Zelfbeschikkingsrecht….

Meer dan voorheen kan ik relaxed zitten na te denken over mijn leven. Terugkijken en over het verleden mijmeren hoort een beetje bij het leven van een pensionado. Ik realiseer mij dan dat leven vaak een kwestie is van ‘vallen en opstaan’. Minder relaxed zit ik wel eens na te denken over de rest van mijn leven en de onherroepelijke dood. Ik vraag mij af of ik ‘vallen en opstaan’ kan volhouden als ik zó aftakel dat er vooral sprake is van ‘vallen’?

Steeds meer ouderen denken na over euthanasie bij ondraaglijk lijden. Er zijn zelfs hoogbejaarde ouderen die vinden dat als hun leven voltooid is, zij willen kunnen kiezen voor de zelfgekozen dood met het zelfdodingsmiddel X. Deze roep op het recht van zelfbeschikking wordt groter. In de media wordt er veel aandacht aan besteed. Het OM heeft zelfs diverse personen voor de rechter gebracht voor hulp bij zelfdoding door het verstrekken van het Middel X.

Dat we steeds ouder en ouder worden is te danken (of te wijten?) aan ontwikkelingen in de gezondheidszorg wereldwijd. Voor allerlei ernstige ziektes en kwalen ontwikkelen we medicatie en hulpmiddelen. Vanaf ons prenatale stadium tot aan onze dood kunnen we min of meer zelf kiezen om wel of niet ingeënt te worden, een pil te slikken of een bepaalde behandeling te ondergaan. Ik heb bij die vrije keuze nooit zo stil gestaan. Maar nu ik 78 jaar ben en het perspectief van een mogelijke, onherroepelijke aftakeling dichterbij komt, denk ik meer na over die vrije keuze tot aan het recht op zelfbeschikking.

Op veel straathoeken hangen tegenwoordig defibrillatoren, zodat je een hartaanval zomaar kan overleven. Heel veel ouderen dragen dag en nacht een alarmknopje bij zich, zodat eerste hulp snel ter plaatse kan zijn. Maar er zijn ook ouderen die een plaatje bij zich dragen, waaruit blijkt dat zij bij een hartaanval niet gereanimeerd willen worden. Die wens voelt nog vrij gemakkelijk. Vele malen lastiger is de vraag of ik ooit zou willen overgaan naar euthanasie of willen beschikken over het zelfdodingsmiddel X. Enkele jaren geleden hebben mijn lief en ik een levenstestament opgesteld, waarin enkele van deze wensen ten aanzien van ons levenseinde zijn verwoord. Inmiddels schuift onze mening en wens op naar grotere zeggenschap over hoe wij met ondraaglijk lijden aan het eind van ons leven om willen gaan.

Op Rijksoverheid.nl lees ik onder de kop ‘Gezond en sterk ouder worden’: “Het aantal ouderen in Nederland stijgt de komende jaren. Zij moeten kunnen rekenen op hulp en zorg die past bij hun situatie. En zo lang mogelijk zelf controle hebben en keuzes maken over hun leven.”

De laatste zin zou kunnen luiden: En zo lang mogelijk zelf controle hebben en keuzes maken over hun leven en hun dood….

Hoe lastig en ingewikkeld ook, wat mij betreft zou het zelfbeschikkingsrecht bij ondraaglijk lijden en/of voltooid leven binnen de wet en regelgeving op een uitermate verantwoorde manier mogelijk gemaakt moeten worden.

Savoir vivre ….

Dit jaar ben ik tien jaar met pensioen, een mooi moment om terug te blikken en vooral vooruit te kijken.

De rode draad in deze tien jaar is dat ik veel bewuster dan vroeger bezig ben mijn dagelijkse leventje zo goed en fijn mogelijk door te brengen. De eerste pensioenjaren wil ik in dat bezig zijn ‘er toe doen’, iets zinvols doen in de maatschappij, allerlei vrijwilligerswerk in mijn directe leefomgeving. Al gauw merk ik dat ik dat op dezelfde manier doe als voorheen in mijn werk: erg taakgericht en met veel verantwoordelijkheidsgevoel en doorzettingsvermogen. We voeren actie voor meer groen en schone lucht in onze wijk. Met medewijkbewoners starten we een wekelijkse Huiskamerochtend, waar buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten onder het genot van een kopje koffie of thee. Al snel ben ik daarnaast actief in het wijkorgaan Buurt Bestuurt. Dan als wij verhuizen naar een appartement in onze buurt meld ik mij meteen aan voor allerlei ondersteunende communicatieklusjes voor de VvE.

De laatste tijd verandert er iets wezenlijks. Regelmatig word ik ‘overvallen’ door een zwaar gevoel van verantwoordelijkheid bij al dit vrijwilligerswerk. Bij de Huiskamer van de wijk bijvoorbeeld vraag mij wel eens af hoe lang ik dit nog wil doen. En dan komen de vragen als: ‘Hoe moet het verder als ik stop? Gaat mijn collega dat dan verder alleen doen? Hoe teleurgesteld zullen de wijkbewoners zijn, die daar elke week even heerlijk met elkaar kunnen praten?’ En tegelijkertijd weet ik, dat ik het zelf ook leuk vind om in de Huiskamer mee te praten.

Mijn spankracht wordt minder en mentaal zit ik sneller dan vroeger aan mijn plafond. Gelukkig ben ik redelijk vitaal en voel mij gezond van lijf en leden. Dat kan in de nabije toekomst nog wel eens drastisch veranderen. Reden te meer, zegt dan een stemmetje in mij, dat ik best meer voor mijzelf mag kiezen en zo genieten van het leven samen met mijn lief.

Het taakgerichte verdwijnt min of meer en het gevoelsbepaalde komt centraal te staan. Meer en meer zoeken mijn lief en ik het savoir vivre gevoel. We passen graag een dagje op op de kleinkinderen (lees: spelen met). Mijn lief heeft de opleiding tot theesommelier gedaan en heeft daarin een nieuwe hobby gevonden. In het najaar ga ik weer via de HOVO een filosofiecursus volgen. Een nieuwe activiteit voor ons is bridgen, lastig om te leren maar sowieso een goede training voor je hersenen. In de zomer wisselen we het drukke en dynamische Rotterdam af met lange weekenden in het heerlijk rustige en landelijke Friesland. Fijn is dat wij ook in Friesland nieuwe sociale contacten opbouwen. Verder wil ik blogs blijven schrijven, klusjes doen in ons volkstuintje en af en toe lekker op vakantie gaan….. Kortom, als achtenzeventig jarige lekker bezig zijn binnen mijn mogelijkheden!

‘Hét grote geheim’….

In mei vieren mijn lief en ik dat we vijftig jaar geleden in het huwelijksbootje zijn gestapt. Deze fantastische gebeurtenis gaan we vieren met ons gezin, wederzijdse broers, zwagers, (schoon)zussen, twee huisvrienden en onze petekinderen. We willen er een intiem samenzijn van maken, waarin we met al onze dierbaren gaan genieten van de liefde, de trouw, kortom van het leven.

Het is 1974 en de directe aanleiding om te trouwen, terwijl mijn lief en ik al samenwonen, is enigszins banaal. Ik heb gesolliciteerd naar een baan als hoofd van een katholieke basisschool. Min of meer wordt mij in de gesprekken met het schoolbestuur duidelijk gemaakt dat het prettig zou zijn als ik getrouwd ben in plaats van ongehuwd samenwoon. Mijn lief vindt het veel te vroeg om te trouwen. Zij is zeven jaar jonger, studeert aan de universiteit in Nijmegen en wil niet nu al de zware belofte van ‘eeuwige trouw’ doen, zoals de gewoonte is in de katholieke kerk. We hebben toen afgesproken om tijdens de trouwceremonie in de kapel niet die officiële belofte naar elkaar uit te spreken.

Acht jaar later hebben we deze belofte wél uitgesproken tijdens ons tweejarig verblijf in Kenya. Op onze ringen hebben we in Swahili laten graveren ‘kwa siku zote’ (voor alle dagen).

Het voelt heel bijzonder dat wij meer dan vijftig jaar samen in het leven optrekken. Onze gezamenlijke levenslijn laat vanzelfsprekend soms heftig golvende bewegingen van hoogte- en dieptepunten zien. We hebben geleerd om, als het nodig is, extra hard te werken aan onze relatie. De rode draad daarin is, telkens opnieuw ontdekken wie de ander precies is, wat hij/zij wil, hoe je ruimte geeft en elkaar stimuleert door te groeien als individu. En ja, een enkele keer hebben we daar professionele hulp bij gevraagd en gekregen.

De echte basis in onze lange relatie is volgens mij het gegeven dat zowel mijn lief als ik een ingebakken gevoel van vertrouwen in de ander heeft. Gevoel van vertrouwen is mij met de paplepel ingegoten. Mijn ouders hebben in zeer moeilijke omstandigheden ons grote gezin door allerlei hoogte- en vooral veel dieptepunten geloodst. Zij hebben ons kinderen laten zien en vooral voelen, dat vertrouwen hebben in elkaar grote kracht geeft en tegelijk een positief gevoel. Ik ben hen dan ook ontzettend dankbaar. Zij hebben mij laten zien wat ‘hét grote geheim’ is voor een gelukkig (huwelijks) leven….