Het huidige Mongolië, waar wij op 17 juli met de TransMongolië Express binnenrijden is vijftig keer zo groot als Nederland, maar telt slechts 3 miljoen inwoners. Meer dan de helft daarvan woont in de hoofdstad Ulaanbator. Eenmaal buiten deze stad is het land bijna één groot steppegebied, dat nauwelijks bewoond is. Hier trekken alle jaargetijden nog echte nomaden rond met enorme kuddes, geiten, schapen, paarden, kamelen en koeien. Zij mogen hun land vrij bewonen en laten begrazen.
Wij zijn direct vanuit de trein naar het lokale Tour office in Ulanbaator gebracht. Het office blijkt tevens een homestay te zijn, zodat we ons na een tweedaagse treinreis even lekker kunnen douchen. Rond 9 uur stappen we met chauffeur en gids in een landcruiser en begint onze vierdaagse tour door een deel van Mongolië ten westen van de hoofdstad. Het doel vandaag is Karakorum, de plek waar Dhengis Khan ooit een belangrijke pleisterplaats van maakte op de beroemde Zijderoute. In de 13e eeuw wist deze Mongoolse krijgsheer in korte tijd het grootste wereldrijk ooit op het noordelijk halfrond te stichten: van China tot Kiev in Centraal Europa. Groter dan het Romeinse Rijk ooit was!

Halverwege deze lange, hobbelige rit op een tweebaansweg met heel weinig verkeer, stoppen we bij een kleine nederzetting om te lunchen. Het restaurantje zit vol mensen. Voor het toilet moet ik naar buiten lopen. Een standaard ‘toilet’ in Mongolië bestaat uit een gat in de grond, met daarop enkele planken. Het ziet er niet uit, stinkt enorm en je moet oppassen dat niet je mobiele telefoon per ongeluk in dat gat valt, of erger nog, je zelf…. Onderweg heb ik al gezien dat iedereen gewoon op zijn hurken langs de weg of ergens in de steppe gaat zitten. De Mongoolse vrouwen hebben doeken of lange mantels, zodat er enige privacy bij die hurkhouding is. In het restaurant zitten aan het tafeltje naast ons twee gezinnen, waarvan een van de twee jonge vrouwen open en bloot haar kind de borst aan het geven is. Met haar vrije hand is ze tegelijkertijd haar andere borst aan het kolven. De moedermelk wordt in een bakje door een andere vrouw opgevangen. Zo gauw er voldoende melk in zit, krijgt een andere baby deze melk. Een tafereel waar niemand acht op slaat, maar dat bij mij toch een zekere gêne oproept. Het is een confrontatie met het echte nomaden leven. Nomaden leven met elkaar 24 uur per dag, slapen met de hele familie in één ger en delen het weinige dat ze hebben met elkaar. Voor hen geldt de ultieme ‘wet van de kringloop’: alles wordt gebruikt en hergebruikt. Vier keer per jaar verkassen zij met hun hele hebben en houden naar een andere plek, ergens op die onmetelijk grote steppe, ver van de bewoonde wereld. Zij doen dit al vele eeuwen lang. Hun leven is extreem tegenovergesteld aan onze Westerse leefwijze in een geïndividualiseerde samenleving, waar de ultieme wet van ‘nooit genoeg’ geldt. Wij trekken ons daarbij het liefst privé terug achter de gesloten voordeur van ons huis volgepropt met allerlei spullen. Zo hebben we het idee dat we in een veilige cocon leven.
Eind van de middag komen we aan in Karakorum en zien in de verte het enorme met stupa’s en muren omgeven Erdene Zuu Klooster liggen. Morgen gaan we dit klooster bekijken. Voor nu rijden we dwars door de steppe naar een klein gerskamp. Onze ger is traditioneel ingericht met in het midden een kacheltje en aan de kant een aantal lage bedbanken. De hoofdkleur is oranje. Het wordt onze eerste nacht in een echte ger, met toch nog iets van ‘luxe’. Er is namelijk een soort kantine waar onze gids voor ons een warme maaltijd klaarmaakt en waar we een koud biertje kunnen drinken. Zelfs is er naast het standaard buitentoilet, een zeer primitief badhuisje met een toiletpot, simpelweg geplaatst op een gat in de grond.
De chauffeur van het lokale reisbureau brengt ons deze derde dag ’s avonds naar het station van Irkutsk. Hij loopt met ons mee tot op het perron en blijft wachten totdat de Transmongolië trein gearriveerd is. Al converserend met de hulp van de Russisch-Engelse vertaal app op de mobiele telefoon van mijn lief begrijpen we dat hij vroeger beroepschauffeur is geweest. Trots vertelt hij ons dat hij ooit de presidenten Jeltsin en Gorbatsjov heeft gereden. Exact om 21.00 uur lokale tijd vertrekt trein 362 naar Mongolië. Over twee nachten zullen we in de vroege ochtend aankomen in Ulaanbator. Wij hebben, heerlijk luxe, een vierpersoonscoupé gereserveerd voor ons privé. Kort na vertrek kruipen we in ons smalle bed en al snel val ik op het kdeng…kdeng ritme in een diepe slaap.
Toevallig heb ik kortgeleden het fantastische boek ‘De Zijderoutes’, van Peter Frankopan gelezen. Er ging een wereld voor mij open! Het gebied ten oosten van Europa, van de Zwarte Zee tot aan China, is duizenden jaren het middelpunt van de aarde geweest. Het is de bakermat van onze beschaving. De zijderoutes vormden de verbindingswegen waarlangs opvattingen, religies, ideeën, cultuur en ziektes zich konden verspreiden. Bijna letterlijk heb ik iets van die zijderoute van Mongolië naar Beijing mogen zien en proeven op deze vakantie.
Als we volgende ochtend vroeg wakker worden, zien we vanuit de trein de mooie uitgestrekte vlakte van Siberië. In dit deel is de natuur vooral steppe-achtig, hier en daar groene heuvels, en heel weinig bomen. Een restauratiewagen is er helaas niet. Als ontbijt eten we wat meegenomen crackers en drinken thee. Warm water kun je in elke treinwagon tappen uit een zogenaamde samovar. Voor het avondeten maken we een uit Nederland meegenomen instandgerecht (kip curry) klaar voor onszelf. Een kwestie van alleen warm water toevoegen. Bord, bestek, thermofles behoren natuurlijk tot onze basisuitrusting.


Met de alleraardigste oudere Russische gastvrouw hebben we in ‘Rudi Carell Duits’ kunnen praten over mogelijk interessante plekjes in deze grote stad, die bekend staat om haar houten huizen. Veel er van zijn behoorlijk verwaarloosd en de meesten staan scheef. Ze zijn wel kleurrijk geschilderd. De belangrijkste musea, winkels, horeca liggen aan ( hoe kan het ook anders) de Leninstraat en de Karl Marxstraat, twee grote en lange straten die het centrum van Irkutsk bepalen. We brengen deze eerste dag, het is inmiddels al middag, een bezoek aan Elena van het lokale reisbureau dat onze reisorganisatie inhuurt. Elena heeft ons vorig jaar fantastisch goed geholpen toen wij vanwege de diefstal aan het Baikalmeer in de problemen zaten. We bedanken haar nogmaals en geven haar een klein presentje uit Nederland.
De tweede en derde dag banjeren we lekker relaxed door de warme (35 graden) stad, bezoeken een kerk, een museum, drinken langs de rivier een Baltika biertje en eten heerlijke Russische soep in een restaurant in het toeristische ‘130 Kwartier’. In de Karl Marxstraat hebben we vorig jaar in een Belgisch (!) restaurantje iets gegeten. Ik kreeg toen vanwege alle sores met het gestolen paspoort van mijn lief geen hap door mijn keel. Na enig zoeken vinden we deze plek weer terug. Dit keer zitten we lekker ontspannen op het terras in de achtertuin van dit restaurant en smaakt het biertje en het eten prima. De tweede avond, ’s avonds om negen uur, staat zomaar ineens de chauffeur met onze twee koffers voor de deur van onze homestay. Het geluk is dit keer met ons! Wat ons betreft zijn we voldoende geacclimatiseerd en zitten we lekker in de vakantiemodus.