Al weer vijf jaar ben ik fulltime pensionado. Nu, op mijn tweeënzeventigste, heb ik mijn ritme wel zo’n beetje gevonden. Het blijft zoeken, zoals uit mijn laatste twee blogs blijkt, vooral als zich er bijzondere levensgebeurtenissen voordoen. Het afgelopen jaar zijn er twee zeer positieve momenten. Ik ben opa geworden van een kleindochter en één dag in de week pas ik op. Sinds oktober is mijn lief haar (betaalde) werkzame leven aan het afbouwen. Tot juli 2019 werkt zij nog twee dagen per week. Het spreekt voor zich dat deze gebeurtenissen direct veel invloed hebben op mijn daginvulling,
Eerlijk gezegd krijg ik het bij deze lustrum gedachte een tikkeltje benauwd. Het voelt alsof het leven veel te snel gaat. Maar je moet het er mee doen. Het is vrij zinloos om net als Ratelband te wensen dat je twintig jaar jonger bent. Feit is dat ieders levensloop zich, hoe dan ook, afspeelt ergens tussen de nul en honderd jaar. Ieder mens probeert van nature in die periode het beste van zijn leven te maken. Ik kan mij voorstellen dat je terugverlangt naar een eerdere periode in je leven. Misschien voel je je op je zeventigste nog het kind van twaalf of de volwassene van negenenveertig. Daar is niks mis mee. Maar wat de toekomst aangaat, is alles ongewis. Fulltime pensionado zijn lijkt aantrekkelijk, lekker doen waar je zin in hebt. Tegelijkertijd zijn we bang om af te takelen of om dood te gaan. Onderzoeksmatig is er in tegenstelling tot de twee eerdere levensfasen nog weinig bekend over onze derde levensfase. We hebben er weinig ervaring mee en moeten het zelf ontdekken. We zijn niet eerder in de historie van de mensheid met zoveel mensen tegelijk zo oud aan het worden. In Nederland alleen al stijgt de komende jaren het aantal gepensioneerden van drie naar vier miljoen. Je mag hopen dat al die mensen actief, al dan niet met hulp, zoeken naar een inspirerende derde levensfase. Maar hoe bereik je dat?
Voor mij als pensionado én gerontoloog is het extra interessant om naar mijn eigen ouder worden te kijken. Het begint er mee dat het lastig is om een tijdstip aan te geven wanneer deze levensfase begint. Er zijn anno 2018 maatschappelijke kaders die behoorlijk bepalend zijn, zoals de pensioengerechtigde leeftijd en de AOW. Kijkend naar een organisch verloop van ieders leven vind ik dat dit soort kaders veel flexibeler moeten worden. Zodanig dat maximaal recht gedaan wordt aan een persoonlijke (gewenste) invulling van de levensloop. Ikzelf ben deze derde levensfase al een beetje ingegaan op mijn drieënzestigste, een soort prépensioen periode. Dat was financieel mogelijk omdat ik naast inkomen uit mijn adviesbureau ook deeltijdpensioen opnam. Ik wilde minder stress en vooral leuke en boeiende projecten doen. Binnenhalen van betaald werk kostte namelijk veel energie. Dat is mij gelukt. Met veel plezier heb ik doorgewerkt tot mijn zevenenzestigste. De rode draad in mijn daginvulling gedurende deze prépensioen periode is vooral nog betaald werken.
Dan op mijn zevenenzestigste ontstaat er voor mij een nieuwe periode, die van het echte fulltime pensionado zijn. Mijn leuke, betaalde klussen lopen af en er komen geen nieuwe voor terug. Inmiddels ontvang ik mijn vaste, iets gekorte pensioen en mijn AOW, waarmee ik redelijk goed kan rondkomen. Ik ben gelukkig gezond, voor zover ik het weet. Vanaf dat moment realiseer ik mij dat ik voortaan 100% mijn eigen opdrachtgever ben wat betreft mijn daginvulling. Ik geef mijzelf twee nieuwe hoofdopdrachten: een blog schrijven over hoe ik deze levensfase vorm en invulling geef én op zoek gaan naar (nieuwe) sociale netwerken. Al gauw blijkt dat zowel het schrijven als investeren in sociale relaties mij enorm veel energie en inspiratie geven. Beide activiteiten vormen al vijf jaar lang de nieuwe rode draad in mijn dagelijkse leven.
Vooruit kijkend naar mijn tweede lustrum als fulltime pensionado wens ik door te gaan op deze ingeslagen weg en ik hoop daarbij voldoende gezond te blijven.
Hoe simpel ziet onze levensloop er uit. Het eerste deel van ons leven mogen wij enige tijd onbekommerd kind en puberende, schoolgaande jongere zijn. Vervolgens wordt onze levensloop bepaald door hard werken voor ons geld tot de AOW leeftijd, zo rond de zesenzestig jaar. Daarna mogen we als beloning genieten van het leven als pensionado. Werken of niet werken lijkt de spil in onze levensloop.
Deze week lees ik over een onderzoek van Wijzer in Geldzaken. Het blijkt dat 72% van de Nederlanders gemiddeld zes jaar eerder wil stoppen met werken. Binnen die groep wil een ruime meerderheid daarvan liefst enkele jaren vóór de AOW leeftijd alvast minder gaan werken. Dan blijkt ook nog dat één op de vijf Nederlanders juist gemiddeld bijna vijf jaar langer wil doorwerken. Zij vinden het werk erg leuk en willen dan ook actief blijven. Het zijn vooral mensen met een laag inkomen die langer willen doorwerken, vaak om het geld.
u tweeënzeventig jaar, ben ik langzamerhand gestopt met (betaald) werken. Wat voor mij nog wel een beetje werken is, is bedenken hoe ik een redelijk leuke en zinvolle daginvulling kan realiseren: huisman zijn, vrijwilligerswerk doen, een blog schrijven, oppas-opa zijn van onze lieve kleindochter en wat klussen in huis en in ons volkstuintje.
Ik ben meer een denkdoener dan een handwerksman. Omdat daar even de klad in zit, ga ik zowaar diverse kleine klusjes in en rond het huis doen. Helaas verbetert mijn gevoel van ‘lekker in mijn vel zitten’ er nauwelijks van. Ik vraag mij natuurlijk af hoe dat komt? Heeft het te maken met de intredende herfst? Of met het feit dat mijn lief sinds één oktober meer thuis is, omdat zij met deeltijd pensioen is gegaan?
Hij beschrijft daarin hoe de Democratische politicus Beto O’Rourke uit Texas tracht een volledig eigen geluid te laten horen. O’Rourke doet niet mee met reageren op de standaard meningen van Republikeinen en Democraten. Hij vindt die labels er niet meer toe doen. Hij is pragmatisch, niet gericht op het uitvergroten van ‘wij versus zij’. Hij zoekt verbinding tussen mensen en wil met iedereen samenwerken, niemand buitensluiten. Deze (linkse) politicus boort andere emoties aan dan angst en boosheid. Hij heeft een eigen politieke boodschap, uitgaande van het feit ‘dat je alles uit mensen haalt wat er in zit.’ Hij praat over ambities en aspiraties van mensen, over compassie met kwetsbare mensen. Het betekent, aldus de Bruijn ‘een keuze voor een inhoudelijk radicaal ander verhaal, waardoor het midden dus open komt te liggen. Dat combineer je vervolgens met een gematigde, verzoenende houding, een accent op compassie.’
Dit artikel geeft mij inspiratie omdat het aansluit bij het gedachtegoed van de cultuur-filosoof Arnold Cornelis, waar ik een groot fan van ben. In zijn standaardwerk ‘De logica van het gevoel’ (1997) spreekt Cornelis over communicatieve zelfsturing als competentie waarmee het individu als het ware uit zichzelf de uitdaging voelt om negatieve, innerlijke basisemoties als angst, boosheid en verdriet om te zetten in positieve ervaringen. Daarover communiceer je dan met anderen in je omgeving en vice versa. Telkens als dat goed gaat, voel je je een gelukkig mens en zet je een stapje op de weg naar zelfherkenning. Dit individuele leerproces kan alleen slagen als de maatschappij zo ingericht is dat in de cultuur het beeld wordt gewekt van wat mens-zijn is.