Het is een heerlijk gevoel eenmaal met pensioen te zijn. Je hoeft namelijk niet meer in het keurslijf te lopen van een organisatie, bezig te zijn met notulen en verslagen en er voor te zorgen dat iedereen werkt volgens het protocollenregister. Je loopt niet meer in het werkritme dat soms wel 80% van je tijd bepaald. Je bent vrijer in je doen en laten. Ik voel me dan ook een vrijbuiter. Ik kan vooral kiezen voor activiteiten die ik de moeite waard vind.
Al weer wat pensioenjaren wijzer geworden, besef ik dat in mijn werkzame leven het keurslijf van beleid, taken en verantwoordelijkheden vaak een bron van negatieve energie is geweest. Dat is natuurlijk jammer. Ik heb overigens altijd met veel plezier en motivatie gewerkt. Deze ervaring neem ik mee, nu ik met pensioen ben. Ik ben een doener en sociaal gericht en daarom is het voor mij vanzelfsprekend dat ik allerlei buurtgerelateerde activiteiten organiseer. Mijn adagium is daarbij wel dat ik niet meer in een organisatiestructuur wens te werken. Eerlijk gezegd kost het moeite om daar buiten te blijven, want we zijn in Nederland nu eenmaal gewend alles in een organisatiestructuur te stoppen.
In mijn buurt worden de bewonersactiviteiten voornamelijk georganiseerd vanuit Buurt Bestuurt. Het is een redelijk vrijblijvende organisatiestructuur (geen stichting of vereniging) binnen de Gebiedscommissie Kralingen Crooswijk. Buurt Bestuurt wordt gevormd door actieve wijkbewoners en enkele gemeentelijke professionals zoals de wijkmanager, de wijknetwerker, de wijkregisseur en de wijkagent. Hoe vrijblijvend ook, toch wil ik daar liever niet in zitten. Omdat ik enkele bewonersinitiatieven heb opgestart, wordt dat van mij echter wel verwacht. De agenda voor de bijeenkomsten hebben voor mij een te breed scala aan onderwerpen en invalshoeken. Ik wil daarnaast ook niet meegetrokken worden in de problemen en belemmeringen die er vaak zijn vanuit de gemeentelijke organisaties. Ik wil gewoon met een aantal bewonersgroepjes iets doen in de wijk, daar verantwoordelijkheid in nemen en al mijn energie in stoppen. Maar ja, hoe doe het dan anders?
Als je wat filosofeert over het leven, of beter gezegd over je eigen leven, dan kom je al gauw tot de conclusie dat de kern van je bestaan is, dat bij datgene wat je doet er altijd sprake is van eigenaarschap, het nemen van eigen verantwoordelijkheid binnen je kunnen en verantwoording afleggen aan je medemens. Ik constateer dat de meeste samenwerkingsvormen in alle lagen van onze samenleving zodanig zijn opgetuigd dat het eigenaarschap en het eigen initiatief van betrokkenen nauwelijks nog spontaan kan opbloeien. De regeldruk en de daaraan gekoppelde bureaucratie is volledig doorgeschoten. Verantwoording afleggen is abstract geworden en speelt zich vooral af ergens in de top van de organisatie. We overleggen niet meer met elkaar, we vergaderen om te vergaderen met vaste agendapunten en eindeloos gezwets.
In de jaren zestig en zeventig heb we van alles op zijn kop gezet in onze samenleving. De vaste structuren in de opvoeding, de godsdienst, de scholen, de universiteiten en in allerlei organisaties, gingen op de schop. Er is veel mis gegaan, maar ook heel veel goed. Uiteindelijk hebben we een naoorlogse periode van grote, toenemende welvaart gekregen. Maar onze samenleving is qua overleg- en samenwerkingsvormen inmiddels weer vastgeroest. Er is behoefte aan vrijbuiters, die in de overlegstructuren de menselijke factor centraal stellen en daar kunnen babyboomers met hun ervaring een bijdrage aan leveren.
Er zullen vast babyboomers zijn die net als ik het eigenaarschap willen voelen bij zaken die hun directe leefomgeving betreffen. Ik daag hen uit te helpen zoeken naar op coöperatieve grondslag gerichte samenwerkingsvormen tussen wijkbewoners en ondersteunende professionals: kleinschalig, doelgericht en mensgericht. Als de kernelementen eigenaarschap, eigen verantwoordelijkheid en verantwoording aan elkaar gekoesterd worden, is succes gegarandeerd.
Deze maand mei 2019 zijn mijn lief en ik 45 jaar getrouwd en dat is een moment om eens extra te reflecteren op het leven. En als ik dan terugkijk op mijn levensloop en die van mijn lief, kan ik zeggen dat wij een gelukkig leven mogen leiden tot nu toe. We kennen alleen maar vooruitgang, welvaart en vrede. Onze gezondheid is goed en met onze kinderen en ons kleinkind gaat het ook goed. Financieel gezien hebben we na een mooi werkzaam leven en dankzij de AOW (ingevoerd 1956) nu een goed pensioen. We hebben goede familiebanden en fijne vrienden en kennissen. Kortom….ik ben blij op deze wereld gezet te zijn in 1946, precies een jaar na de 2e W.O..
Ik sta altijd op 4 mei stil om al die mensen te gedenken die gevochten hebben voor onze vrijheid. In het bijzonder denk ik aan mijn lieve vader en lieve moeder. Hoe anders heeft hun leven in de jaren 30, in de oorlog en de eerste vijftien jaar daarna er uit gezien. 
Na de oorlog wordt mijn vader een buitengewoon invaliditeitspensioen toegekend. Tussen 1945 en 1961 heeft hij een zeer zwaar leven gehad, waarin hij nauwelijks heeft kunnen werken en vooral ernstig ziek is geweest. Ik ben vijftien jaar als hij overlijdt
Op 23 mei ga ik dus ook stemmen voor Europa dat aanvankelijk is opgericht om een nieuwe oorlog te voorkomen! Ik geloof in een pluriform Europa, want in verscheidenheid ligt onze kracht. Leven doen wij mensen samen, we zijn van elkaar afhankelijk. Ik geloof in een Europese samenleving op basis van medemenselijkheid en solidariteit: Vrijheid maak je met elkaar.
Mijn missie is aandacht en actie genereren voor groei tot op hoge leeftijd. Dat dit mogelijk is toont wetenschappelijk onderzoek aan (o.a. Baltes, 1999, The Berlin Aging Study, Aging from 70 to 100). De meeste ouderen willen en kunnen binnen hun mogelijkheden maximaal volwaardig en gelijkwaardig mee blijven doen. De vraag is hoe individuele ouderen voor zichzelf een zo goed en prettig mogelijk leven kunnen realiseren, een leven waarin zij ervaren er toe te doen. Zeker zo belangrijk is de vraag welke voorwaarden vanuit de samenleving inclusief de overheden daarvoor gewenst zijn en welke noodzakelijk.
De feestruimte is verre van senior proof, wat dat dan ook precies moge inhouden. Er zijn op- en afstapjes op de ruwe betonnen vloer en het is een beetje donker. De ouderen die slecht ter been zijn en slecht kunnen zien moeten zich extra inspannen om zich in de ruimte enigszins op hun gemak te voelen. Rollators en gehoorapparaten zijn in deze ambiance niet goed bruikbaar. De toiletten doen denken aan een naturisten camping. Het is boeiend
De ruimte, de sfeer en alles doet mij terugdenken aan de tijd (1968-1972) dat ik met vrienden ging stappen in bruine kroegen als de Kameleon, De Buik en De Beer in Arnhem. Ik was een zeer blije adolescent, die de hele wereld aan kon. Daarom is het extra leuk om als tweeënzeventig jarige weer eens op een feestje, die nostalgische gevoelens terug te halen. Tegelijkertijd is interessant om te zien of en hoe oudere mede feestgangers met die fysieke senior ongemakken omgaan. Mij belemmert het (nog) niet om te genieten, integendeel. Ik weet dat mijn vriend dat zelf zo wil vieren. Hij daagt deze avond zijn dierbaren uit het positieve beeld van blij ouder worden met hem te delen. De ouderen die enig fysiek ongemak ervaren, spoort hij aan om een rustig plekje te zoeken, waar je lekker kunt zitten. Mooi om te zien en te horen in zijn speech is, hoe hij geniet van de ambiance en van de vele lieve mensen in zijn leven. Hij vertelt hoe belangrijk een goed en warm sociaal netwerk voor hem is. Aan het slot zingen we allemaal luidkeels ‘lang zal hij leven…’