‘Sprongetjes’

Mijn lieve kleindochter Isha groeit flink. Ze is nu zeven maanden oud. Of liever gezegd zeven maanden jong als je haar leeftijd vergelijkt met die van mij, eenenzeventig jaar. Ik leer nu dat baby’s in de eerste twintig levensmaanden telkens ‘sprongetjes’ maken. Het in 1992 geschreven boek Oei, ik groei! beschrijft de theorie dat de mentale vermogens van baby’s zich in sprongen ontwikkelen. In de eerste anderhalf jaar maakt een baby tien van zulke sprongen door. Dergelijke sprongen gebeuren in twee stappen: de baby is een periode huilerig, hangerig, humeurig en dan zie je ineens dat het nieuwe dingen ontdekt of doet. Dat is dan een nieuwe fase in de ontwikkeling. Het grappige is dat de onderzoekers dit principe het eerst ontdekten bij chimpansees in Tanzania. Als oppas-opa op de donderdag kan ik soms iets merken van zo’n sprongetje. Op dit moment is mijn kleindochter zo nieuwsgierig en druk met de omgeving observeren, dat ze geen rust heeft om te slapen. Ondanks dat ze doodmoe is, ligt ze te krijsen in haar bedje. Het vraagt dan veel geduld en uithoudingsvermogen van opa om haar toch in slaap te krijgen. Ik ben benieuwd welk sprongetje ze straks gaat maken. Gaat zij zich zelfstandig omdraaien, of kruipen, of iets anders? We zullen het hopelijk snel zien.

Mijn kleindochter zo observerend, vraag ik mij de laatste weken af of ik ook een ‘sprongetje’ aan het maken ben…..

Sinds enkele weken ben ik mijn dagritme als fulltime pensionado enigszins kwijt. Ik heb geen puf om achter de computer te gaan zitten en een blog te schrijven. Ik doe ineens allerlei fysieke klusjes, zoals de achtergevel van het huis schilderen en mijn schoonzus uit Amsterdam helpen met het opknappen van haar nieuwe woning. Ik ben wel nuttig bezig, maar het voelt matig. Mijzelf observerend denk ik dat ik er last van heb om in deze fase van mijn leven telkens  afscheid te moeten nemen van iets, waarvan je weet dat het niet meer terugkomt. Toen ik vier jaar geleden mijn betaalde werkzaamheden beëindigde, vond ik het best moeilijk een nieuw dagritme met zinvolle bezigheden te vinden. Dat heeft wel een tijdje geduurd. Het lijkt zich nu weer voor te doen met enkele bestuursfuncties, die ik nog heb. Op 22 maart ben ik namelijk gestopt met het voorzitterschap van het bestuur van de Pauluskerk. Op 30 mei stop ik vervolgens als voorzitter van de Vereniging Vrienden van de Pauluskerk. Vergeleken met de wereld van mijn kleindochter, die bij elk sprongetje groter wordt, lijkt bij mij, opa, de wereld bij elk sprongetje kleiner te worden……

Zo bouw je tijdens deze derde levensfase stap voor stap allerlei zinvolle activiteiten af.Buurten-ad-Maas-flyer-def Vervolgens moet je op zoek naar nieuwe, andere activiteiten, die wat mij betreft liefst ook zinvol moeten zijn. Ik ben er inmiddels wel achter gekomen dat als er dingen wegvallen zich er vaak weer andere mogelijkheden aandienen. Zo ben ik de laatste tijd actiever geworden in onze wijk. Onder de titel ‘Buurten aan de Maas’ organiseer ik samen met andere buurtbewoners ontmoetingsavonden in de wijk.

Als gerontoloog en ervaringsdeskundige zie ik het leven als een trektocht. Elke dag, je hele leven lang, is weer een nieuwe dag, met nieuwe ervaringen en keuzes. Je mag hopen dat je in een warm nest ter wereld komt. Je mag hopen dat je met vallen en opstaan een unieke, eigen leefstijl gaat ontwikkelen, altijd interactief met je sociale en maatschappelijke omgeving. Je mag hopen dat op je trektocht communicatie en zelfsturing de belangrijkste principes zijn. Je mag hopen in dialoog met anderen elke dag te kunnen werken aan nieuwe ideeën, gewenste veranderingen en oplossingen voor moeilijke momenten.

En zeg nou eerlijk: wat maakt mij als opa gelukkiger dan op te passen op mijn kleindochter Isha en dan eind van de dag namens allebei te kunnen zeggen: ‘Oei, ik groei vandaag een beetje!’

 

Vrijwilligerswerk

Tweeëndertig jaar heb ik vrijwilligerswerk mogen doen in de Pauluskerk, vooral in mijn rol als bestuurder. Een mooi moment in die jaren is het in ontvangst mogen nemen van de Rotterdamse Laurenspenning in 2013 namens de ruim 250 vrijwilligers. De Pauluskerk heeft er altijd naar gestreefd een vrijwilligersorganisatie te zijn met een kleine professionele staf. Alleen tijdens de jaren negentig vorige eeuw, als er grote groepen zwaar verslaafden opgevangen worden, zijn er extra betaalde medewerkers. Het is de periode na de sluiting van Perron 0. We krijgen dan gemeentelijke subsidie om met extra professionele medewerkers de opvang van deze groep zeer zware heroïnegebruikers in goede banen te leiden.

De opvang van verslaafden begint in de jaren tachtig als er in Rotterdam een harde kern is, die zich niet wil laten opnemen in afkickprogramma’s, waar vaak allerlei voorwaarden vooraf gesteld worden. Zij zwerven bedelend op straat vooral in het centrum op zoek naar van alles en nog wat, als het maar resulteert in de mogelijkheid om drugs te scoren. De Pauluskerk trekt zich het lot aan van deze groep vastgelopen drugsgebruikers en ontvangt hen dagelijks in het Open Huis en in het Eethuis. Voor het eerst krijgen deze mensen een eigen plek, waar ze niet opgejaagd worden. Het motto van dominee Hans Visser in die tijd luidt: ‘Wel drang, geen dwang’. De eenvoudige medische dienst, de maatschappelijke opvang, de kosterij, iedereen draait overuren. Veel vrijwilligers raken overbelast en soms behoorlijk gefrustreerd. Er worden schone naalden verstrekt; er worden pogingen ondernomen om met huisdealers te werken, zodat er goede controle is op kwaliteit en prijs. De groep die dagelijks in ons Open Huis komt wordt echter te groot, het zijn er honderden. De kerk kan het niet aan. Dan, tussen 1987 en 1994 wordt er pal naast het centraal station van Rotterdam een vrijplaats voor drugsgebruikers opgericht, Perron 0. De Pauluskerk is landelijk nieuws, zelfs ver over de grenzen. Maar Perron 0 is onhoudbaar en wordt uiteindelijk gesloten. De groep zwaarverslaafden komt wederom in de kerk en feitelijk zijn we weer terug bij af.

IMG-20180325-WA0010Onze rol als bestuurders in die periode is moeilijk. We weten dat we af en toe balanceren op de grens van wat legaal en illegaal is. De dynamiek van dit gebeuren vindt hoofdzakelijk plaats onder leiding van Hans Visser. We proberen zo goed en zo kwaad als het kan de dominee te ondersteunen en tegelijk te behoeden voor onverantwoorde acties. Regelmatig horen we pas via de media als er weer iets bijzonders gebeurd is. Gelukkig heeft de Pauluskerk een fantastisch netwerk van medestanders, ook bij de lokale en landelijke overheden. Ambtenaren en bestuurders die met een groot en warm hart willen helpen. Niet ongenoemd mag blijven de relatie met de burgemeesters in al die jaren: eerst Bram Peper, toen Ivo Opstelten en nu Ahmed Aboutaleb.

Voor ons als bestuur wordt het steeds duidelijker dat het kerkgebouw totaal niet (meer) geschikt is voor ons werk. De ruimtes puilen uit van de bezoekers, zowel overdag als ’s nachts. De exploitatiecijfers in die jaren worden steeds slechter. Met kunst en vliegwerk lukt het ons toch het hoofd boven water te houden. Het diaconale project Pauluskerk dreigt uit de hand te lopen. We krijgen een extra waarschuwing als er in de nieuwjaarsnacht van het jaar 2000 een vreselijke brand plaatsvindt in Volendam.

We besluiten toe te werken naar de bouw van een nieuwe kerk. We zijn overtuigd van het nut en de noodzaak van ons diaconale werk om al die gemarginaliseerde Rotterdamse medeburgers op te vangen. Dat moet doorgaan! Samen met de eigenaar van de kerk, de Centrale Diaconie, hebben we een zeer goed uitgedachte gronddeal met de ontwikkelaar van het gehele Calypso project kunnen sluiten. Jaren later, in 2013, wordt uiteindelijk een prachtige nieuwe kerk opgeleverd, die optimaal ingericht is voor de opvang van vele gemarginaliseerde Rotterdammers.

Weer een nieuwe lente

20180313_143944De lente 2018 komt eraan. Voor mij wordt dat een bijzondere lente. Woensdag 21 maart neem ik afscheid van het bestuur van de Pauluskerk, waarvan ik de laatste tien jaar voorzitter heb mogen zijn! Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn het dominee Hans Visser en nu dominee Dick Couvée die de Pauluskerk in hartje Rotterdam open stellen voor dagelijkse opvang van Rotterdamse dak- en thuislozen, vluchtelingen, drugsverslaafden, psychiatrische patiënten en andere mensen die in de marge van de samenleving leven. Dankzij de hulp van meer dan 250 vrijwilligers groeit deze plek uit tot de grootste huiskamer van Rotterdam en zelfs van Nederland. Ik kan mij de afgelopen dagen nauwelijks voorstellen dat ik maar liefst tweeëndertig jaar als bestuurder en soms in andere rollen betrokken ben geweest bij het wel en wee van al die mensen die proberen zich met vallen en opstaan staande te houden in onze samenleving.

In 1983, als ik terugkeer na een verblijf van twee jaar in Kenya, krijg ik een baan in Rotterdam. Voor mij voelt dat extra bijzonder omdat ik als geboren Arnhemmer (1946) terechtkom in de geboortestad van mijn vader (1910), die kort daarna verhuisd naar Arnhem. Rotterdam en Arnhem, allebei steden die zwaar getroffen zijn door Duitse bombardementen. De stad is bezig met een gigantische operatie van her- en nieuwbouw. Geen woorden maar daden zijn zichtbaar en hoorbaar op elke straathoek. De stad bruist van de mensen en de energie. Ik voel mij snel thuis in Rotterdam. In het leven van mijn lief en mij begint een nieuwe lente met als hoogtepunt de geboortes van onze dochter en zoon in 1984 en 1986.

Dan in 1986 word ik gevraagd namens het Katholiek Centrum voor Welzijnsbehartiging bestuurslid te worden van de Pauluskerk. Andere kandidaten willen niet, misschien wel omdat zij deze Pauluskerk van Hans Visser te anarchistisch vinden. Mij lijkt het spannend en een grote uitdaging hierbij betrokken te raken. En daarmee zeg ik niets teveel kan ik nu na veel hoogte- en dieptepunten vaststellen. Ik durf zelfs een beetje trots te zijn. In al deze zeer turbulente jaren zijn we in staat gebleken niet te verworden tot een institutie, een wat abstract organisatorisch geheel. De gemarginaliseerde medemens is al die jaren centraal blijven staan. Week in week uit zijn tot op de dag van vandaag, zeven dagen per week, honderden medeburgers welkom in ons Open Huis. Samen met veel vrijwilligers jong en oud doen we ons stinkende best deze medemens centraal te stellen en met respect, liefde en zorg tegemoet te treden. We bieden hen veiligheid en geven hen vertrouwen in zichzelf en in elkaar. Bij de opening van de nieuwe Pauluskerk in 2013 noemt onze burgemeester Aboutaleb het ‘de huiskamer van Rotterdam’.

Als de nieuwe lente straks op 21 maart officieel begint, zijn er gemeenteraadsverkiezingen. De Pauluskerk is op dit moment samen met tientallen organisaties zeer actief om de armoede in Rotterdam hoog op de agenda van de stad te krijgen. Op 14 maart wordt het manifest Rotterdam Schuldenvrij aangeboden aan alle politieke partijen op één na, Leefbaar Rotterdam. Hoe bizar ook, maar deze (Rotterdamse) partij weigert al jaren om de Pauluskerk binnen te komen en het gesprek over onze gemarginaliseerde medemens open aan te gaan. Het is te triest voor woorden!

In mijn persoonlijk leven is precies vijf maanden geleden een nieuwe lente aangebroken bij de geboorte van onze kleindochter. De komende tijd gaat deze opa met veel plezier een aantal donderdagen oppassen. En in april is het weer feest als onze dochter en haar vriendin hun relatie officieel gaan bevestigen met het tekenen van een geregistreerd partnerschap. Dit zijn ongelooflijk mooie, dankbare en zeer waardevolle momenten in het leven. En wat de Pauluskerk betreft ben ik ontzettend dankbaar voor de kans die ik zoveel jaren gekregen en genomen heb. Ik zal een beetje afstand moeten nemen en dan zien we wel. De komende weken ga ik eerst een aantal blogs over de afgelopen tweeëndertig jaar Pauluskerk schrijven….wordt dus vervolgd!