Keuzes maken

Dit jaar ben ik maar liefst drie dagen jarig geweest. Eigenlijk wil ik mijn 69ste verjaardag welke op maandag valt niet echt vieren. Zo van, dat doe ik volgend jaar wel uitgebreid als ik zeventig mag worden. Ik ben overigens niet zo van de grootse verjaardagsfeesten. Ik kies liever voor kleine groepjes waardoor het contact tussen mensen wat persoonlijker kan zijn. Min of meer bij toeval kunnen bijna al mijn broers, zwagers en (schoon)zussen dit keer op zondag en de kans om elkaar weer eens ‘en petit comité’ te zien en te spreken is te mooi om voorbij te laten gaan. Toen dacht ik, dan is het ook wel leuk om enkele vrienden uit te nodigen op de zaterdag. Inclusief de maandag zelf heb ik er dus voor gekozen 3 dagen jarig te zijn en niet eens op een bijzondere verjaardag. Bij 50 jaar bijvoorbeeld wordt iemand toch geacht te zijn gaan behoren bij de grijze en hopelijk wijze Abrahams en Sarahs. Dat wijze houdt in dat je van het leven tot dan hebt geleerd, dat je dat in redelijke mate bewust bent en het deelt met anderen. In de rubriek Levenslessen van Trouw zegt de 91 jarige Paul de Blot, pastor en hoogleraar: ‘Het hele leven is één groot bewustwordingsproces. We evolueren van bewust worden naar bewust zijn. In dat proces kunnen we kiezen of iets nut heeft of onzin is. Bij keuzes duik ik er altijd in.’ Deze man geboren en opgegroeid in Indonesië heeft een adembenemende levensloop. Gevochten bij de commandotroepen van het KNIL, vijf jaar in een concentratiekamp gezeten, inclusief de dodencel, jezuïet geworden, naar Nederland gekomen en uiteindelijk op zijn tachtigste hoogleraar Business Spiritualiteit op Nyenrode en pastor. Nog steeds volop actief op zijn 91ste! In vakantie gelooft hij niet, want hij heeft elke dag plezier. Een van zijn wijze levenslessen is: ‘Ik ben onderdeel van een groter geheel. Ik kijk elke morgen opnieuw wat wordt aangeboden. Dan maak ik een keuze: is dit iets waardoor het geheel beter wordt of moet het anders? Ik hou vast tot er iets beters voorbijkomt.’ Lees verder

Sprookjes

Bij het openen van mijn mailbox zie ik de trekking van de staatsloterij staan. Ik doe dit keer niet mee, maar het kost me wel moeite. Ik laat het lotgeld niet automatisch afschrijven van mijn rekening, want ik wil zelf het besluit nemen om wel of niet mee te doen. Iedere keer als ik dan beslis niet mee te doen, zeg ik tegen mijzelf: ‘Het kost alleen maar geld, je wint toch nooit!’ En als ik wel meedoe dan droom ik ’s nachts in bed van het winnen van de hoofdprijs, die zo hoog is dat ik bij voorbaat al weet, dat ik het niet alleen kan opmaken. Ik ga wel eerst een deel voor mezelf vaststellen. Met het overige geld ga ik anderen gelukkig maken in mijn directe sociale omgeving, kinderen, familie, vrienden. En ook zal ik veel geld aan goede doelen besteden. Maar dan zegt het stemmetje, diep in mij, dat het wel egoïstisch is om eerst aan je zelf te denken en dan pas aan de anderen. Ik begin me al een beetje schuldig te voelen, alleen al om de volgordelijkheid van mijn goedbedoelde acties. Ik zeg dan tegen mijzelf:  ‘Geld maakt niet gelukkig….. gezondheid is vele malen belangrijker? En wat te denken van sociale kontakten of waarden en inspiratie?’ Een ding is zeker: ik ga het geld niet oppotten. Ik geef gemakkelijk uit en deel graag met anderen en ik ben absoluut geen gierigaard. Vrek of gierigaard zijn een beetje ouderwetse woorden. afbeelding geld uit portemonneeModerne woorden zijn geldwolf en zakkenvuller. In oude sprookjes loopt het meestal slecht af met deze mensen. Maar niet in het boek ‘A Christmas Carol’ van Charles Dickens over de oude en verbitterde vrek Ebenezer Scrooge, die in de nacht voor Kerstmis een aantal dromen heeft en daardoor tot inkeer komt. Scrooge is een financier en geldwisselaar die zich zijn leven lang heeft gericht op het verkrijgen van meer geld en verder niets. Hij veracht zelfs alle andere zaken dan geld, inclusief vriendschap en liefde. Het boek wordt uitgegeven in 1844 en in zeer korte tijd moeten er al zeven drukken gemaakt worden. De maatschappelijke reacties zijn fel zowel van de kant van de rijken als van de armen. Bijna tweehonderd jaar later verschijnt het boek ‘Het kan niet waar zijn, onder bankiers’, van Joris Luyendijk. Ook dit boek is in twee maanden een bestseller, waar veel over gesproken wordt. Wij mensen zijn al duizenden jaren hardleers. We zouden meer sprookjes moeten lezen en herlezen. Op internet vind ik een Mongools sprookje over het eerlijk verdelen van geld. De titel luidt: De vijfhonderd geldstukken die er niet waren…….  Lees verder

Echt oud

Kijk ik naar het schilderij kinderspelen van Pieter Bruegel uit 1560 dan zie ik kinderen als volwassenen in zakformaat. Het leven in die periode in Nederland is simpelweg een kwestie van zo snel mogelijk volwassen zijn en zo gauw je oud bent, doodgaan om in het hiernamaals gelukkig te zijn. Anno 2015 nemen we de tijd voor de verschillende periodes in ons leven en heeft elke generatie zo haar eigen uitstraling. Het leven zelf staat centraal. En dat heeft weer tot effect dat we nu in de tijd van het individualisme zitten. Ondanks dat individualisme verbaast het mij wel eens dat er steeds meer stereotiep groepsgedrag en uitstraling is. Ik zie dat bij jong en oud. Bij jongeren noemen we stereotiepen meestal hypes. Zo draagt iedere brugklasser ineens een rugzak, loopt een hele klas met dezelfde sneakers, of zie je overal ineens de grote koptelefoons op kortgeknipte hoofden. De uitslagen van de schoolexamens zijn er en overal zie je de Nederlandse vlag met schooltas aan de gevels hangen. Hele hordes jongeren sluiten hun schoolperiode vervolgens af met een weekje vakantie op Ibiza. De lenteperiode is nog niet begonnen of de eerste Rijncruiseschepen vol bejaarden varen Rotterdam binnen. Ik heb wel eens de idee dat hoe meer individualisme hoe meer stereotiepen er opduiken. Misschien valt het dan extra op? We hebben kennelijk de behoefte om toch ergens bij te horen en dat op de een of andere manier samen met gelijkgezinden zichtbaar te maken.  Lees verder