Soms hoor ik iemand zeggen: ‘Ik moet nog acht jaar, dan kan ik eindelijk met pensioen’. Iemand kan dit zeggen omdat hij weet, dat hij straks AOW en/of pensioen ontvangt. Als dit gezegd wordt tijdens een coachingsgesprek met een werknemer, dan stel ik altijd de vraag: ‘Je zegt dat je nog acht jaar moet en in die periode ontvang je 350.000 euro totaal aan salaris. Vind je dat je dat geld waard bent en wat ga je daarvoor doen?’ Waarom zou ik deze vraag ook niet aan mijzelf stellen, nu ik fulltime pensionado ben?

Een simpel rekensommetje: totaal heb ik tot mijn 65e verjaardag 42 jaar gewerkt en daarmee geld verdiend voor mijzelf en de samenleving. Stel dat ik 84 jaar word, dan heb ik de helft van mijn leven gewerkt. De eerste 23 jaar van mijn leven zijn dure jaren geweest. In Nederland hebben we voor die levensfase extra financiële ondersteunende maatregelen getroffen, zoals de kinderbijslag, gratis basis en voorgezet onderwijs en studietoelagen voor hoger- en beroepsonderwijs. De laatste 19 jaren van mijn leven kunnen duur zijn, omdat er een grote kans is dat ik gebruik moet gaan maken van ondersteunende langdurige zorg. Onze gezondheidszorg is sowieso erg kostbaar en die kosten blijven stijgen. Dat vraagt natuurlijk om bezuinigen. Maar we moeten ons realiseren dat we juist ouder en ouder worden dankzij de enorme vooruitgang in de gezondheidszorg.

Leven in ons welvarende Nederland kost enorm veel geld en de vraag is hoe we deze levenstandaard kunnen behouden, laat staan nog verder verbeteren. Om die vraag te beantwoorden zullen we ook met andere, dan ‘economische’ ogen naar onszelf en de samenleving moeten kijken. Elke levensfase heeft groei en ontwikkeling in zich, waar we met elkaar iets aan hebben. In de ideale samenleving weten we die groei en ontwikkeling van al die levensfasen te verzilveren met elkaar. Het past niet dat ik als individuele burger alleen maar roep dat ik ergens recht op heb en vervolgens de verantwoordelijkheid voor het grotere geheel bij anderen neerleg.

2013-02-26 14.27.18

Gelukkig zijn er heel veel mensen, jong, volwassen en oud die zich ‘om niet’ inzetten voor de sociale cohesie in onze samenleving. We zouden eens met ‘creatief sociale ogen’ moeten kijken en er voor zorgen dat bijvoorbeeld elke jongere zijn opleidingsperiode afsluit met een sociale stage. Maar waarom zouden we ook niet tijdens het werkzame leven van elkaar mogen verwachten dat ieder – zeg om de vijf jaar – blijk geeft van een sociale stage? Het hoeft niet groot of spectaculair te zijn al is het meedoen met de NL Doedag in maart. Die creatief sociale actie wordt verantwoord en besproken tijdens een lustrumgesprek op het werk. Van de werkgever op zijn beurt wordt verwacht dat hij maatschappelijk verantwoord onderneemt en dat laat zien in zijn jaarverslagen. Zo kun je ook – zij het wellicht met iets meer vrijblijvendheid – van de fulltime pensionado verwachten dat hij zijn talent en ervaring blijft inzetten.

Vrijwilligerswerk onder 65 plussers is overigens al erg populair. Soms is dat wel lastig als het om mantelzorg gaat. Want waar ligt de grens met professionele ondersteuning?