Vakantiekriebels

‘Wordt het een verre landen vakantie met wat avontuur, of zoeken we het dichterbij en minder avontuurlijk?’ De lente is nog niet begonnen, maar nu het zonnetje begint te schijnen, krijg ik vakantiekriebels. Ik heb als fulltime pensionado, in tegenstelling tot mijn hardwerkende lief, de tijd om die kriebels toe te staan en zelfs extra te voeden. De afgelopen week heb ik dat dan ook gedaan inclusief de poging mijn lief te verleiden om mee te denken over onze komende zomervakantie.

De laatste jaren valt de vakantie keuze telkens op verre landen. Ikzelf ben in eerste instantie geneigd te kiezen voor een vakantie ergens in Europa: zonnig, afgewisseld met wat cultuur en natuurlijk lekker eten en drinken. Ook de kosten spelen natuurlijk een belangrijke rol. Tegelijkertijd voel ik, zeker nu ik pensionado ben, een dwingende behoefte om mijzelf te blijven uitdagen. Niet alleen in mijn dagelijkse leefritme, maar bijvoorbeeld ook als het om vakanties gaat. Ik vergelijk mijn leven wel eens met een trektocht. Je hebt een doel in je leven bereikt, met vallen en opstaan. Je geniet er van (of niet) en vervolgens bedenk je weer nieuwe plannen en voert die uit. Dit alles liefst in goede communicatie met je sociale netwerk. Deze dynamische leefstijl houdt in dat leven is blijven groeien, ook bij het ouder worden. Wel, denk ik, dat de groei zich bij het ouder worden meer en meer afspeelt op de levensgebieden sociale relaties en inspiratie en zingeving. Gelukkig heb ik een lief die net als ik zo in het leven staat, zodat je elkaar daarin versterkt. Ooit hebben we samen twee jaar in Kenya gewoond en gewerkt. Bij terugkomst hebben we ons oorspronkelijke leven in Arnhem omgeruild voor een nieuw leven in Rotterdam. Daar hebben zich stap voor stap onze carrières ontwikkeld en zijn onze beide kinderen geboren en getogen.

Als kind mag ik soms een paar dagen logeren bij een oom en tante, dat heet dan vakantie. Op vakantie gaan met elkaar is pure luxe, waar in ons gezin geen geld voor is. Ik ben 16 jaar als ik voor de eerste keer een weekje op vakantie ga in Noordwijk aan Zee. Het geld daarvoor heb ik zelf verdiend met het rondbrengen van wekelijkse tijdschriften. Dat is bij onze kinderen wel anders. Vanaf hun geboorte kunnen we ons de luxe veroorloven om jaarlijks met hen op vakantie te gaan ergens in Europa. Als zij 17/18 jaar zijn gaan zij zelf op vakantie, vaak naar Verweggiestan. Vakanties en verre landen vakanties maken als vanzelfsprekend onderdeel uit van hun leefstijl. De wereld is hun blikveld, terwijl ik nog steeds moet wennen aan dat gegeven.

Maar goed, nu de eerste zonnige dagen zich manifesteren, moet ik terugdenken aan onze laatste, zeer avontuurlijke vakantie, welke abrupt eindigt in Siberië. img-20160729-wa0015Enigszins weemoedig lees ik nog eens de blogs, die ik daarover geschreven heb in augustus en september 2016. Ik voel tijdens dat lezen het gelukzalige gevoel terugkomen dat mijn lief en ik hadden aan het Baikal meer, vlak voordat de handtas met paspoort gestolen wordt. Dan lees ik de laatste zin van deze blogs: ‘Zelfs is het niet ondenkbaar dat wij volgend jaar het vliegtuig naar Irkoetsk pakken om vandaar uit de reis naar Mongolië en China af te maken.’ Ik voel een boost energie opkomen en weet het zeker. Ik zit toch achter de computer, dus open ik snel de website van YourPlanetTravel en surf naar Trans Mongolië-China Express. Nu maar hopen dat mijn hardwerkende lief ook de vakantiekriebels krijgt……

Oude wijsneus

Deze fulltime pensionado, ik dus, wenst vooral niet geassocieerd te worden met de oude, grijze massa. Natuurlijk hoor ik in het hokje ‘oud’ thuis, maar zo wil ik het niet echt voelen. Als ik jong ben, wil ik het liefst bij mijn eigen generatie horen en dat laat ik zien qua uiterlijk, leefstijl en muziek. SAMSUNG CAMERA PICTURESAls 40/50/60-ger beweeg ik mij permanent tussen jong, middelbaar en oud. Ik ben druk met mijn gezin, mijn werk en mijn carrière. Ik heb een groot sociaal en maatschappelijk netwerk en als het wat minder dreigt te worden, dan vind ik snel weer nieuwe netwerken. Ik wil zeker niet afgeremd worden door oude wijsneuzen of voorbij gestreefd worden door jonge honden. Nu, beginnende zeventiger, ben ik zelf zo’n oude wijsneus, die graag jonge hond wil zijn. Om niet in te kakken, probeer ik daarom kontakt te zoeken met inspirerende leeftijdsgenoten en met andere, liefst jonge honden. Met mijn individuele contacten lukt dat nog wel redelijk, maar goede aansluiting vinden in een groep blijkt lastiger. Ik kom vooral uit bij ouderengroepen en het is de vraag of die dynamisch en uitdagend genoeg zijn naar mijn maatstaven. Hoe vreemd ontwikkelt zich de individuele levensloop op dat punt van sociale contacten.

Wetenschappelijk onderzoek naar de levensloop bij oudere mensen laat zien dat de individuele verschillen tussen mensen toenemen naarmate zij ouder worden. Grote verschillen zijn er altijd tussen mensen. Maar kijkend naar leeftijdscohorten, zien we dat, zeker na gemiddeld het 70/75ste jaar die bandbreedte zowel lichamelijk als geestelijk enorm toeneemt. In ouderengroepen is die extra grote bandbreedte vaak zichtbaar en voelbaar en dat vraagt van de individuele personen om een beetje meer empathie naar elkaar. Tegelijk is het de vraag of je in zo’n groep voor jezelf voldoende energie en inspiratie kan vinden. Op mijn 40ste word ik lid van een lokale Rotary. Ik vind dat een mooie uitdaging, temeer omdat ik in die tijd maatschappelijk extra verantwoordelijkheden zoek en wil hebben. De mix van generaties maakt dat het een zeer actieve en dynamische club is, voor elk wat wils. Als met de jaren de gemiddelde leeftijd omhoog schuift, sluipt er enige sleetsheid in de club. Bijkomend effect is dat er weinig animo is bij jonge mensen om zich aan te melden. Ook omdat ik mij professioneel bezig houd met de levensloop van de mens, vraag ik mijzelf af of het niet beter is te stoppen snel na mijn pensionering. Dat doe ik vervolgens, beseffende dat het in de nieuwe levensfase niet zo gemakkelijk is om een aantrekkelijke nieuwe club of groep te vinden. Dat blijkt inderdaad het geval. Maar dan ineens, ruim driekwart jaar geleden, doet zich de kans voor om mee te doen met een nieuwe club van Past Rotarians. Na enige aarzeling (vanwege de door mij gewenste dynamiek) besluit ik toch mee te doen. Wat is er mooier dan vanaf het begin, vol energie en nieuwe plannen met elkaar een club te starten. Ja, dat het allemaal pensionado’s en dus oude wijsneuzen, zoals ik, zijn, dat weet je van te voren. Maar met een beetje goede wil, een lekkere maaltijd en een goed glas wijn, moet het lukken……..Nu een half jaar later en een enquête verder voel ik nog weinig empathie en dynamiek in de groep. Het voelt zelfs een beetje onwennig en ongemakkelijk.

Maar deze fulltime pensionado –  ik dus – mag dan een oude wijsneus zijn, hij geeft niet gauw op.

 

.

 

 

Hoogbejaard in Afrika

Zij, 84 jaar, van oorsprong Nederlandse, hij Keniaan, 83 jaar. Tijdens ons tweejarig verblijf in Kenia tussen 1981 en 1983 zijn we vrienden geworden. Deze week geven zij in hun nieuwjaarswens via email een inkijkje in hun huidig leven als hoogbejaarden. ‘Wat ons leven in Nairobi betreft zijn we dankbaar voor onze nog redelijk goede gezondheid. Gerald is nog bezig aan zijn boek over Bantoe wijsbegeerte. Hij heeft meer slaap nodig dan vroeger, dus heeft hij minder uren in de dag om er aan te werken. Bovendien is hij ook bezig aan een project i.v.m. onze boerderij in Kiaruhui Village. Hij denkt er over om geiten te fokken en op te houden met koeien. Deze verandering moet grondig worden voorbereid. Er is wel vraag naar geitenmelk en geiten producten, maar meest in Nairobi. De kwestie is dus of de transportkosten niet te hoog zullen zijn om winst te kunnen maken. Ikzelf zit in een oecumenische groep en daarnaast nog in een buurtcomité om iets te doen aan de grote vervuiling van onze omgeving. Ik kijk verder een boek van een Keniaanse vrouw na, die 91 jaar is en nog goed bij de pinken. Ook moet ik het boek van Gerald natuurlijk nakijken. Wat mijn eigen boek betreft is een nicht bezig het in het Nederlands te vertalen.’

20170124_100329Onze ervaringen in Afrika toendertijd hebben laten zien dat het leven primair gericht is op de basisbehoeften van de mens: zorgen dat je een dak boven je hoofd hebt, dat er eten is en dat je kinderen naar school kunnen gaan. Je bent bevoorrecht als je na de school kan studeren. Dat heeft Gerald gedaan. Hij heeft vervolgens als professor Philosophy and Education op de universiteit van Nairobi gewerkt en zich vooral bezig gehouden met de Afrikaanse cultuur. Tegelijk is hij trouw gebleven aan zijn boerderij in het Nyere District. Want een Afrikaan zorgt niet alleen voor zichzelf en zijn gezin, maar vooral ook voor zijn familie en vrienden. En dat gaat bij redelijke gezondheid gewoon door, gepensioneerd of hoogbejaard.

Als ik kijk naar mijn leven, ben ik drie jaar geleden in een gespreid AOW bedje met wat aanvullend pensioen terechtgekomen. Ik hoef niet voor mijn kinderen te zorgen of voor mijn familie en vrienden, want die wonen ook in Nederland met al haar sociale voorzieningen en vangnetten. Ik noem mij sindsdien fulltime pensionado. Dat fulltime heb ik zelf bedacht. Voor mij betekent het dat ik gewoon door wil gaan, zinvol bezig wil zijn en mij nuttig maken. Het fulltime pensionado-zijn voelt voor mij niet alsof ik daar recht op heb. Eigenlijk ervaar ik het een beetje als luxe, hoewel mijn maandinkomen behoorlijk lager is dan toen ik nog werkte. Als ik dat wel eens aan de leestafel tegen iemand zeg, dan is steevast de reactie: “Joh, daar heb je zelf voor betaald, hoor.’ Dat mag dan zo zijn, maar dan nog.

Met veel hoop op mijn eigen hoogbejaarde toekomst, lees ik daarom wat mijn Keniaanse vrienden allemaal nog doen. Wat is er mooier dan op je 83ste nog blogs te schrijven en tegelijk bezig te zijn in je volkstuintje in de Esch? De uitdrukking ‘achter de geraniums zitten’ kent de Keniaan niet, wel lees ik in het boek van Gerald: ‘A home is for spending the night, not for spending the day.’