Wij zoeken op onze reizen altijd contact met de lokale bevolking. In Israël is dat lastig op de een of andere manier. Daarentegen in Jordanië begint het bij de grens wat dat betreft goed. Het eerste dat onze chauffeur aanbiedt, is thee drinken bij vrienden in een restaurantje. Zo verwelkom je gasten! Hij brengt ons vervolgens naar Madaba. Deze stad is beroemd om zijn vloermozaïek in de St. Joriskerk, waarop de landkaart van het Heilige Land in de 6e eeuw na Christus is uitgebeeld. Vlakbij deze stad ligt Mount Nebo, waar Mozes ooit uitkeek over het Beloofde Land.
In Madaba sluit een goede vriend zich bij ons aan. We reizen de komende dertien dagen gedrieën door Jordanië. De natuur is overweldigend mooi met als toppers het woestijngebied Wadi Rum met zijn bizarre bergformaties en het natuurreservaat Dana. Qua oude cultuur zijn de goed bewaarde ruïnesteden Petra en Jerash hoogtepunten. Jordanië als vakantie bestemming is een feest qua natuur en cultuur, maar zeker ook wat betreft de mensen, zo merken we. We overnachten tijdens deze reis in een kampement dat gerund wordt door Bedoeinen. We krijgen een gastvrij onthaal en een heerlijke maaltijd. Het is een prachtige plek. We ontmoeten daar bij het kampvuur ook enkele jonge vakantiegangers uit andere landen. Het enige niet comfortabele voor mij als pensionado is de tent waar ik ’s nachts enkele keren op mijn knieën in en uit moet kruipen om in het pikkedonker naar de toilet te gaan.
Later in Wadi Rum overnachten we weer in een Bedoeientent, maar dit keer zo groot als een huisje. Hier raken we na het ontbijt in gesprek met een man die kamelen fokt voor hardloopwedstrijden. Hij is net terug van een groot toernooi in Saoedi Arabië. Zijn kameel heeft meegedaan met de race voor driejarigen. Je jaagt de kamelen op via een microfoontje dat zij in de oren gestopt krijgen. Je kunt aan het gebit aflezen hoe oud een kameel is. Het zijn allemaal vrouwtjes die meedoen, want mannetjes kunnen zeer agressief zijn, ook voor hun begeleiders. Een goede vriend van hem is onlangs doodgebeten door zijn eigen kameel. Het gesprek wordt snel beëindigd als we praten over de politiek en het vele geweld in de regio rond Saoedi Arabië. Zijn reactie is dat het niets met politiek of geloof te maken heeft. Er is geen specifieke reden dat moslims elkaar afslachten, anders dan te willen laten zien dat je wapens hebt en hoe sterk je bent….
Persoonlijke gesprekken hebben we met onze chauffeur in Amman. Hij nodigt ons uit in zijn appartement. Zijn familie lijkt in goede doen, want hij woont samen met zijn broers, zussen en ouders in een mooi appartementengebouw. Hij laat eerst mijn lief het appartement zien, want zijn vrouw is thuis en zit nog ongesluierd in de keuken. Zij is een zeer gelovige moslima, die de hele dag naar een enorm grote TV kijkt waarop alleen maar Mekka te zien is. Hij vindt dat wel een beetje teveel van het goede. Hij wil regelen dat zijn oudste zoon naar de universiteit in Turkije gaat. Daar is de opleiding goedkoper dan in Jordanië.
Op de laatste avond hebben mijn lief en ik een onverwachte ontmoeting. Op een stenen trap voor een gebouw zit een oude vrouw volledig in het zwart met hoofddoek. Naast haar staat een jongere man. De vrouw spreekt ons aan in het Duits. Wij zeggen dat we uit Nederland komen. Dan begint zij te vertellen ooit in Nederland te zijn geweest….voor een abortus. Haar man was chirurg en werkte in Duitsland. Hij wilde dat zij abortus pleegde, maar dat mocht niet in Duitsland. Zij leefde toen in luxe en was een mooie westers geklede vrouw. Al weer heel lang is zij terug in Jordanië. Zij is 73 jaar, even oud als ik. Haar zoon, die in Europa werkte is teruggekomen om voor zijn moeder te zorgen.
Met deze bijzondere ontmoeting, zo midden op straat, sluiten we de mooie vakantie in Jordanië af.
Toen dacht ik dat er wereldwijd een besef was, dat muren tussen mensen totaal geen oplossing biedt, laat staan vrede. Helaas, we leren niet van de geschiedenis. Het bouwen van muren gaat niet alleen verder in dit gebied, ook de grootste vriend van Israël, Donald Trump heeft de smaak van muren bouwen ontdekt.
Daar aangekomen, blijkt dat we moeten wachten op de bus, die ons naar het Jordaanse grensgedeelte brengt. Gelukkig is er een hal met airco, want het is 29 graden Celsius. Na een half uur mogen we de bus in stappen, nadat iemand onze papieren heeft gecontroleerd. We zijn de enige passagiers. Bij de Jordaanse grens lopen we op goed geluk naar een van de gebouwen. Bij de deur staat een bordje met de tekst ‘No luggage allowed’. Enigszins ongemakkelijk laten we onze bagage onbeheerd buiten staan, want wat moet je anders? Kennelijk zijn ze bang voor bommen?? In het gebouw treffen we Jordaanse douaniers, die al sigaretten rokend achter de balie ons op joviale toon te woord staan. Er moet een irisscan gemaakt worden van onze ogen. Die van mij lukt niet. Kennelijk is dat geen probleem. De visa worden in onze paspoorten gezet. We zijn inmiddels anderhalf uur verder en mogen nu langs de Jordaanse douane. Wederom nauwelijks of geen controle van onze bagage. Nog steeds is het douanegebied. Er blijken speciale taxi’s te staan, waar we een kaartje voor moeten kopen. Deze taxi brengt ons twee kilometer verder ‘outside the border’. Daar staat onze Jordaanse chauffeur en gids op ons te wachten. Zijn naam is Osama…
We zijn in Jordanië en hebben een rit van ruim twee uur voor de boeg naar Madaba. Maar eerst krijgen we een kop thee aangeboden in een soort wegrestaurant. We worden daar welkom geheten door de hele familie. Dit voelt anders dan Israël. Het voelt als een warm bad.
De flesjes water en de sfeer doen mij terugdenken aan mijn gelovige vader, die vanwege een ernstige longziekte opgelopen in de oorlog, hoopt op een wonderbaarlijke genezing met het heilige water uit Lourdes. Het flesje met Lourdeswater staat jaren in de kast van de woonkamer. We mogen er alleen maar naar kijken. Veel later, ongeveer tien jaar geleden, krijgt
De tweede dag in Jeruzalem is een vrijdag. We mogen helaas niet de Islamitische wijk in. Duizenden moslims gaan naar de grote moskee voor het vrijdaggebed. Bij alle toegangen in de smalle straatjes van de Oude Stad staan zwaarbewapende militairen. Het is een van de weinige keren dat we in Israël duidelijk zichtbare beveiliging zien. We besluiten over de stadsmuur te lopen naar de Klaagmuur, het Joodse bedevaartsoord. Bij de klaagmuur word ik tegengehouden omdat ik op het vrouwelijke deel blijk te lopen. Ik kan natuurlijk de bordjes niet lezen.