Gezellig toch?

Hemelvaartdag 1955 om 5 uur ’s morgens opstaan, lunchpakketje maken, dan naar een verzameladres en vervolgens om half 6 als het net licht begint te worden met een vriendengroepje op de fiets. Dauwtrappen heet dat. Waar je heen fietst maakt niet zoveel uit. Vooral de eerste kilometers zijn indrukwekkend, omdat het nog erg stil is in de straten en op de wegen waar je fietst. Onderweg kom je steeds meer groepjes dauwtrappers tegen. Dauwtrappen geeft je als kind een speciaal gevoel van vrijheid en avontuur. Vreemd is dat je in die periode alles op de fietst doet, of liever gezegd, moet doen. Het is het vervoermiddel bij uitstek en feitelijk heb je als kind behoorlijk wat aversie tegen het fietsen. Zeker als je in Arnhem woont, want het is altijd bult op en af. Maar bij het dauwtrappen ervaar je dat allemaal anders. Tegen 10.00 uur is de magie van het dauwtrappen er een beetje af. Je bent moe gefietst, bent uitgekletst, hebt al tig keer een lekke band moeten repareren en je realiseert je dat je wel erg ver van je huis bent geraakt. Later, als ik ga dauwtrappen in mijn pubertijd komt er de spanning bij of je onderweg een groepje leuke meisjes tegenkomt. Die meisjes hebben soms hetzelfde doel, namelijk een groepje jongens ontmoeten en dat is spannend. Nu ruim 50 jaar later mag ik weer eens gaan dauwtrappen op Hemelvaartdag. Dit keer met mijn schoonfamilie, van wie ieder – op mijn geliefde na – gepensioneerd is. Dit keer is er geen sprake van gevoelens als ‘vrijheid en avontuur’ en ook niet van ‘spannend’, maar van het stereotiep ‘gezellig toch?’. Als een groep ouderen namelijk iets met elkaar doet, moet het vooral gezellig zijn, ongecompliceerd en niet al te uitdagend. Ook ouderen zelf beamen dit maar al te graag. Lees verder

Oude wijn in nieuwe zakken

De komende tijd zullen er honderden verzorgingshuizen ‘oude stijl’, moeten sluiten, simpelweg omdat de AWBZ het intramurale woon- en zorgpakket niet meer vergoedt. Langzamerhand hoor en lees ik hoe ouderenzorgorganisaties deze dreigende leegstand willen gaan oplossen. Het omvormen van een verzorgingshuis naar verpleeghuis is er een van. Op die manier komen er verpleeghuisplaatsen bij en die zijn waarschijnlijk in de toekomst hard nodig. De tweede variant is het realiseren van zorg&wonen: de bewoner betaalt huur voor zijn (verzorgingshuis) appartement inclusief de servicekosten. Daarnaast kan hij losse zorgarrangementen inkopen. Wederom vindt er een stelselwijziging in de zorg plaats waar de betrokken sectoren pas op gaan reageren als het zover is en dan zien we vervolgens ‘oude wijn in nieuwe zakken’. Het argument dat al deze plaatsen ook straks nodig zijn omdat het aantal 80plussers verdubbelt de komende 10 jaar, betwijfel ik. Voor een groep ouderen zal het verzorgingshuis altijd een oplossing bieden, maar de meeste ouderen willen dat niet meer. Lees verder

Het verleden als krachtbron

Je hebt een nieuwe baan, of een nieuwe bestuursfunctie in een stichting of vereniging en je mengt je in een discussie over zaken die niet zo goed gaan. Iemand stelt een probleem aan de orde, je denkt er iets van te begrijpen en in je enthousiasme reageer je hoe jij denkt dat het beter kan. Dan komt er een reactie in de sfeer van: ‘Dat is niet nieuw, dat hebben we vroeger al eens zo gedaan, maar na een tijdje is het weer als een nachtkaars uit gegaan.’ Soms hoor je al aan de toon dat iemand het opgegeven heeft om er nog energie in te steken. Een gelijksoortige reactie, die mijn krullend haar rechtop laat staan, is in deze context: ‘Je moet het wiel niet opnieuw uit willen vinden.’ Hoewel ik dit type reacties onderhand wel gewend ben, roept het telkens opnieuw irritatie bij mij op. Ik voel dan de energie bij mijzelf en veel andere mensen wegstromen. En daar kan ik niet tegen. Vervolgens is het patroon dat ik mij vast ga bijten in deze discussie en door ga totdat er wel energie is ontstaan. Het moge duidelijk zijn dat dit vaak niet lukt en dat de sfeer van ‘zo gaat dat met alle ideeën nu eenmaal zo’ blijft hangen. In het uiterste geval noem ik mijzelf in dit type discussies dan hardop ‘een positieve doordrammer’. Lees verder