1997) heb ik onderzocht dat de beleving van intimiteit aan veel hoogbejaarden juist zin geeft aan hun bestaan. Ik heb dit begrip toen gedefinieerd als: ‘Intimiteit is de hoogste mate van vertrouwelijkheid in jezelf en in je relatie tot de ander, die ontstaat op het moment dat de mens zichzelf kan zijn in zijn persoonlijk leefgebied.’ Een definitie is vaak een mond vol ingewikkelde woorden, maar ik merk bij mijzelf en om mij heen bij andere mensen die in de derde levensfase zijn beland, dat zij dit meteen begrijpen. Deze betekenis van intimiteit is het bijzondere en fijne aan het ouder worden. Het senior zijn, maar ook het opa en oma mogen zijn dat gun je iedereen van harte. Ik kan in ieder geval haast niet wachten om als opa straks vanuit het motto ‘Blijf altijd jezelf’, het nog onbeschreven, pure wezentje in mijn armen te sluiten.

 

Dat ene woord…..

IMG-20170514-WA0000Ik heb net de laatste woorden meegezongen met de meute op het marktplein van Rotterdam ‘….DAT ENE WOORD…. FEYENOORD….MIJN FEYENOORD!!!’ of de bal ligt al in het doel. Volledig uitzinnig spring ik samen met die andere duizenden mensen als een gek op en neer, armen om schouders van mensen die ik nooit eerder gezien heb, bierspetters vliegen in het rond. Het is een ongelooflijke apotheose, terwijl de wedstrijd nog geen minuut oud is. De rest van de middag en avond en de maandag erna beleef ik als in een roes. Feestend Rotterdam straalt saamhorigheid uit, jong, oud, blank, zwart, rijk, arm, 178 nationaliteiten…… Ik geniet even met een smiley van oor tot oor van de mooiste en gelukkigste stad in Nederland.

Een week eerder ben ik met mijn lief in Spanje, Fuengirola. Heerlijk een weekje zon happen op het strand, boekje lezen en s’ avonds lekker tapa’s eten in één van de vele restaurantjes op een leuk dorpsplein. Lang geleden in 1973 ben ik daar voor het eerst met mijn lief, mijn zus en moedertjelief naar toe geweest. Dit keer baal ik er een beetje van dat ik een week heb uitgekozen dat Feyenoord kampioen kan worden in de wedstrijd tegen stadsgenoot Excelsior. Ik woon notabene nog geen 500 meter van dit Kralingse stadionnetje en wil dat natuurlijk graag meemaken. Helaas moet ik het doen met een slecht TV beeld op een armetierig uitziend terrasje aan een Spaanse boulevard. Niet alleen het terrasje, ook de wedstrijd blijkt uiteindelijk een sof. Ik ben dan ook als een kind zo blij dat ik zondag alsnog in Rotterdam op de Binnenrotte sta samen met duizenden uitzinnige supporters. De man naast mij blijkt zowaar een bruingezonde overwinteraar uit Spanje, Fuengirola!! te zijn. ‘Toeval bestaat niet’, zou Lee Towers gezegd hebben en voor de honderdduizendste keer schalt zijn ‘Your never walk alone’ over de Binnenrotte. Zelden in mijn leven heb ik mij zo heerlijk spontaan laten meenemen in de euforie van een feestende mensenmassa.

Voorafgaand aan de voetbalwedstrijd sta ik in mijn Feyenoord shirtje samen met enkele honderden Rotterdammers op Plein 1940 waar bij het Zadkine monument het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 wordt herdacht. Als om een paar minuten voor half twee, onze burgemeester Ahmed Aboutaleb een krans legt en er twee minuten stilte wordt gehouden, hoor ik in de verte duizenden supporters ‘Hand in hand kameraden’ zingen. Het stoort mij niet, integendeel, de stad heeft zich fantastisch opgericht na de oorlog. Ik voel de kracht van verbroedering en hoop. Dit is wat onze burgemeester telkens weer benadrukt en nastreeft. Als een echte burgervader neemt hij het voortouw en vraagt zijn medeburgers mee te doen met de ‘wij samenleving’. Twee dagen na de huldiging op de Coolsingel is hij samen met Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau aanwezig in De Nieuwe Poort, het huis van ontmoeting en inspiratie aan het Weena, hartje Rotterdam. Daar wordt gesproken over hoe je het wij-zij denken doorbreekt. Rotterdammers gaan in gesprek over wat hen tot één volk maakt. Samen proberen zij een antwoord te vinden op de vragen: Wie zijn wij in Nederland? Op welke manier is Rotterdam een voorbeeld voor de rest van Nederland? Dit gesprek is een burgerinitiatief opgezet door LOKAAL, Centrum voor Democratie Rotterdam samen met G1000, Platform voor Democratische Innovatie. De namen mogen een beetje hoogdravend klinken, maar alles op een rijtje zettend van datgene wat er allemaal in Rotterdam gebeurt, inclusief het prachtige kampioenschap van Feyenoord, zou ik het motto willen beamen: ‘We doen het gewoon met elkaar in Rotterdam.’