Een eerlijke, dappere boodschap…..

Onze dochter stuurt vorige week een artikel door dat een van haar beste vriendinnen heeft gepubliceerd in het Parool onder de titel ‘Niet de andere kant op kijken’. Rosa (40) vraagt zich af hoe je nieuws over leed en geweld kan volgen zonder dat je je er machteloos en moedeloos door gaat voelen. Ze wil niet meer wegkijken en onderzoekt of – en hoe – dat kan.

Ik zie de beide vriendinnen nog als kleine meisjes heerlijk ongedwongen en met veel fantasie en gevoel spelen met elkaar. Het lijkt nog maar kort geleden. Nu zijn het veertigers, staan volop in het leven en allebei hebben ze een kind. Ik vraag me wel eens af hoe veertigers reageren op de huidige, grote (wereld)problemen. Verschilt dat veel met ouderen, zoals ik, die steeds emotioneler wordt? Rosa geeft duidelijk te kennen hoe zij bij slecht nieuws emotioneel van slag kan raken. Ze memoreert haar vader die wel eens gezegd heeft: ‘Kind, je moet een beetje meer eelt op je ziel krijgen’. Het is een lief en goedbedoeld advies, zegt Rosa, maar ze merkt dat die eeltlaag niet dikker wordt. Ze vraagt zich af waarom ze een machteloos gevoel nou zo’n probleem vindt? Uiteindelijk stelt ze bij haarzelf vast dat dit gevoel ook een motor kan zijn voor actie: “Het is de kunst om het machteloze gevoel en het verdriet te verdragen, of als dat niet lukt, het te gebruiken als brandstof voor verandering en tegelijkertijd van de mooie dingen blijven genieten.”

Het is heel herkenbaar. In deze hectisch tijd raak ik net als Rosa regelmatig van slag en dan voel ik mij moedeloos, lusteloos en apathisch worden. Iets wijzer geworden door alles wat ik in mijn leven zo heb meegemaakt, weet ik dat vermijden en wegstoppen niet helpt. Het beste is te focussen op je eigen waarden en daarnaar te handelen. Ik heb geleerd vooral energie te steken in dingen waar ik zelf direct invloed op kan uitoefenen. Daarnaast probeer ik in gesprekken met anderen mijn eigen denken over al die grote wereldproblemen kritisch te beschouwen. Als er dan sprake is van machteloosheid en het verdriet om alles wat er gebeurt, in Oekraïne bijvoorbeeld, helpen deze gesprekken mij niet moedeloos te worden, maar te blijven hopen.

Een bijzonder voorbeeld hoe je verdriet van iets groots kan omzetten in brandstof voor verandering, blijkt uit de actie van de nabestaanden van MH17 ramp in 2014. De veroordeelde schuldigen worden door het regiem in Rusland de hand boven het hoofd gehouden en niet uitgeleverd. Dat moet de nabestaanden een vreselijk gevoel van machteloosheid geven, al tien jaar lang. Deze week hebben zij een open brief gestuurd naar alle betrokkenen bij de komende vredesonderhandelingen met een duidelijke boodschap. Zij vinden dat een geloofwaardig vredesakkoord tussen Rusland en Oekraïne moeilijk te bereiken is zonder Russische erkenning van de verantwoordelijkheid voor het neerhalen van MH17….

Wat een eerlijke, dappere boodschap! Helemaal machteloos hoef je je toch niet te voelen!

Een ansichtkaart als boekenlegger….

Om de grijze dagen rond Kerst en Oud en Nieuw goed door te komen, ben ik de beroemde roman van Thomas Mann De Toverberg (1924) aan het lezen. Het verhaal speelt zich af in een sanatorium voor tuberculose patiënten in Davos, Zwitserland. Op zeer indringende wijze wordt het dagelijkse leven van de hoofdpersoon in dit sanatorium beschreven. Hij raakt niet alleen elk besef van tijd in no time kwijt, ook raakt hij onthecht aan alles wat zijn thuisfront heeft te bieden. De 1e W.O staat op punt van beginnen.

Al bij het lezen van het eerste hoofdstuk dringt ineens het besef tot mij door, dat mijn vader – die op mijn vijftiende overlijdt – meermalen naar Zwitserland moet afreizen voor een kuur in zo’n sanatorium. Onmiddellijk loop ik naar mijn bureau en pak daar de ansichtkaart, die mijn vader vanuit Zwitserland op 29 januari 1947 naar mij heeft gestuurd. Voor de zoveelste keer lees ik: ‘Mijn kleine prinsje, van Mams hoor ik dat je zoo heel erg lief bent en Hein & Hans zijn erg gek met hun prinsje. Mama zal je extra van Paps knuffelen, hoor! Jouw Papa…..’ Ik ben een half jaar oud en heb twee oudere broertjes van anderhalf en tweeënhalf jaar oud.

Ongeveer 40 jaar geleden wordt deze ansichtkaart teruggevonden achter het behang in ons ouderlijke huis. Sindsdien ligt hij altijd ergens in de nabijheid van mijn bureau en koester ik het als een relikwie. Voor het eerst ga ik de ansichtkaart gebruiken als boekenlegger. Ik neem zo mijn vader in gedachten mee tijdens het lezen van De Toverberg.

Nu ik zo sterk mijn vader in mijn hoofd heb, kan ik mij bij het verder lezen niet los maken van de vraag hoe hij deze kuren mentaal en fysiek heeft ervaren en doorstaan. De eerste vijftien jaar van mijn leven heeft hij telkens voor een langere periode ons grote gezin achter moeten laten. Ik stel mij al lezend voor dat hij ook het zeer strakke dagritme van ligkuren heeft moeten ondergaan. Er zijn nog wat foto’s van hem liggend en zittend in het sanatorium. Heeft hij toen veel aan zijn gezin thuis gedacht? Heeft hij zo vlak na de 2e W.O. de balans van zijn leven een beetje op kunnen maken? Of heeft hij zich, net als de hoofdpersoon uit de Toverberg, helemaal over gegeven aan de mores van het sanatorium en zo de rust gevonden om al zijn ‘wereldse thuiszorgen’ even los te laten?

Het zijn vragen en gedachten waar ik nooit antwoord op zal krijgen en dat hoeft ook niet. Het lezen van De Toverberg met daarin zijn ansichtkaart als boekenlegger, voelt als een cadeau, een hommage aan mijn allerliefste vader!

Intimiteit..

Deze herfstperiode heb ik mij aangemeld voor een filosofiecursus over de Duitse filosoof Nietzsche (1844-1900). Nietzsche schopt tegen alles om hem heen aan. Van het moralisme van de Griekse filosofen Socrates en Plato moet hij totaal niets hebben. Hij rekent in felle teksten af met het christelijke geloof en met ideologieën als socialisme, nationalisme, feminisme, eigenlijk alles waar – isme achter staat. Voor hem is het leven strijden. Hij huldigt het begrip Amor fati, liefde voor het (nood)lot: omarm als individu datgene wat onvermijdelijk is. Nietzsche zegt: ‘Het leven is strijden en daarmee vindt het zijn doel in zichzelf.’

Waarom ik het boeiend vind om te leren van filosofen is, omdat ik in deze fase van mijn leven meer dan ooit op zoek ben naar de zin van mijn leven. Ik ben opgegroeid met de katholieke moraal theologie. Als zevenjarige moet ik opdreunen: ‘Waartoe zijt gij op aarde? Ik ben op aarde om God te dienen en daardoor hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn.’ Dit geloof biedt mij en alle andere katholieken, niet alleen een leven op aarde, maar ook nog eens in het hiernamaals. De katholieke leer vertelt mij zo, wat de zin van het leven is. Langzamerhand echter ervaar ik in mijn leven dat deze katholieke leer gebaseerd op ‘ratio = deugd = geluk’ wel weinig aansluit bij mijn eigen innerlijk kompas, mijn zintuigen en emoties. Hier herken ik iets van de filosoof Nietzsche.

In mijn werkzame leven, zo rond mijn veertigste, ben ik volop bezig met de ouder wordende mens. Mijn ambitie om de ouderenzorg in Nederland te helpen verbeteren is groot. Tegelijkertijd voel ik een sterke behoefte levensdromen niet zozeer in materiële, maar meer in ideële zaken te zoeken en te vinden. Zoals ik zelf bezig ben om een betekenisvol leven te leiden (met vallen en opstaan), zie ik in mijn werk hoe de ouder wordende mens hier mee bezig is. De levensloop van ieder mens is een uniek en subjectief proces, waarin interactie met de sociale omgeving van wezenlijk belang is. In die context zoekt ieder mens naar geborgenheid en warme contacten.

Als ik naast mijn baan de studie gerontologie oppak en deze afrondt met een thesis, kies ik haast vanzelfsprekend het onderwerp ‘Intimiteit in de hoge ouderdom’. Intimiteit heb ik gedefinieerd als: ‘De hoogste mate van vertrouwelijkheid in jezelf en in je relatie tot de ander, die ontstaat op het moment dat de mens zichzelf kan zijn in zijn persoonlijk leefgebied.’

Vanaf dat moment intensiveer ik, zowel in mijn persoonlijke als in mijn werkzame en nu in mijn pensionado leven de zoektocht naar intimiteit. Met een knipoog naar Nietzsche durf ik nu op mijn achtenzeventigste te zeggen: ‘Het leven is werken, permanent zoeken naar intimiteit, en daarmee vindt het zijn doel in zichzelf.