Existentiële vragen 3

‘Familie heb je, vrienden en kennissen krijg je’. Deze verzuchting hoor je wel eens in de beste families, meestal na (weer) een vervelende discussie of ervaring. Het is een waarheid als een koe: je kiest niet voor je vader of moeder, je zussen, broers, ooms en tantes. Familie is er gewoon en gelukkig voelt dat bij veel mensen heel goed, zoals ook bij mij. Bij vrienden, kennissen, collega’s of buren is het anders, zij komen in je leven, zijn vervolgens vervangbaar en kunnen zelfs weer uit je leven verdwijnen. Familie- en andere sociale netwerken, geplaatst in het perspectief van de levensloop, worden wel ‘konvooien’ genoemd. Voor ieder mens is het van belang te blijven investeren in de kwaliteit van zijn ‘konvooien’, dus ook bij het ouder worden. Een aantal veranderingen in je konvooi tijdens het leven is enigszins voorspelbaar, zoals bij de overgang van school naar werk, van de ene baan naar de andere, of – zoals nu bij mij – van werk naar pensionering. Niet voorspelbaar en zeer heftig is het wegvallen van mensen uit je konvooi tengevolge van overlijden. Hoe ouder je wordt, hoe groter de kans is dat er flinke bressen geslagen kunnen worden in jouw konvooi. Dat maakt het leven extra moeilijk. Lees verder

Existentiële vragen 2

DSC00167Nadenken over de ouderdom, wordt in sterke mate gevoed door mijn (onze) ervaringen in Afrika ruim 33 jaar geleden. In 1981 gaan mijn lief en ik voor twee jaar naar Kenya, waar ik als directeur van de Nederlandse School in Nairobi ga werken. In dit prachtige Afrikaanse land proberen we snel een nieuw sociaal netwerk op te bouwen; het voelt als een basisbehoefte, net als een dak boven je hoofd en eten. In de vele boeiende contacten met Kenianen valt op hoe belangrijk familie is. Je leeft en werkt niet voor jezelf maar voor de familie. Als mijn moeder, die dan 70 jaar is, ons in Kenya komt bezoeken, mag ik haar persoonlijk rechtstreeks van de gate op het grote vliegveld van Nairobi opvangen. De eindverantwoordelijke veiligheidscommandant is gevoelig voor mijn argument dat mijn oude moeder alleen reist, geen Engels spreekt, een visum ter plekke moet regelen en dat zij daarom de hulp van haar zoon nodig heeft. Later, als wij haar meenemen naar onze Keniaanse vrienden wordt zij telkens in het middelpunt gezet en met veel aandacht en zorg omringt. Als je oud bent in Afrika blijf je volwaardig lid van de samenleving en vervul je een duidelijke rol in de familie en in de sociale gemeenschap; zelfs sta je iets op een voetstuk. Jonge kinderen wonen vaak bij de grootouders en worden door hen feitelijk opgevoed. Vice versa helpen de kinderen hun grootouders met allerlei dagelijkse bezigheden, die zij zelf niet meer kunnen verrichten. Het is mooi om te zien hoe er tussen het jonge kind en de grootouders een bijzondere liefdevolle band ontstaat. In gesprekken met Kenianen wordt altijd uitgebreid gevraagd naar persoonlijke omstandigheden. In Nederland heeft dit al gauw iets van verplichte gespreksstof, maar voor Kenianen is dit heel essentieel. Indringend zijn vragen als: ‘Hoe lang zijn jullie al getrouwd?’ En op het antwoord: ‘Ruim zeven jaar’, is de vervolgvraag: ‘Hoeveel kinderen hebben jullie?’ Als wij dan antwoorden: ‘Geen’, is de reactie steevast: ‘God will bless you, keep on trying!’ Een enkele keer leggen we uit dat wij er nog niet aan toe zijn. Maar dat type rationele verklaringen slaat niet aan, zelfs niet bij Gerald Wanjohi, onze bevriende hoogleraar in Education & Philosophy. Lees verder

Existentiële vragen 1

Oud worden kent nogal wat ‘nadelen’ en daaraan gekoppelde uitdagingen. Je beschikt over minder lichamelijke kracht en je krijg sneller fysieke beperkingen. Je kunt je eenzaam gaan voelen of afgewezen voelen door de omgeving. Je kunt denken een blok aan het been te zijn van jongeren. Je kunt je minder gemotiveerd voelen om al te ver vooruit te plannen. DSCN0861Wat ik zelf als fulltime pensionado sterk ervaar als ‘nadeel’ van oud worden en dus ook als uitdaging, is dat het lijkt alsof ik een aangepaste, persoonlijke identiteit moet ontwikkelen. Ik denk dat te moeten doen door mijn dagelijkse leven te herorganiseren en daarin enkele nieuwe, aangepaste rollen te vinden. Een nog groter ‘nadeel’ en dus uitdaging is, dat ik mij moet voorbereiden op de eindigheid. Maar over die uitdaging wil ik eigenlijk zo min mogelijk denken, laat staan over praten. Ik ga er voorlopig van uit dat die fase wellicht aanbreekt als ik de 75 jaar ben gepasseerd of natuurlijk zoveel eerder indien zich onverwachte gezondheidsproblemen voor gaan doen. Vanaf mijn feitelijke pensionering, drie jaar geleden, stel ik mij zelf bewust vragen als: ‘Voel ik mij uitgerangeerd omdat ik niet meer werk?’ En: ‘Hoe nuttig, hoe waardevol kan ik mij als fulltime pensionado gedragen in de samenleving?’ Maar ook vraag ik mij af: ‘Hoe vind ik een goede, zinvolle vervolgweg in mijn sociale en familiaire relaties?’ En, zoals al eerder gezegd: ‘Hoe ga ik om met het gevoel dat het leven nog maar kort is?’ Lees verder