Mijn stokpaardje

Mijn stokpaardje is dat er persoonlijke groei en ontwikkeling mogelijk is in de derde levensfase. Je hebt als pensionado meer tijd voor jezelf. Natuurlijk bepaal je zelf in welk type groei en ontwikkeling je energie wil steken.

In de vijf jaar dat ik mij nu fulltime pensionado noem, stel ik als gerontoloog én als ervaringsdeskundige vast dat er net als in mijn eerdere levensfasen telkens weer nieuwe stappen gezet kunnen worden. Elke stap betekent nieuwe uitdagingen, nieuwe energie, loslaten van oude netwerken en opstarten van nieuwe. Het laatste jaar verschuift mijn aandacht meer naar opa-zijn voor mijn lieve kleindochter en naar vrijwilligersactiviteiten in de buurt. Mij valt op dat mijn directe leefwereld daardoor kleiner en intiemer wordt. Als een soort tegenhanger merk ik tegelijkertijd de behoefte te hebben (en tijd en geld) spannende, verre reizen te maken.

20180618_112152

Het mooie is dat je tijdens die goed georganiseerde reizen een beetje kan kennismaken met totaal andere leefwijzen dan je gewend bent. Zo hebben we vorig jaar vier dagen doorgebracht bij nomaden in Mongolië en enkele dagen bij een Russische familie in Siberië. Dit jaar gaan we een stukje van de Zijderoute doen: Iran, Turkmenistan, Oezbekistan en Kazachstan. Al die ervaringen, dichtbij en ver van huis, zijn voor mij zeer inspirerend. Vanuit mijn behoefte aan zingeving investeer ik daarom extra in groei en ontwikkeling ten aanzien van sociale contacten. Niet alleen in mijn directe, kleine leefwereld met familie, vrienden en nu dan sinds kort met buurtbewoners, maar ook op vakantie tijdens de verre reizen.

Doordat ik bijvoorbeeld meer energie in mijn buurt stop, ga ik anders kijken naar mijn buren en mijn directe leefomgeving. In 2016 ben ik met een groepje buurtbewoners met steun van onze Gebiedscommissie een bewonersinitiatief gestart onder de titel ‘Verbetering luchtkwaliteit Maasboulevard’. Luchtkwaliteit is een mega probleem dat niet zo makkelijk op te lossen is. Mensen die vlakbij een drukke weg wonen op minder dan 100 meter hebben een grotere kans om aan een hart- of longziekte te sterven, zo blijkt uit onderzoek. Het is dus niet vreemd dat ik mij, samen met andere buurtbewoners, ongerust maak omdat we slechts 15 meter van een zeer drukke weg wonen. Ons bewonersinitiatief is relatief simpel en zal het fijnstofprobleem niet oplossen, maar wel verkleinen. Wij willen graag dat pal langs de binnenkomende route, waar 24 uur per etmaal auto’s rijden, de strook gras grotendeels vervangen wordt door lage groenperken met planten, struiken en mossoorten die fijnstof kunnen opvangen of afbreken. We noemen dat ‘slim groen’. Voor ons als bewoners snijdt het mes aan twee kanten, want er is sprake van enige verbetering luchtkwaliteit en een dergelijke groenvoorziening maakt onze leefomgeving aantrekkelijker.

Maasboulevard - Oostmaaslaan - ©LéonRichard (14) edit EricNu zijn bewonersinitiatieven sneller bedacht dan gerealiseerd. We willen graag een pilot proefopstelling maken om enige effecten te meten. Helaas stuit ons plannetje op grote bezwaren vanuit de gemeente afdeling beheer. Kern van die bezwaren is tweeledig: duurder in onderhoud en het beeld past niet in de zogenaamde Rotterdamse stijl voor buitenruimten. Na anderhalf jaar vruchteloos leuren hebben we gelukkig een enthousiaste partner gevonden, waar we onze proefopstelling met ‘slim groen’ wel kunnen realiseren, het Hoogheemraadschap Schieland Krimpenerwaard. Hun onlangs gerenoveerde hoofdkantoor staat langs de Maasboulevard. Als waterschap hebben zij ‘groenblauwe’ ambities en met die intentie gaan zij in de tweede helft van dit jaar hun voorplein herinrichten, inclusief onze bloembak met slim groen! Extra aandacht kan ons bewonersinitiatief genereren omdat tegenover het Hoogheemraadschap ook aan de Maasboulevard Blue City ligt. Blue City (voormalig Tropicana) is onze mede initiatiefnemer en staat voor een circulaire economie waar geen afval bestaat. Het is een bedrijfsverzamelgebouw waar de reststromen van de één als grondstof gebruikt wordt door de ander.

Met dit bewonersinitiatief leveren we als buurtbewoners samen met (semi) overheden en bedrijfsleven een kleine klimaatvriendelijke bijdrage aan onze eigen directe leefomgeving.

Zeg nou zelf, dat is toch inspirerend en zinvol om daar als fulltime pensionado tijd en energie in te kunnen steken!

 

AOW leeftijd

Er is weer het nodige gedoe over de AOW leeftijd. In 2013 is besloten de AOW leeftijd in stappen te verhogen naar 67 jaar in 2021. Deze verhoging heeft te maken met de levensverwachting die stijgt. Nu blijkt dat de AOW stijging sneller gaat dan de levensverwachting, waardoor AOW-ers over hun hele leven juist per saldo 3% minder staatspensioen ontvangen. Los van de feiten dat ik er zelf geen belang meer bij heb en mijn lief AOW ontvangt op de leeftijd 66 jaar en 8 maanden, vind ik dit hele gedoe volledig achterhaald. Nog steeds is anno 2018 in onze samenleving op veel gebieden de collectieve biologische leeftijd bepalend.

Ik ben al jaren fan van de gedachte achter de term ‘interactieve ontwerpgerontologie’. Hu, wat is dat nou weer??? Eigenlijk is het vrij simpel: je bent in principe zelf verantwoordelijk voor de vorm- en zingeving van je dagelijks leven. Het stellen van doelen daarbij richt zich nooit op één afzonderlijk levensdomein, zoals bijvoorbeeld arbeid. Kwaliteit van leven is een samenspel tussen meerdere levensdomeinen: lichaam/geest, sociale relaties, materiële zaken, arbeid en activiteiten, waarden en inspiratie. Gedurende onze levensloop ontwikkelen we langzamerhand op al deze levensdomeinen een eigen, unieke leefstijl. Deze leefstijl komt in directe onderlinge samenhang en samenwerking tussen deze levensdomeinen tot uiting. Ben je gezond of word je ziek (levensdomein lichaam/geest), dan heeft dat consequenties op alle andere levensgebieden. Gebeurt er iets in je sociale netwerk, je gaat trouwen of weer scheiden…. idem dito. Je krijgt een leuke baan of je raakt werkeloos…. het heeft allemaal effect op je leefstijl. Om telkens opnieuw de balans te houden of te hervinden is goede en permanente interactie met je omgeving noodzakelijk.

Uit gerontologisch onderzoek weten we ook dat de bandbreedte van de individuele verschillen (die er per definitie altijd al zijn!) steeds groter worden naarmate mensen ouder worden. Als gerontoloog onderscheid ik, kijkend naar onze levensloop in combinatie met onze levensverwachting, grofweg drie levensfasen: van kind en jong zijn, van volwassen zijn en (betaald) werken en van ouder zijn en niet meer (betaald) werken. De overgangsperiodes tussen deze fasen zijn individueel niet te fixeren op een (collectieve) biologisch vastgestelde leeftijd.

Deze levensloopkennis vanuit de wetenschap gerontologie zou ons uit moeten dagen om een AOW scenario te bedenken, dat recht doet aan de bandbreedte waarin ieder individu zich bevindt in de overgangsperiode tussen de tweede en derde levensfase. Ik pleit derhalve voor een flexibele AOW/Pensioenperiode tussen de zestig en zevenenzestig jaar, met zelfs nog doorloop mogelijkheden. Natuurlijk moet iemand er in de eerste plaats zelf voor willen kiezen. Daarnaast is het voor (oudere) werkenden belangrijk dat hun functionele capaciteiten een sterke verbinding kunnen hebben met de eigen levensloop. Tenslotte zullen de creatieve rekenmeesters bij de overheid en andere betrokken partijen moeten zoeken naar een goede financiële grondslag voor deze flexibele periode. Wellicht beginnend met een soort aanvullend basisinkomen, later uitmondend in de AOW? Of kunnen er via de belastingen aanvullende, tijdelijke maatregelen genomen worden?

20180606_112817 (2)Zelf heb ik een dergelijke overgangsperiode-op-maat gedaan. Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat dit mogelijk was, dankzij mijn flexibel pensioen en mijn ZZP-schap. Mijn AOW is ook nog ingegaan op het eind van de maand waarin ik 65 jaar werd. Maar ik heb wel zelf de keuze gemaakt om tussen 60-67 jaar in een zelf gekozen ritme betaald werk te doen. Daarbij regelmatig mijzelf vragen stellend als: ‘Ben ik tevreden met mijn gezondheid? Heb ik in mijn ogen voldoende geld tot mijn beschikking? Kijk ik met tevredenheid naar mijn prestaties op diverse terreinen? Leef, werk en handel ik geïnspireerd? Zie ik mijn toekomst voldoende duidelijk en is het een uitdaging?

Hoe het daarna met mij gaat in de derde levensfase kun je lezen in mijn blogs vanaf 2014.

 

Familiereünie

Afgelopen weekend ben ik op een neven- en nichtenreünie van mijn liefs’ kant. Natuurlijk wordt er uitgebreid gesproken over het verleden. Al op zeer jonge leeftijd wordt mijn schoonvader wees. 20180530_150915Het is de periode rond 1920 van de vorige eeuw. Hijzelf, zijn broers en zussen worden op verschillende plaatsen bij familieleden en kennissen grootgebracht en niet altijd in een warm nest. Als een legpuzzel worden deze middag stukjes verleden besproken, weersproken en waar mogelijk aan elkaar gelegd. Het valt mij weer eens op hoe belangrijk het sociale element in ieders bestaan is en blijft. Zeker het familieverband, dat vaak nog intensief beleefd wordt in de levensfase van de ouderdom. De mens is niet enkel een individueel medisch-biologisch wezen. De mens functioneert in samenhang en wisselwerking tussen het lichamelijke, het geestelijke en het sociale. De mens ontwikkelt zich zijn hele leven binnen sociale verbanden.

In een van de gesprekken die ik heb met een neef die pas met pensioen is, praten we erover dat er steeds meer gaten vallen in veel van de oorspronkelijke sociale netwerken. Als je stopt met werken, raak je al snel collega’s en andere werkgerelateerde contacten kwijt. En ook steeds frequenter overlijdt er iemand in je directe omgeving. De wat grotere familie- en vriendenbijeenkomsten vinden meer en meer plaats als er een uitvaart is. Hoe verder je komt in de levensfase van pensionering, hoe meer dat – oh zo wezenlijke – sociale netwerk uitdunt.

Persoonlijk vind ik het moeilijk te accepteren, temeer omdat er niet zo gemakkelijk nieuwe sociale contacten voor terugkomen. Na vier jaar geleden gestopt te zijn met betaald werken is dat netwerk zo goed als buiten beeld. De afgelopen maanden ben ik gestopt met enkele bestuursfuncties. Weer bouw ik iets af, dat nooit meer terugkomt. Eerlijk gezegd voelt dat als verlies. Hetzelfde verliesgevoel krijg ik ook als er fysieke ongemakken opspelen. Ik heb last van mijn ogen, vooral bij het autorijden. Meteen is er het angstbeeld dat het autorijden niet meer kan. Op sombere momenten vrees ik een oude man te worden, die steeds minder sociale contacten heeft en vecht tegen fysieke en sociale verlieservaringen.

20180505_215705Iets later die middag raak ik in gesprek met de oudste neef. Hij is 88 jaar en nog opvallend vitaal op alle fronten. We hebben eten gehaald van het buffet. Het valt mij op dat zijn bord twee keer zo vol is als het mijne. Al etende vertelt hij, dat hij drie maanden geleden gestopt is met tennissen! Jazeker, met drie vrienden van ongeveer dezelfde leeftijd tenniste hij iedere dinsdagmorgen. Hij is gestopt mede omdat hij zijn vrouw, die al enige tijd geestelijk achteruitgaat, niet meer alleen kan laten. Het hele groepje is gestopt, want ze kunnen (of willen?) niet een nieuwe tennismaat vinden. Als hij dit vertelt klinkt er in zijn stem berusting door. In deze fase van zijn leven is het mantelzorgen voor zijn allerliefste vrouw vele malen belangrijker. Het is nu de meest zinvolle en bevredigende taak, die hij zich maar bedenken kan. Op mijn vraag wie er nu bij zijn vrouw is, zei hij: “Mijn kleindochter van 28. Toen zij hoorde van deze reünie heeft ze spontaan aangeboden haar oma gezelschap te houden.’

Na ruim een half uur beëindigt hij het gesprek met de woorden: ‘Ik ben wel veel aan het kletsen, hè? Dat zit in de familie!’ Tot mijn verbazing zie ik dat hij zijn bord helemaal tot de laatste kruimel heeft leeggegeten. Ik voel me op dat moment even een snotneus van 71 jaar, maar wel een die veel inspiratie en energie heeft opgedaan. Ik heb nog veel te leren. Het is een mooi voorbeeld hoe iemand op hoge leeftijd functioneert in samenhang en wisselwerking tussen het lichamelijke, het geestelijke en het sociale.