Arbeid adelt?

In Amerika en Canada is het gewoon: ook na je 65ste werk je vaak door. Dit heeft natuurlijk vooral te maken met het feit dat mensen daar geen AOW en algemeen pensioen hebben en zonder een zeker basisinkomen kan een mens zich niet gemakkelijk handhaven. Maar in Nederland, waar we dat wel hebben, werken tegenwoordig steeds meer 65 plussers door. Onze krantenbezorger die ’s morgens voor dag en dauw onze ochtendkrant bezorgt, is daar een voorbeeld van. Zijn precieze leeftijd is moeilijk in te schatten, want hij draagt een grote helm. Maar ik weet wel dat het een donkere man is en niet meer zo jong. Ik weet dat, omdat we hem een paar keer toevallig overdag hebben zien rondrijden ergens in Rotterdam. Het is een jaar geleden als we hem op een zaterdagmiddag in het centrum van de stad tegenkomen. Wij drinken een pilsje in een van de oudste kroegen in Rotterdam en tot onze verbazing komt daar onze krantenman op zijn brommertje voorrijden en een krant afleveren. Opvallend is zijn kwieke loop op hele grote, stevige zwarte schoenen. En nu, afgelopen vrijdag zitten mijn lief en ik weer ergens op een klein terras in de binnenstad, als we ook daar ineens onze krantenman zien. Hij loopt met de krant vlak langs ons tafeltje om die vervolgens te bezorgen in een winkelpand aan de overzijde van de straat. Onze blikken kruisen elkaar als hij voorbij loopt en het lijkt even of hij ons herkent. Als hij terug komt lopen, spreken we hem aan met de vraag: ‘Volgens ons bezorgt u ook de krant bij ons in de wijk, klopt dat?’ Nu we hem van dichtbij beter kunnen zien, kunnen we inderdaad vaststellen dat het een behoorlijk oude man is. Maar in het donkere gezicht onder de grote helm zien we wel twee jeugdige pretoogjes verschijnen, als hij trots antwoordt: ‘Jazeker, hoor, ik bezorg al jaren allerlei kranten overal in Rotterdam’. Het contact is gelegd; hij gaat er eens goed voor staan, en wij gaan er eens goed voor zitten. Lees verder

Denken, denken, denken

Ik zet mij graag af tegen stereotiepen van ouder worden. Soms met een knipoog, maar meestal serieus. Het is voor mij een kwestie van zelfbescherming. Ik wil vooral op mijn eigen manier oud worden en daarin past bijvoorbeeld niet het voortdurend wauwelen over het weer of over hoe onveilig alles tegenwoordig is. Vooral ouderen bij elkaar zijn daar goed in. Natuurlijk is af en toe een ‘praatje pot’ niet erg, maar ik heb mijn hele leven al behoefte aan inspirerende gesprekken, want daar krijg ik simpelweg energie van. En die energie helpt mij om dagelijks lekker in mijn vel te kunnen zitten. Ik heb inmiddels ontdekt dat dit type conversaties niet te sturen zijn, dus dat heb ik dan ook bijna opgegeven. Ik mijd deze ‘praatjes pot’ nu meestal en heel af en toe zeg ik hardop dat ik het zinloze conversatie vind. Ik merk dan wel dat ik andere mensen daar soms mee te kort doe, al is het maar omdat ik dan weinig empathie ten toon spreid. Echter voor mij zijn dit gesprekken zonder hoop, zonder perspectief en ik wil verder. Ik denk over het ouder worden veel na, soms te veel. Ik kan dat denken niet stoppen. Wil ik soms teveel? Ben ik te eigenwijs? Stel ik mij niet boven de ander? Denk ik niet te zwaar of te groots? Ik heb nu (te) veel tijd om over dit soort dingen na te denken. Maar het denken moet wel leiden naar positieve oplossingen. Ik moet oppassen dat het geen piekeren wordt. Piekeren is zorgend denken, voorstellingen maken in je hoofd van allerlei dingen, die wel of vooral niet goed gaan. Met teveel piekeren raak je weg van het feitelijke gebeuren van je dagelijkse leven en dat wil ik juist niet. Lees verder

Wat wil ik als pensionado worden?

 

                                              Wat wil je later worden? vroeg de juf.

                                                     Het was in de derde klas.

                                                         Ik keek haar aan

                                                         Ik wist het niet

                                                  Ik dacht dat ik al iets was.

Dit gedichtje van Toon Hermans krijg ik gisteren via email toegezonden van mijn hardwerkende lief, met als toegevoegde tekst: ‘Dit lijkt me leuk voor je blog.’ Het is een schot in de roos! Een eenvoudig gedichtje op het eerste gezicht, dat begint met een heel normale vraag ‘Wat wil je later worden’, wordt hier met één zin geplaatst in een prachtig filosofisch kader: ‘Ik keek haar aan, ik wist het niet, ik dacht dat ik al iets was.’ Het gedichtje raakt mijn gemoedstoestand waar ik al enige tijd in zit, nu niet als 9-jarig kind maar als 67-jarige pensionado. Toon Hermans slaat de spijker op zijn kop met dit gedichtje. Ik kan als fulltime pensionado niet meer automatisch terugvallen op mijn maatschappelijke status als werknemer of werkgever. Het gaat nu om mijn specifieke status als mens. Ik moet of ik wil of niet daar naar op zoek gaan en van daar uit een nieuwe, eigen plek in de samenleving verwerven. Een plek waar ik mij lekker bij voel en vooral mijzelf kan zijn. Het grootste deel van mijn leven heb ik vanuit een min of meer vaste structuur geleefd en aan mijn welbevinden kunnen werken: eerst in het gezin, toen op  school en daarna al die jaren in mijn werk. In de dagelijkse context als pensionado valt deze vaste structuur weg voor mij en tegelijkertijd moet ik op zoek gaan naar ‘wat ik als pensionado wil worden’ of eigenlijk ‘wil zijn’. Ik zal mij, net als andere gepensioneerden, nu eens echt met mijzelf bezig moeten gaan houden.

Lees verder