Ik weet het nog goed, tweeëndertig jaar. Ik had een leuke vaste baan en ik dacht: “Wil ik al die vastigheid in het leven tot aan mijn pensioen?’ Samen met mijn lief hebben we toen twee jaar in Kenia gewoond en gewerkt.
Nu als fulltime pensionado heb ik weer de kriebels: ‘Hoe leven de mensen in andere delen van de wereld?’ Natuurlijk is ons eigen landje zeer de moeite waard om in rond te reizen, liefst per fiets. Wie weet ga ik dat de komende jaren ook nog doen. Maar vooralsnog kies ik voor spannende verre reizen, zoals de Zijderoute…..
Na twee dagen vertoefd te hebben in de megalomane stad Asghabat rijden we per jeep de woestijn in. We overnachten in een tentje op honderd meter van de beroemde Darwaza gaskrater, een enorm gat in de aardbodem. Meer dan vijftig jaar brandt er gas in deze krater, in de volksmond geheten ‘De poort naar de hel’.
De volgende dag steken we de grens over naar Oezbekistan. In de week die volgt bezoeken we de oude zijderoute pleisterplaatsen Khiva, Buchara en Samarkand. We ontdekken dat rond 1000 na Chr. in Centraal Azië de slavenhandel enorm opbloeide. Vooral slaven uit Turkse stammen waren zeer in trek vanwege hun moed en vindingrijkheid.

We zien prachtig gerestaureerde karavanserais. Hier overnachtten de reizende handelaren met hun kamelen, paarden en handelswaar.
De slaven werden in ruimtes langs de vestingmuren ondergebracht. Op dit deel van onze reis wordt het erg toeristisch. Dat betekent meer commercie, opdringerige verkopers, duurdere horeca en hotels. Eigenlijk vinden we dat een beetje jammer na onze ervaringen in Iran en Turkmenistan, waar we nauwelijks toeristen tegen zijn gekomen.
Onze reis eindigt in Kazachstan, het enige land waar we geen visum voor nodig hebben. Onze 34-jarige gids vertelt dat zijn ouders nog in een kolchoz hebben gewerkt. Zijn moeder is ernstig ziek, waarschijnlijk veroorzaakt door het regelmatig spuiten met insecticiden, terwijl zij op het land moesten werken. Hij betaalt voor haar de behandeling in een privé kliniek. Hoewel het huidige regime behoorlijk corrupt is, is hij er tevreden mee. Het leven is sinds de onafhankelijkheid behoorlijk verbeterd. Zijn droom is dat zijn zoontje , die een grote fan is van Robin van Persie, profvoetballer wordt. Hij heeft in zijn geboorteplaats inmiddels drie ossen grootgebracht en gaat deze binnenkort verkopen. Met het geld wil hij een appartement in Almaty kopen.
Alle landen die we deze reis bezoeken worden met harde hand geleid. Hoe bizar Iran qua sharia ook is, de mensen die we daar ontmoeten zijn uitermate vriendelijk, open en gastvrij, en er is veel oude cultuur te zien.
In Turkmenistan is de extreme persoonsverheerlijking van de leiders opvallend. Onze aardige gids daar heeft vier dagen lang een vast verhaal verteld, zonder persoonlijke kanttekeningen. Qua natuurbeleving en archeologische plekken zijn we hier helemaal aan onze trekken gekomen. In Oezbekistan hebben we het meest de oude zijderoute kunnen ervaren.
In heel Centraal Azië is de Russische invloed en sfeer nog volop aanwezig. Bijna iedereen spreekt Russisch, hoewel elk land haar eigen taal heeft. In de hoofdsteden Asghabat, Taskent en Almaty bezoeken we oorlogsmonumenten uit de 2e W.O..
Honderdduizenden burgers uit die landen zijn omgekomen toen zij vochten voor de Russen tegen de Duitsers. De levensstandaard in dit deel van de wereld is verre van hoog. In Iran hebben de mensen het economisch moeilijk, in Turkmenistan wordt men enigszins zoet gehouden door lage kosten energie.
Oezbekistan probeert met het toerisme de levensstandaard te verbeteren, maar meer dan een kwart van de 32 miljoen mensen leeft onder de armoedegrens. Kazachstan is het meest welvarend.
Het is tien augustus als we vanuit Almaty met een goed gevoel en vol verhalen terugvliegen naar Nederland. De vele goede gesprekken onderweg met onze gidsen hebben ons verrijkt. We hebben iets van de oude zijderoutes mogen ervaren, in de wetenschap dat er nieuwe zijderoutes worden aangelegd vanuit China en Rusland in de vorm van spoorlijnen, olie- en gaspijpleidingen, want de wereld draait door……
Als we de hoofdstad Asghabat binnenrijden, zien we een wit marmeren stad, prachtig aangelegde parken met waterpartijen en grote rotondes met gouden standbeelden. Onze gids vertelt dat meteen na de val van de Sovjet Unie in 1991, de eerste president Niazov deze wit marmeren stad heeft laten bouwen. Hij wilde de absolute grootheid van Turkmenistan (en van zichzelf) laten zien
aan de wereld.
De luxe weg en de parken worden schoongehouden door kleine groepjes vrouwen, alleen met bezem, blik en emmer. Het meest bizarre is, dat we bijna geen mensen zien, niet in de parken, niet in of rond de ministeries en niet bij de appartementen. We vermoeden dat de meeste appartementen niet eens bewoond zijn. Als klap op de vuurpijl ligt er langs deze wit marmeren snelwegboulevard in het centrum van de stad een super luxe wit marmeren Olympisch dorp met een prachtige monorail. Het is gebouwd voor de Asian Indoor Martial Games 2017. Sindsdien staat het helemaal leeg!
Alles in Turkmenistan moet groter dan groot zijn. De volgende dag bezoeken we met onze gids de ‘grootste’ moskee van Centraal Azië, natuurlijk helemaal van wit marmer. We zijn de enige toeristen…… Aansluitend brengen we een bezoek aan het Nationaal Museum, helemaal van wit marmer.
Voor het museum is een ‘plein met terrassen en met (tot voor kort) de ‘hoogste’ vlaggenmast van de wereld: 133 meter. We worden uitgebreid rondgeleid door een vrouwelijke museumgids. Je gelooft het niet…..we zijn de enige bezoekers. Het gewone dagelijkse leven zien we niet. Als we willen lunchen brengt de gids ons naar een restaurant in de buurt van ons hotel. We hebben er heerlijk gegeten voor weinig geld, maar je raadt het al….. we zijn de enige gasten.
Tienduizend grenswachters wil Juncker per 2020 aan de Europese grenzen stationeren om immigranten tegen te houden, zo lees ik vandaag in de krant. Ik kan mij nog uit mijn jeugd de grensposten bij België en Frankrijk herinneren. Altijd maar angstig afwachten of de nors kijkende grenswachters de twee dozen wijn niet zouden vinden. Onze kinderen zien alleen douanebeambten met snuffelhonden op vliegvelden tijdens hun vakantiereizen buiten Europa.
met de jaarlijkse Mongol Rally. Zij rijden in kleine, opgepimpte auto’s. Na deze eerste douanecheck worden we doorgestuurd naar een gebouwtje dat verderop ligt. Eenmaal binnen geven we door een klein loketraampje onze paspoorten af voor de visa. Met gebaren geeft de douanebeambte aan dat we moeten gaan zitten in de wachtruimte. Bij de ingang en de uitgang staan bewakers. Na verloop van tijd moeten we naar een kamertje waar een soort dokter zit. Hij wil mijn geboortedatum weten en intikken op zijn computer, echter dat lukt van geen kant. Hij is begonnen is met 1 9 5 . in te tikken en het duurt lang voordat hij begrijpt dat de 5 een 4 moet zijn, 1 9 4 6.
Plotseling zet hij met een razendsnelle handbeweging een apparaat op mijn voorhoofd. Ik schrik me rot, want het lijkt een pistool. Maar dan hoor ik hem zeggen 36.7 graden……het is een digitale thermometer. Kennelijk is men bang dat er iemand met een ziekte het land binnenkomt. De Engelse rallyrijders hebben deze zogenaamde dokter een steekpenning gegeven. De Ieren hebben het verzoek geweigerd. Aan ons heeft hij niets gevraagd. Na weer lang wachten moet ik naar een ander kamertje voor de visa. Ook dit is een filmscène….Een van de bewakers drukt op de deurbel van dat kamertje. Na vijf minuten wachten komt er uit een andere deur een goedgeklede, mooi opgemaakte dame, met hoge hakken, tasje onder haar arm, aangelopen. Eenmaal in het kamertje zie ik dat in het tasje dikke pakken dollarbiljetten zitten. Voor de twee visa, geldig voor vijf dagen, moet ik 136 dollar betalen. Met het visum in ons paspoort mogen we nu verder het gebouw in, waar een volledige douanecontrole plaatsvindt inclusief vingerafdrukken en biometrische gezichtsherkenning. Het is bijna twee uur later als we opgelucht naar buiten lopen, de verzengende hitte van de Karakum woestijn in. Op de grote lege parkeerplaats zien we in de verte een busje staan. We hopen en vermoeden dat daar onze gids staat te wachten. En inderdaad, samen met de chauffeur staan zij hier al vanaf 8 uur in de ochtend. Ze wisten niet hoe laat we zouden aankomen……
De eerste kilometer rijden we over een slechte weg in een verlaten gebied. Dan ineens gaat dit weggetje over in een kaarsrechte, geasfalteerde snelweg, vierbaans, met boomrijke bermen en sierlijke lantaarnpalen. Dertig kilometer lang zien we geen enkele andere auto op deze snelweg rijden. Als we dan Ashgabat, de hoofdstad van Turkmenistan binnenrijden, valt onze mond nog verder open van verbazing. Nooit eerder hebben we zoiets bizars gezien……