Topvrouwen

Na mijn blog ‘mannen-onder-elkaar’, kan ik er natuurlijk niet om heen iets over vrouwen te schrijven. Het zal de lezer duidelijk zijn dat ik mij met dit onderwerp enigszins op glad ijs begeef. Ik ga dus niet in op het stereotiepe beeld dat vrouwen-onder-elkaar veel fanatieker communiceren dan mannen; minder easy en vrijblijvend. Ik houd het dicht bij mijzelf en kijk terug en vooruit in mijn leven naar mijn eigen ervaringen met de andere sexe, vrouwen. Allereerst en aanvankelijk volledig onbewust heeft er een natuurlijk identificatieproces van geborgenheid, veiligheid en liefde plaatsgehad met mijn allerliefste moedertje. Later besef ik dat zij met haar ongelooflijk optimisme en haar grote kracht mij, en mijn broers en zussen, heeft laten zien dat je gelukkig kunt leven ondanks allerlei tegenslagen. Ik weet zeker dat mijn moeder een voorbeeld heeft genomen aan haar eigen moeder, die wij als kinderen kleine oma noemen omdat ze letterlijk klein van stuk is. Zij heeft ook een voorbeeld genomen aan haar schoonmoeder, die wij grote oma noemen. Ik weet mij goed te herinneren dat grote oma in de naoorlogse jaren altijd klaar staat om mijn moeder met haar jonge gezin en zwaar zieke man te steunen met raad en daad. Kleine oma is meer van het bidden en knuffelen in mijn beleving. Weer vele jaren later ver in mijn volwassenheid ontmoet ik tante Marietje, de zus van moeder. Zij keert na ruim 50 jaar gewerkt te hebben als missiezuster en vroedvrouw in Afrika in de jaren 80 terug naar het klooster in Nederland. Zij mag eindelijk in haar leven genieten van de familiecontacten die zij daarvoor altijd op grote afstand (letterlijk en figuurlijk) heeft moeten houden. Zij wordt de steun en toeverlaat van moeder in haar laatste jaren. Ik zelf geniet met volle teugen van de regelmatige bezoekjes die ik haar breng. Ik ervaar die momenten als enorme opstekers, die ieder mens af en toe hard nodig heeft. Al eerder noem ik in mijn blog (5 september 2014) tante Bep, die in haar leven dat maar liefst 92 jaar heeft mogen duren, heeft laten zien hoe je gelukkig en zinvol oud kan worden dankzij ‘leven met hoop’. Nu terugkijkend kan ik zeggen dat het vooral familievrouwen zijn geweest, die mij hebben laten zien en voelen hoe je ‘con amore’ in het leven kan staan. En natuurlijk heb ik als kind mij ook kunnen identificeren met andere meisjes. Vooral spannend zijn kinderspelletjes als vadertje en moedertje spelen en – nog spannender – doktertje spelen. Later in mijn puberteitsfase wordt die ontdekkingstocht ruimschoots voortgezet. Lees verder

Mannen-onder-elkaar

 

Mannen komen van Mars en vrouwen van Venus, is de titel van een wereldwijd bekend zelfhulpboek. Ik ben zelf nooit echt overdreven bezig geweest met mijn man-zijn, in therapeutisch zin dan en heb dit boek dan ook niet gelezen. Maar ik ken wel de vele stereotiepe kenmerkende verschillen tussen mannen en vrouwen. Mannen zijn gericht op macht en prestatie, houden van activiteiten buitenshuis en fantaseren over auto’s en vrouwen. Ze zijn individualistisch en doelgericht. In problemen zijn ze oplossingsgericht. Vrouwen zijn sensitiever, meer gericht op het betrekkingsniveau en dus erg contactgericht. Ze hebben een goede intuïtie en spelen gemakkelijk op de behoeften van anderen in. Tussen mannen en vrouwen lijkt een wereld van verschil, die vaak nog versterkt wordt door allerlei rolbevestigende aspecten in onze cultuur. Ik ben opgegroeid als derde jongen in een gezin met zes kinderen, van wie twee meisjes. Ik heb mij van jongs af aan met beide sexen kunnen identificeren. Iets meer identificatie is er met mijn broers, omdat het leeftijdsverschil tussen mij en mijn twee oudere broers onderling slechts één jaar bedraagt. In mijn pubertijds- en adolescentiefase zit ons huis regelmatig vol met vrienden. Het is de zoete inval. In de weekends ga ik met mijn eigen vrienden stappen en maken we vanzelfsprekend jacht op mooie meisjes. Ik raak in deze periode vertrouwd met het jongens-onder-elkaar-gevoel. Daar hoort ook voetbal bij, onderlinge partijtjes spelen op het trapveldje langs de Schelmseweg bij de begraafplaats Moscowa in Arnhem en op zondagmiddag naar Vitesse op Monnikkenhuizen. Ook daar zitten de tribunes vol (nou ja, half vol) met mannen. We gaan dan heerlijk uit ons dak, zingen domme liedjes in plat Arnhems, zoals ‘We kruppe op de bukke door de strukke’ en we liggen in een deuk als om ons heen anderen mee gaan zingen. Het voetbalspelletje is ondergeschikt aan de lol die we met elkaar hebben. Hoewel de vriendschap blijft, verdwijnt langzamerhand dit jongens-onder-elkaar gevoel. Ieder gaat zijns weegs in de grote, volwassen mensenwereld van huisje, tuintje, boompje, beestje. Ikzelf haak pas weer rond mijn vijftigste aan bij een groepje mannen dat elk jaar een wijnreisje maakt. Deze reisjes zijn echte jongensachtige mannenuitjes.  Lees verder

Humaniteit

Ik besef steeds meer, dat wij met de mensheid aan het begin staan van een van de grootste uitdagingen ooit op onze aardkloot. Humaniteit zal het kernwoord voor die mega uitdaging vormen: ‘De humaniteit van een persoon wordt gevormd door zijn gevoel voor mensenlievendheid. Het is de algemene omgang ten opzichte van andere personen. Hieronder verstaan we de hoffelijkheid, het menselijk handelen, verfijnd denken en de algemene gevoelszin. Het wordt gekenmerkt door vredelievendheid en goedheid’. Kleiner dan deze definitie kan ik humaniteit niet maken. Dat besef doet mij in ieder geval trachten ‘de wereld te verbeteren, te beginnen bij mijzelf’. Pessimistisch hoef ik niet te zijn, want als ik goed om mij heen kijk, zie ik allerlei initiatieven. De Verenigde Naties bijvoorbeeld hebben maandag 7 december de wereldgemeenschap om 18,5 miljard euro gevraagd om in 2016 de ergste nood van 87,6 miljoen mensen in 37 landen te lenigen. Ook de vluchtelingen, die naar Europa en Nederland komen, proberen we waardig op te vangen, al lijkt dat soms te optimistisch. Als ik naar het leven kijk door de Maslov-piramide bril (zie vorige blog) dan kan ik niet anders dan compassie hebben met mensen die op zoek zijn naar een minimum bestaan. Er is geen leven mogelijk zonder de meeste fundamentele lichamelijke basisbehoeften, inclusief geborgenheid en veiligheid. Dan heb ik het nog niet eens over hogere fundamentele behoeften, zoals zelfrespect en zelfontplooiing. Gelukkig zijn er met mij heel veel mensen in Nederland en in de wereld die dit ook begrijpen en helpen waar het kan.  Lees verder