AOW leeftijd

Er is weer het nodige gedoe over de AOW leeftijd. In 2013 is besloten de AOW leeftijd in stappen te verhogen naar 67 jaar in 2021. Deze verhoging heeft te maken met de levensverwachting die stijgt. Nu blijkt dat de AOW stijging sneller gaat dan de levensverwachting, waardoor AOW-ers over hun hele leven juist per saldo 3% minder staatspensioen ontvangen. Los van de feiten dat ik er zelf geen belang meer bij heb en mijn lief AOW ontvangt op de leeftijd 66 jaar en 8 maanden, vind ik dit hele gedoe volledig achterhaald. Nog steeds is anno 2018 in onze samenleving op veel gebieden de collectieve biologische leeftijd bepalend.

Ik ben al jaren fan van de gedachte achter de term ‘interactieve ontwerpgerontologie’. Hu, wat is dat nou weer??? Eigenlijk is het vrij simpel: je bent in principe zelf verantwoordelijk voor de vorm- en zingeving van je dagelijks leven. Het stellen van doelen daarbij richt zich nooit op één afzonderlijk levensdomein, zoals bijvoorbeeld arbeid. Kwaliteit van leven is een samenspel tussen meerdere levensdomeinen: lichaam/geest, sociale relaties, materiële zaken, arbeid en activiteiten, waarden en inspiratie. Gedurende onze levensloop ontwikkelen we langzamerhand op al deze levensdomeinen een eigen, unieke leefstijl. Deze leefstijl komt in directe onderlinge samenhang en samenwerking tussen deze levensdomeinen tot uiting. Ben je gezond of word je ziek (levensdomein lichaam/geest), dan heeft dat consequenties op alle andere levensgebieden. Gebeurt er iets in je sociale netwerk, je gaat trouwen of weer scheiden…. idem dito. Je krijgt een leuke baan of je raakt werkeloos…. het heeft allemaal effect op je leefstijl. Om telkens opnieuw de balans te houden of te hervinden is goede en permanente interactie met je omgeving noodzakelijk.

Uit gerontologisch onderzoek weten we ook dat de bandbreedte van de individuele verschillen (die er per definitie altijd al zijn!) steeds groter worden naarmate mensen ouder worden. Als gerontoloog onderscheid ik, kijkend naar onze levensloop in combinatie met onze levensverwachting, grofweg drie levensfasen: van kind en jong zijn, van volwassen zijn en (betaald) werken en van ouder zijn en niet meer (betaald) werken. De overgangsperiodes tussen deze fasen zijn individueel niet te fixeren op een (collectieve) biologisch vastgestelde leeftijd.

Deze levensloopkennis vanuit de wetenschap gerontologie zou ons uit moeten dagen om een AOW scenario te bedenken, dat recht doet aan de bandbreedte waarin ieder individu zich bevindt in de overgangsperiode tussen de tweede en derde levensfase. Ik pleit derhalve voor een flexibele AOW/Pensioenperiode tussen de zestig en zevenenzestig jaar, met zelfs nog doorloop mogelijkheden. Natuurlijk moet iemand er in de eerste plaats zelf voor willen kiezen. Daarnaast is het voor (oudere) werkenden belangrijk dat hun functionele capaciteiten een sterke verbinding kunnen hebben met de eigen levensloop. Tenslotte zullen de creatieve rekenmeesters bij de overheid en andere betrokken partijen moeten zoeken naar een goede financiële grondslag voor deze flexibele periode. Wellicht beginnend met een soort aanvullend basisinkomen, later uitmondend in de AOW? Of kunnen er via de belastingen aanvullende, tijdelijke maatregelen genomen worden?

20180606_112817 (2)Zelf heb ik een dergelijke overgangsperiode-op-maat gedaan. Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat dit mogelijk was, dankzij mijn flexibel pensioen en mijn ZZP-schap. Mijn AOW is ook nog ingegaan op het eind van de maand waarin ik 65 jaar werd. Maar ik heb wel zelf de keuze gemaakt om tussen 60-67 jaar in een zelf gekozen ritme betaald werk te doen. Daarbij regelmatig mijzelf vragen stellend als: ‘Ben ik tevreden met mijn gezondheid? Heb ik in mijn ogen voldoende geld tot mijn beschikking? Kijk ik met tevredenheid naar mijn prestaties op diverse terreinen? Leef, werk en handel ik geïnspireerd? Zie ik mijn toekomst voldoende duidelijk en is het een uitdaging?

Hoe het daarna met mij gaat in de derde levensfase kun je lezen in mijn blogs vanaf 2014.

 

Familiereünie

Afgelopen weekend ben ik op een neven- en nichtenreünie van mijn liefs’ kant. Natuurlijk wordt er uitgebreid gesproken over het verleden. Al op zeer jonge leeftijd wordt mijn schoonvader wees. 20180530_150915Het is de periode rond 1920 van de vorige eeuw. Hijzelf, zijn broers en zussen worden op verschillende plaatsen bij familieleden en kennissen grootgebracht en niet altijd in een warm nest. Als een legpuzzel worden deze middag stukjes verleden besproken, weersproken en waar mogelijk aan elkaar gelegd. Het valt mij weer eens op hoe belangrijk het sociale element in ieders bestaan is en blijft. Zeker het familieverband, dat vaak nog intensief beleefd wordt in de levensfase van de ouderdom. De mens is niet enkel een individueel medisch-biologisch wezen. De mens functioneert in samenhang en wisselwerking tussen het lichamelijke, het geestelijke en het sociale. De mens ontwikkelt zich zijn hele leven binnen sociale verbanden.

In een van de gesprekken die ik heb met een neef die pas met pensioen is, praten we erover dat er steeds meer gaten vallen in veel van de oorspronkelijke sociale netwerken. Als je stopt met werken, raak je al snel collega’s en andere werkgerelateerde contacten kwijt. En ook steeds frequenter overlijdt er iemand in je directe omgeving. De wat grotere familie- en vriendenbijeenkomsten vinden meer en meer plaats als er een uitvaart is. Hoe verder je komt in de levensfase van pensionering, hoe meer dat – oh zo wezenlijke – sociale netwerk uitdunt.

Persoonlijk vind ik het moeilijk te accepteren, temeer omdat er niet zo gemakkelijk nieuwe sociale contacten voor terugkomen. Na vier jaar geleden gestopt te zijn met betaald werken is dat netwerk zo goed als buiten beeld. De afgelopen maanden ben ik gestopt met enkele bestuursfuncties. Weer bouw ik iets af, dat nooit meer terugkomt. Eerlijk gezegd voelt dat als verlies. Hetzelfde verliesgevoel krijg ik ook als er fysieke ongemakken opspelen. Ik heb last van mijn ogen, vooral bij het autorijden. Meteen is er het angstbeeld dat het autorijden niet meer kan. Op sombere momenten vrees ik een oude man te worden, die steeds minder sociale contacten heeft en vecht tegen fysieke en sociale verlieservaringen.

20180505_215705Iets later die middag raak ik in gesprek met de oudste neef. Hij is 88 jaar en nog opvallend vitaal op alle fronten. We hebben eten gehaald van het buffet. Het valt mij op dat zijn bord twee keer zo vol is als het mijne. Al etende vertelt hij, dat hij drie maanden geleden gestopt is met tennissen! Jazeker, met drie vrienden van ongeveer dezelfde leeftijd tenniste hij iedere dinsdagmorgen. Hij is gestopt mede omdat hij zijn vrouw, die al enige tijd geestelijk achteruitgaat, niet meer alleen kan laten. Het hele groepje is gestopt, want ze kunnen (of willen?) niet een nieuwe tennismaat vinden. Als hij dit vertelt klinkt er in zijn stem berusting door. In deze fase van zijn leven is het mantelzorgen voor zijn allerliefste vrouw vele malen belangrijker. Het is nu de meest zinvolle en bevredigende taak, die hij zich maar bedenken kan. Op mijn vraag wie er nu bij zijn vrouw is, zei hij: “Mijn kleindochter van 28. Toen zij hoorde van deze reünie heeft ze spontaan aangeboden haar oma gezelschap te houden.’

Na ruim een half uur beëindigt hij het gesprek met de woorden: ‘Ik ben wel veel aan het kletsen, hè? Dat zit in de familie!’ Tot mijn verbazing zie ik dat hij zijn bord helemaal tot de laatste kruimel heeft leeggegeten. Ik voel me op dat moment even een snotneus van 71 jaar, maar wel een die veel inspiratie en energie heeft opgedaan. Ik heb nog veel te leren. Het is een mooi voorbeeld hoe iemand op hoge leeftijd functioneert in samenhang en wisselwerking tussen het lichamelijke, het geestelijke en het sociale.

 

‘Sprongetjes’

Mijn lieve kleindochter Isha groeit flink. Ze is nu zeven maanden oud. Of liever gezegd zeven maanden jong als je haar leeftijd vergelijkt met die van mij, eenenzeventig jaar. Ik leer nu dat baby’s in de eerste twintig levensmaanden telkens ‘sprongetjes’ maken. Het in 1992 geschreven boek Oei, ik groei! beschrijft de theorie dat de mentale vermogens van baby’s zich in sprongen ontwikkelen. In de eerste anderhalf jaar maakt een baby tien van zulke sprongen door. Dergelijke sprongen gebeuren in twee stappen: de baby is een periode huilerig, hangerig, humeurig en dan zie je ineens dat het nieuwe dingen ontdekt of doet. Dat is dan een nieuwe fase in de ontwikkeling. Het grappige is dat de onderzoekers dit principe het eerst ontdekten bij chimpansees in Tanzania. Als oppas-opa op de donderdag kan ik soms iets merken van zo’n sprongetje. Op dit moment is mijn kleindochter zo nieuwsgierig en druk met de omgeving observeren, dat ze geen rust heeft om te slapen. Ondanks dat ze doodmoe is, ligt ze te krijsen in haar bedje. Het vraagt dan veel geduld en uithoudingsvermogen van opa om haar toch in slaap te krijgen. Ik ben benieuwd welk sprongetje ze straks gaat maken. Gaat zij zich zelfstandig omdraaien, of kruipen, of iets anders? We zullen het hopelijk snel zien.

Mijn kleindochter zo observerend, vraag ik mij de laatste weken af of ik ook een ‘sprongetje’ aan het maken ben…..

Sinds enkele weken ben ik mijn dagritme als fulltime pensionado enigszins kwijt. Ik heb geen puf om achter de computer te gaan zitten en een blog te schrijven. Ik doe ineens allerlei fysieke klusjes, zoals de achtergevel van het huis schilderen en mijn schoonzus uit Amsterdam helpen met het opknappen van haar nieuwe woning. Ik ben wel nuttig bezig, maar het voelt matig. Mijzelf observerend denk ik dat ik er last van heb om in deze fase van mijn leven telkens  afscheid te moeten nemen van iets, waarvan je weet dat het niet meer terugkomt. Toen ik vier jaar geleden mijn betaalde werkzaamheden beëindigde, vond ik het best moeilijk een nieuw dagritme met zinvolle bezigheden te vinden. Dat heeft wel een tijdje geduurd. Het lijkt zich nu weer voor te doen met enkele bestuursfuncties, die ik nog heb. Op 22 maart ben ik namelijk gestopt met het voorzitterschap van het bestuur van de Pauluskerk. Op 30 mei stop ik vervolgens als voorzitter van de Vereniging Vrienden van de Pauluskerk. Vergeleken met de wereld van mijn kleindochter, die bij elk sprongetje groter wordt, lijkt bij mij, opa, de wereld bij elk sprongetje kleiner te worden……

Zo bouw je tijdens deze derde levensfase stap voor stap allerlei zinvolle activiteiten af.Buurten-ad-Maas-flyer-def Vervolgens moet je op zoek naar nieuwe, andere activiteiten, die wat mij betreft liefst ook zinvol moeten zijn. Ik ben er inmiddels wel achter gekomen dat als er dingen wegvallen zich er vaak weer andere mogelijkheden aandienen. Zo ben ik de laatste tijd actiever geworden in onze wijk. Onder de titel ‘Buurten aan de Maas’ organiseer ik samen met andere buurtbewoners ontmoetingsavonden in de wijk.

Als gerontoloog en ervaringsdeskundige zie ik het leven als een trektocht. Elke dag, je hele leven lang, is weer een nieuwe dag, met nieuwe ervaringen en keuzes. Je mag hopen dat je in een warm nest ter wereld komt. Je mag hopen dat je met vallen en opstaan een unieke, eigen leefstijl gaat ontwikkelen, altijd interactief met je sociale en maatschappelijke omgeving. Je mag hopen dat op je trektocht communicatie en zelfsturing de belangrijkste principes zijn. Je mag hopen in dialoog met anderen elke dag te kunnen werken aan nieuwe ideeën, gewenste veranderingen en oplossingen voor moeilijke momenten.

En zeg nou eerlijk: wat maakt mij als opa gelukkiger dan op te passen op mijn kleindochter Isha en dan eind van de dag namens allebei te kunnen zeggen: ‘Oei, ik groei vandaag een beetje!’