De minibieb

Als pensionado, zo merk ik, gaat mijn aandacht meer en meer uit naar mijn directe leefomgeving en dan vooral mijn eigen buurtje. Het is leuk om vanuit de gedachte ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf’ op jouw manier en met jouw ervaringen iets actiefs te doen in de buurt. SAMSUNG CAMERA PICTURESKortgeleden heb ik op het tafeltje aan de voorkant van ons huis een zogeheten minibieb geplaatst, een kastje met gratis boeken. Ik heb deze kastjes al op meer plekken in andere buurten gezien en dacht telkens ‘dat is leuk voor ons buurtje’. Deze gedachte wordt concreet als mijn lief de boekenkast aan het opschonen is. Ook zij heeft, sinds ze twee dagen per week werkt, meer tijd en aandacht gekregen voor haar directe leefomgeving, in dit geval ons huis. Zij is aan het opruimen geslagen. Het resultaat is dat er tientallen boeken teveel zijn. Wat doe je daar mee? De papiercontainer is zonde, de kringloopwinkel is een goede optie, en dan denk ik ineens aan de minibieb.

SAMSUNG CAMERA PICTURES

In mijn kantoortje staat al heel lang een uit sloophout getimmerd kastje. met daarop een Keniaanse houten pop. Toen wij in 1983 uit Kenya terugkwamen naar Nederland moest ook onze poes mee terug. George, de Keniaanse conciërge van de Nederlandse School, waar ik directeur van was, heeft toen een poezenkastje getimmerd. Op de buitenkant van dit kastje had hij geschreven ‘kali sana’. Dat betekent ‘erg gevaarlijk’ en normaal zeg je dat van een leeuw. Veel Kenianen waren een beetje bang van onze poes. Omdat het een zwarte poes was, dachten zij dat het ongeluk bracht. Tot mijn grote verbazing bleken ook de twee grote herdershonden, die onze compound bewaakten, bang voor haar. Als ze te eten kregen, was black poesie er altijd als eerste bij en wachtten de honden op een afstandje totdat zij uitgegeten was.

In dat kastje is 35 jaar geleden onze poes teruggevlogen met de KLM van Nairobi naar Nederland. Ik bedenk me dat dit kastje geschikt is voor een tweede leven als minibieb en dus vul ik het met de overgebleven boeken, die zo ook een tweede leven krijgen. Overdag bij droog weer zet ik dit kastje buiten. Zo werkt het nu al weer enkele weken en ik merk dat er gebruik van gemaakt wordt. Van enkele buurtbewoners krijg ik leuke reacties. Nu is het eigenlijk de bedoeling dat de minibieb een beetje interactief werkt. Sommige mensen nemen simpelweg een boek mee en dat is prima. Maar je kunt ook een boek meenemen en er een ander boek voor terugleggen. Of je legt er alleen een boek in. Door deze ruilhandel komen er telkens nieuwe boeken en gaat het principe werken als in een echte bibliotheek. Zo kun je het hele jaar door gratis boeken lezen.

csm_arnhem-1201_261a3c732eDeze minibieb doet mij terugdenken aan de jaren vijftig van de vorige eeuw. Ik groei als kind op in de Arnhemse wijk Alteveer. Zoals overal in die tijd heeft elke wijk zijn eigen winkelpleintje met een kruidenier, een groenteboer, een drogist, een kantoorboekhandel, een slagerij, een bakkerswinkel en een fietsenmaker. Bij de kantoor-boekhandel Noppes (de winkel op de foto uit 1950 met uitgeklapte markiezen) kun je op naam boeken lenen voor een dubbeltje of zo. Het is gewoon business. Deze boeken hebben altijd een harde omslag, welke vervolgens keurig met bruin papier gekaft zijn. Op de rugzijde staat de titel en het genre en de leeftijd voor de lezer. Voorin is een wit papiertje geplakt waarop de datumstempel gezet wordt als je het boek leent. Ik heb daar toen veel boeken uit de serie Arendsoog en Pim Pandoer geleend. In de jaren zeventig stopt de boekhandel er mee. Ik heb er toen nog een aantal als souvenir gekocht, maar weet nu niet meer waar ze zijn.

 

 

 

Fulltime pensionado 1e lustrum

sam_5563.jpgAl weer vijf jaar ben ik fulltime pensionado. Nu, op mijn tweeënzeventigste, heb ik mijn ritme wel zo’n beetje gevonden. Het blijft zoeken, zoals uit mijn laatste twee blogs blijkt, vooral als zich er bijzondere levensgebeurtenissen voordoen. Het afgelopen jaar zijn er twee zeer positieve momenten. Ik ben opa geworden van een kleindochter en één dag in de week pas ik op. Sinds oktober is mijn lief haar (betaalde) werkzame leven aan het afbouwen. Tot juli 2019 werkt zij nog twee dagen per week. Het spreekt voor zich dat deze gebeurtenissen direct veel invloed hebben op mijn daginvulling,

Eerlijk gezegd krijg ik het bij deze lustrum gedachte een tikkeltje benauwd. Het voelt alsof het leven veel te snel gaat. Maar je moet het er mee doen. Het is vrij zinloos om net als Ratelband te wensen dat je twintig jaar jonger bent. Feit is dat ieders levensloop zich, hoe dan ook, afspeelt ergens tussen de nul en honderd jaar. Ieder mens probeert van nature in die periode het beste van zijn leven te maken. Ik kan mij voorstellen dat je terugverlangt naar een eerdere periode in je leven. Misschien voel je je op je zeventigste nog het kind van twaalf of de volwassene van negenenveertig. Daar is niks mis mee. Maar wat de toekomst aangaat, is alles ongewis. Fulltime pensionado zijn lijkt aantrekkelijk, lekker doen waar je zin in hebt. Tegelijkertijd zijn we bang om af te takelen of om dood te gaan. Onderzoeksmatig is er in tegenstelling tot de twee eerdere levensfasen nog weinig bekend over onze derde levensfase. We hebben er weinig ervaring mee en moeten het zelf ontdekken. We zijn niet eerder in de historie van de mensheid met zoveel mensen tegelijk zo oud aan het worden. In Nederland alleen al stijgt de komende jaren het aantal gepensioneerden van drie naar vier miljoen. Je mag hopen dat al die mensen actief, al dan niet met hulp, zoeken naar een inspirerende derde levensfase. Maar hoe bereik je dat?

Voor mij als pensionado én gerontoloog is het extra interessant om naar mijn eigen ouder worden te kijken. Het begint er mee dat het lastig is om een tijdstip aan te geven wanneer deze levensfase begint. Er zijn anno 2018 maatschappelijke kaders die behoorlijk bepalend zijn, zoals de pensioengerechtigde leeftijd en de AOW. Kijkend naar een organisch verloop van ieders leven vind ik dat dit soort kaders veel flexibeler moeten worden. Zodanig dat maximaal recht gedaan wordt aan een persoonlijke (gewenste) invulling van de levensloop. Ikzelf ben deze derde levensfase al een beetje ingegaan op mijn drieënzestigste, een soort prépensioen periode. Dat was financieel mogelijk omdat ik naast inkomen uit mijn adviesbureau ook deeltijdpensioen opnam. Ik wilde minder stress en vooral leuke en boeiende projecten doen. Binnenhalen van betaald werk kostte namelijk veel energie. Dat is mij gelukt. Met veel plezier heb ik doorgewerkt tot mijn zevenenzestigste. De rode draad in mijn daginvulling gedurende deze prépensioen periode is vooral nog betaald werken.

sam_5561.jpgDan op mijn zevenenzestigste ontstaat er voor mij een nieuwe periode, die van het echte fulltime pensionado zijn. Mijn leuke, betaalde klussen lopen af en er komen geen nieuwe voor terug. Inmiddels ontvang ik mijn vaste, iets gekorte pensioen en mijn AOW, waarmee ik redelijk goed kan rondkomen. Ik ben gelukkig gezond, voor zover ik het weet. Vanaf dat moment realiseer ik mij dat ik voortaan 100% mijn eigen opdrachtgever ben wat betreft mijn daginvulling. Ik geef mijzelf twee nieuwe hoofdopdrachten: een blog schrijven over hoe ik deze levensfase vorm en invulling geef én op zoek gaan naar (nieuwe) sociale netwerken. Al gauw blijkt dat zowel het schrijven als investeren in sociale relaties mij enorm veel energie en inspiratie geven. Beide activiteiten vormen al vijf jaar lang de nieuwe rode draad in mijn dagelijkse leven.

Vooruit kijkend naar mijn tweede lustrum als fulltime pensionado wens ik door te gaan op deze ingeslagen weg en ik hoop daarbij voldoende gezond te blijven.

Stoppen met werken

SAMSUNG CAMERA PICTURESHoe simpel ziet onze levensloop er uit. Het eerste deel van ons leven mogen wij enige tijd onbekommerd kind en puberende, schoolgaande jongere zijn. Vervolgens wordt onze levensloop bepaald door hard werken voor ons geld tot de AOW leeftijd, zo rond de zesenzestig jaar. Daarna mogen we als beloning genieten van het leven als pensionado. Werken of niet werken lijkt de spil in onze levensloop.

DSCN0963Deze week lees ik over een onderzoek van Wijzer in Geldzaken. Het blijkt dat 72% van de Nederlanders gemiddeld zes jaar eerder wil stoppen met werken. Binnen die groep wil een ruime meerderheid daarvan liefst enkele jaren vóór de AOW leeftijd alvast minder gaan werken. Dan blijkt ook nog dat één op de vijf Nederlanders juist gemiddeld bijna vijf jaar langer wil doorwerken. Zij vinden het werk erg leuk en willen dan ook actief blijven. Het zijn vooral mensen met een laag inkomen die langer willen doorwerken, vaak om het geld.

Het strakke regime waarin we anno 2018 onze levensloop inclusief het werken of stoppen met werken hebben bepaald, is naar mijn idee volledig achterhaald. Ons leven behoeft een maatschappelijke context welke maximaal ruimte biedt aan een flexibele, persoonsgerichte invulling van onze levensloop, inclusief het werken. Gerontologisch onderzoek toont aan dat in onze tijd van individualisering de verschillen tussen mensen bij het ouder worden steeds groter worden. Een belangrijk kantelpunt op het gebied van persoonlijke ontwikkeling vindt gemiddeld plaats rond het vijfenveertigste levensjaar. Ieder individu ontwikkelt, door ervaring wijzer geworden, steeds meer stuurcompetenties die relevant zijn voor zijn persoonlijke groei en bepaling van betekenisvolle levensdoelen. Zo op de helft van je leven vragen veel mensen zich af of het allemaal wel de moeite waard is wat ze doen, hoe ze leven. Zorgen we wel goed voor onszelf? Gebruiken we onze talenten wel goed? De maatschappij zou veel meer aandacht moeten besteden aan deze levensvragen en behoeften van mensen en hen stimuleren en helpen hun ervaringskennis optimaal in te zetten. De kans dat je dan meer geniet van je leven en je werk is groot.sam_5558.jpg

Als het gaat om werken, minder werken of stoppen met werken speelt geld c.q. inkomen een essentiële rol. In de huidige overgangsfase van werken naar niet werken is een flexibele werkperiode tussen het zestigste en zeventigste levensjaar zeer gewenst. In deze jaren wordt stress een steeds grotere risicofactor voor onze gezondheid. Behoud van spankracht is een belangrijke voorwaarde om stress te verminderen met als effect meer balans en plezier. Voor behoud van spankracht is het kunnen gebruiken van je ervaringstalenten noodzakelijk. Dit zal ieders welzijn goed doen. Het zal de kans op fysieke en psychische achteruitgang in de levensfase van de hoge ouderdom daarna positief beïnvloeden. Mooi meegenomen is, dat we niet alleen langer actief blijven, maar ook wellicht minder hoge zorgkosten in de laatste levensfase hebben.

Ikzelf heb op mijn vierenvijftigste een stressvolle directiefunctie ‘ingeruild’ voor mijn eigen, kleinschalig onderzoek- en adviesbureau. Zes jaar later heb ik daarbij gekozen voor deeltijdpensioen. Op die manier heb ik zo tussen mijn zestigste en zeventigste naar eigen wens en behoefte kunnen werken. Ik hoefde niet stressvol bezig te zijn om 100% inkomen te verdienen. Ik was zelfs in staat om vooral leuke projecten uit te kiezen, waarin ik mijn talenten en ervaringskennis maximaal kon toepassen.

Nsam_5320.jpgu tweeënzeventig jaar, ben ik langzamerhand gestopt met (betaald) werken. Wat voor mij nog wel een beetje werken is, is bedenken hoe ik een redelijk leuke en zinvolle daginvulling kan realiseren: huisman zijn, vrijwilligerswerk doen, een blog schrijven, oppas-opa zijn van onze lieve kleindochter en wat klussen in huis en in ons volkstuintje.

Al bij al ben ik een gelukkig en tevreden mens, die al zijn hele leven kan en mag ‘genieten van het leven’. Ik hoef daarvoor niet, zoals Emiel Ratelband wenst, twintig jaar jonger te worden…….maar daarover in mijn volgende blog meer.