Als mijn leeftijd ter sprake komt en ik zeg tachtig jaar, reageren mensen vol ongeloof: ‘Zo zie je er helemaal niet uit!’ Het klinkt als een compliment en dat is fijn om te horen, hoewel het vooral genetisch bepaald is. Mijn reactie is dan dat het voelt als weer een nieuwe levensfase op de schaal van nul tot honderd. De fase van ouder worden is de eerste acht á tien jaar na mijn pensioen zeer voorspoedig verlopen en daar ben ik dankbaar voor.
Natuurlijk ga ik ‘gewoon’ verder met mijn leventje. Tegelijkertijd weet ik dat, zeker na je tachtigste, de risicofactoren van ouder worden verder zullen kunnen toenemen. Ook mijn leefwereld zal langzaam inkrimpen. Wil ik in deze levensfase maximaal kwaliteit van leven behouden, zal ik op verschillende levensgebieden, die voor mij belangrijk zijn, extra inspanning moeten leveren. Misschien kom ik in situaties terecht waarin ik mijzelf als het ware opnieuw moet uitvinden. Ik denk aan het onderhouden van warme sociale contacten; leren omgaan met mijn afnemende fysieke gesteldheid; hoe breng ik zinvol de dag door; lukt het mij om contact te houden met de hectische wereld om mij heen. En zeker zo belangrijk is de vraag waar ik de broodnodige inspiratie en energie voor dit alles kan blijven vinden.
Mijn eerste gedachten gaan uit naar het onderhouden van warme sociale contacten. Van nature ben ik een sociaal gericht persoon. Contacten leggen en onderhouden gaan mij gemakkelijk af en daar voel ik mij comfortabel bij. Ze geven mij energie, inspiratie en een gevoel van ‘er toe doen’. Het is voor mij een van de belangrijkste levensgebieden. Een van de voordelen van het ouder worden is, dat je daar alle tijd en aandacht aan kan besteden. In mijn situatie is dit extra aantrekkelijk omdat ik veel van die sociale contacten kan delen met mijn lief.
In alle levensfasen vormen zich rond iedere persoon sociale netwerken. De eerste jaren begint dat met het gezin en familie, dan de school met vriendjes. Hoe ouder je wordt des te meer sociale netwerken ga je om je heen vormen. Soms vallen er weg of worden kleiner, soms komen er nieuwe bij. Eenmaal beland in de pensioen fase merk ik dat deze sociale netwerken zich uitkristalliseren. Zo zijn er na mijn pensioen verdwenen of aanmerkelijk kleiner geworden. Maar ook zijn er nieuwe bijgekomen, waarbij opvalt dat deze contacten zich voornamelijk in mijn directe leefomgeving bevinden: medebewoners in ons appartementencomplex en op ons vaste vakantiestekje in Friesland.
Zoals eerder gezegd is de kans groot dat mijn ‘contacten-leefwereld’ verder zal verkleinen. Veel lieve mensen om mij heen zullen overlijden. Ik zal moeten accepteren dat er contacten zijn, die om welke reden dan ook niet dezelfde inspanning als ik zullen verrichten om deze in stand te houden. Voor mij geldt dat al deze contacten de komende levensfase de grootste rijkdom zijn. Als tachtigjarige ga ik daar met heel veel plezier mee verder en ik zal mijn stinkende best doen om die, waar mogelijk, te onderhouden en te koesteren.



