Mijn dochter is op huizenjacht en vraagt mij zaterdag mee te gaan. Wij hebben eerder al in huizen rondgekeken met een makelaar erbij. Je loopt dan in een bewoond huis, kijkt in woonkamers, keukens, slaapkamers, badkamers, doet kastdeuren open en kijkt naar foto’s en boeken. Zowel mijn dochter als ik voelen ons een beetje voyeurs als we zo in andermans persoonlijke leefsfeer rondstruinen. Dit keer is het Open Huizen dag en krijgen we in twee huizen een rondleiding van de bewoner zelf en dat voelt meteen anders. Je merkt aan de bewoner dat hij het ook spannend vindt om vreemde mensen in zijn huis rond te laten lopen, dus loopt hij eerst zelf mee en vraagt dan of we nog even op eigen houtje rond willen kijken. Voor dat hij een kastdeur opentrekt, verontschuldigt hij zich voor de rommel. Ook geeft hij af en toe een achterliggende verklaring op een vraag van ons of op een feitelijke situatie. Natuurlijk gaat het qua contact niet diep, maar er ontstaat meer vertrouwelijkheid in deze korte ontmoeting. Zowel mijn dochter als ik, vinden dit een stuk prettiger huizen bekijken dan met een makelaar.
De afgelopen week heb ik een aantal ontmoetingen mee mogen maken (wel van heel andere orde overigens) waarvan je kan zeggen dat die zeer vertrouwelijk en intiem waren. Van die momenten waarin je elkaar in gesprekken heel persoonlijk meemaakt, waar je zomaar even in iemands meest persoonlijke leefgebied mag binnenkijken. Je deelt dan echte vertrouwelijkheid.
Er zijn maar weinig mensen die gelukkig worden van lang niets doen, denk ik. Dat wil niet zeggen dat het af en toe een lekker gevoel geeft om twee weken een all inclusive vakantie te houden. Heerlijk 24 uur per dag verzorgd worden met een natje en een droogje, alleen maar consumeren. Maar het moet niet te lang duren, omdat het toch op een gegeven moment gaat vervelen. Zo denk ik ook over mijn leven: er bestaat voor mij geen ‘all inclusive’ leven. Wil ik die ‘all inclusive’ momenten af en toe ervaren, dan zal ik daar eerst zelf iets voor moeten doen.