Als ik in het vliegtuig zit, realiseer ik mij wat een bofkont ik eigenlijk ben. Zomaar, even tussendoor, drie dagen een wijnreisje naar Italië maken. Ik hoef zelf niets te regelen, dat hebben anderen gedaan en ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik mij dit luxe reisje kan permitteren. Een jaar lang heb ik elke maand een bedrag gespaard, zodat dit reisje nu als een cadeautje-aan-mijzelf voelt. Zittend in het vliegtuig bekruipt mij even zoiets als het Zwitserlevengevoel, een gevoel dat je mag hebben volgens de reclamebedenkers, als je eenmaal met pensioen bent. Genieten is dan het motto.
Het wordt vaak gezegd tegen mensen die met pensioen gaan: “Oh, dan kun je eindelijk gaan genieten’. Voor mijzelf sprekend vind ik dat geen privilége voor pensionado’s. Ik probeer altijd al in alle levensfasen te genieten. Zo heb ik in mijn jeugd enorm genoten van het stappen met vrienden en achter meisjes aan gaan. Als het leven wat serieuzer wordt en ik ga werken, geniet ik ook vaak. Ik heb fantastisch leuke banen gehad; heb twee jaar in Afrika gewoond en gewerkt en geniet al vele jaren van mijn lief, kinderen, familie en vrienden. Wat ik bij dat genieten altijd wel een beetje raar vind, is dat ik mij daar niet gemakkelijk volledig aan overgeef. Ik ben dan extra bang voor vervelende dingen, die er natuurlijk zijn of nog komen. Clichématig gezegd: ik ben een beetje calvinist. Terugkijkend denk ik dat ik mij vooral tussen mijn 15e en 22e redelijk voluit aan het genieten heb kunnen overgegeven. Daarna heb ik ook veel genoten, maar wel vaak enigszins terughoudend. Je probeert telkens alle ballen in de lucht te houden, maar je bent ook bang dat ze vallen. Dat maakt uiteindelijk dat ik qua karakter een beetje gereserveerd ben en niet zo spontaan. Nu ik fulltime pensionado ben, geeft die wens om maar te genieten van het leven mij juist een extra gevoel van terughoudendheid. Ik ben vooral bang om fysiek en mentaal af te takelen. Dat is de belangrijkste reden voor mij om mij in deze levensfase nadrukkelijk bezig te houden (zoiets als werken dus) met het schrijven van blogs, zoals dit keer over de wijnreis.
En eerlijk is eerlijk, ik heb genoten op dit wijnreisje! We zijn met zo’n veertien mannen, die elkaar goed kennen. Voor mij is het de 15e keer. Was ik bij mijn eerste reis tweeënvijftig jaar, nu ben ik eenenzeventig. Het is inmiddels een groepje mannen ‘op leeftijd’, wat we natuurlijk niet willen toegeven. Het lijkt alsof er weinig verandert in al die jaren aan de sfeer en ons gedrag. Nog steeds denkt (bijna) iedereen dat je een colbertje aan moet doen als je naar een restaurant met één of twee sterren gaat, ook al is het 35 graden. Het succes van een rondleiding op een wijndomein is het grootst als we onthaald worden door een mooie gastvrouw. Uiteraard wel in combinatie met een uitgebreide proeverij na afloop. Maar schijn bedriegt als het gaat om eten en drinken. Het is vreselijk hard werken voor mijn (en ons) fysiek. Na het ontbijt volgt in de ochtend een proeverij van tweeëneenhalf uur. Meteen daarna gaan we uitgebreid lunchen bij een lokale trattoria. Achter elkaar komen prachtige schalen antipasti op tafel meestal gevolgd door een primi piatti in de vorm van een verrukkelijke home-made pasta. En als klap op de vuurpijl volgt dan ’s avonds een vijf- of zesgangen diner in een toprestaurant. En dat drie dagen achter elkaar…..
Op de terugvlucht zit deze bofkont behoorlijk uitgeput nog wat na te genieten, ondertussen hopend dat zijn fysieke gesteldheid weer snel in balans zal zijn.
Zelden hebben auto’s goede lichten. Autocontroles voert de politie niet uit. Zou dat gebeuren dan zou het wagenpark voor meer dan de helft slinken. Politie controleert alleen op overbelasting. Matatu’s, kleine taxi busjes voor 4-8 personen, bevatten meestal het dubbele aantal. De mensen hangen er compleet buiten. Een steekpenning en je kan weer verder rijden. Vrachtauto’s worden bij het uitgaan en binnenkomen van de stad gecontroleerd op hun vracht. Uiteindelijk blijkt slechts de helft van de vracht op de plaats van bestemming aan te komen. De weg wordt op zulke controleplaatsen gebarricadeerd met levensgrote spijkermatten, zo groot dat als je er overheen zou rijden, je de punten in je billen zou voelen. Ook een normaal verschijnsel zijn de gestrande vrachtauto’s die midden op de weg blijven staan. En dat zijn er heel veel. In plaats van een gevarendriehoek worden een aantal takken op de weg neergelegd. Verder is kenmerkend voor het autorijden: snijden, niet in je spiegeltje kijken (welke spiegel?), doordrukken en veel claxoneren. Dodelijk kan zijn inhalen op twee baanswegen vlak voor een heuvel. Een andere grote doodsoorzaak is met je auto tegen een wild dier aan rijden. Hoe raar het ook klinkt, je kunt zelfs een overstekende giraf soms niet goed zien. Fietsers en voetgangers zijn vogelvrij.
In ons Keniaanse reisverslag uit 1981 lees ik een gesprek met professor Donders (Witte Pater), die filosofie doceert aan de Universiteit van Nairobi. Hij vertelt dat Kenya 15 miljoen mensen telt, maar de regering publiceert express onjuiste cijfers. Men is bang voor de waarheid, want een bevolkingsexplosie betekent een nog grotere armoede, nog meer trek naar de enkele grote steden. Donders voorspelt dat over enkele tientallen jaren de Afrikaanse bevolking uit haar grenzen zal barsten en Europa en Amerika zullen overspoelen….. Inderdaad, er zijn nu 15 miljoen vluchtelingen in Afrika en dit jaar verwachten we dat 400.000 Afrikanen zullen trachten de Middellandse zee over te steken.