Buiten gebaande wegen

Ik ben blij met de decentralisatie van zorg en welzijn naar gemeenten. Tegelijkertijd echter maak ik mij samen met veel andere Nederlanders hier wel enige zorgen over. Mijn grootste zorg is dat er een transitie plaatsvindt vanuit het bestaande centrale denk- en doekader, dat in al haar geledingen zwaar verburocratiseerd is. Er is sprake van vastgeroest denken en handelen dat na meer dan vijftig jaar in de genen van onze democratische geledingen is terechtgekomen: van de politicus, van de ambtenaar en van de burger. We kunnen niet anders dan constateren dat het huidige stelsel grondig op de schop moet. De kosten groeien en groeien, de versnippering is gigantisch, en veel mensen krijgen nog niet de zorg die ze nodig hebben. De komende decentralisatie moet het mogelijk maken dat straks niemand buiten de boot zal vallen en dat alle mensen die werken in deze sectoren dat met grote passie en toewijding kunnen blijven doen.  Lees verder

Te weinig zelfbeschikking

In onze verzorgingsstaat waar zorg en welzijn tot op heden vooral centraal georganiseerd en geregisseerd zijn, vindt per januari 2015 een transitie plaats: de gemeenten krijgen nu een centrale rol. Natuurlijk gaat het over bezuinigen, maar we zijn er na zestig jaar verzorgingsstaat ook achter, dat kwaliteit van leven actieve betrokkenheid en inzet van ieder individu vereist. Meer zelfsturing en zelfbeschikking is eveneens wenselijk voor de groeiende groep ouderen, die in hun laatste levensfase in hoge mate afhankelijk kunnen worden. Wie kent die oudere niet: er vindt een onaangename levensgebeurtenis plaats die op datzelfde moment samenvalt met het krijgen van een ziekte en vervolgens treedt er een vermindering van activiteiten en sociale contacten op. De oudere die dit treft raakt in no time geïsoleerd. We weten dat deze toestand maar een paar weken hoeft te duren en je kunt als oudere al in de vicieuze cirkel geraken: geen puf, geen uitdaging, met als gevolg dat men weinig tot niets zelf meer doet. Je komt er bijna niet meer uit ook al lijkt het nog zo eenvoudig. Lees verder

Vijf wijze lessen

Op de doordeweekse dagen rond zes uur, begin van de avond, zie ik uit naar het moment dat mijn lief thuiskomt van haar werk. Ik heb dan als huisman (ja, ja, dat word je wel als fulltime pensionado met een werkende vrouw) het avondeten voorbereid. Voordat we gaan eten, drinken we een glaasje witte wijn en wisselen we onze dagelijkse belevenissen uit. Het is vaak een fijn en goed moment van de dag, waar we beiden extra energie van krijgen. Er is altijd wel wat te vertellen. Een enkele keer gaat het mis, zoals laatst. Ik heb die hele dag al een deprie gevoel, dat maar niet weggaat. Met zo’n gevoel in je lijf vlot het gesprek natuurlijk ook niet. Ik ben snel geïrriteerd, zit steeds aan mijn bril te friemelen en zend voornamelijk negatieve boodschappen uit. In plaats van energie krijgen, stroomt deze weg uit onze lijven. Na een tijdje zegt mijn lief: ‘Dat heb je lang niet meer gehad,’ en op hetzelfde moment weet ik wat de oorzaak is van mijn deprie gevoel. De laatste weken heb ik veel meer om handen dan normaal. Ik ben me druk aan het maken om van alles en nog wat. Ik raak het gevoel van balans kwijt en word vervolgens overmand door een sterk gevoel van onrust: de stresshormonen werken negatief! Lees verder