Deze maand mei 2019 zijn mijn lief en ik 45 jaar getrouwd en dat is een moment om eens extra te reflecteren op het leven. En als ik dan terugkijk op mijn levensloop en die van mijn lief, kan ik zeggen dat wij een gelukkig leven mogen leiden tot nu toe. We kennen alleen maar vooruitgang, welvaart en vrede. Onze gezondheid is goed en met onze kinderen en ons kleinkind gaat het ook goed. Financieel gezien hebben we na een mooi werkzaam leven en dankzij de AOW (ingevoerd 1956) nu een goed pensioen. We hebben goede familiebanden en fijne vrienden en kennissen. Kortom….ik ben blij op deze wereld gezet te zijn in 1946, precies een jaar na de 2e W.O..
Ik sta altijd op 4 mei stil om al die mensen te gedenken die gevochten hebben voor onze vrijheid. In het bijzonder denk ik aan mijn lieve vader en lieve moeder. Hoe anders heeft hun leven in de jaren 30, in de oorlog en de eerste vijftien jaar daarna er uit gezien.
Zij trouwen na een lange verkeringstijd in 1942 in Arnhem: J.P Beke en F.G.H. Oostendorp. Ze zijn stapelverliefd en heel gelukkig met elkaar. Maar de oorlog raakt hen en uiteindelijk ook ons gezin heel direct. In documenten van de Stichting 1940-1945 lees ik: ‘De heer J.P. Beke was vanaf het begin 1942 betrokken bij het verspreiden van bonkaarten, het vervalsen van persoonsbewijzen en het onderbrengen van onderduikers. Met valse papieren op zak als rechercheur bij de Nederlandse Spoorwegen maakte hij vele reizen in de Achterhoek. Op deze reizen, waarbij hij altijd in de bagagewagen plaatsnam, heeft hij kou gevat die door verwaarlozing en spanning is ontaard in een longinfectie. Vanaf begin 1944, het jaar waarin mijn oudste broer geboren wordt, is hij zwervende daar de S.D. een huiszoeking had verricht. Later kwam daar nog een maagkwaal bij waaraan hij driemaal werd geopereerd.’
Na de oorlog wordt mijn vader een buitengewoon invaliditeitspensioen toegekend. Tussen 1945 en 1961 heeft hij een zeer zwaar leven gehad, waarin hij nauwelijks heeft kunnen werken en vooral ernstig ziek is geweest. Ik ben vijftien jaar als hij overlijdt in het sanatorium De Klokkenberg in Breda, Mijn ouders, zeer traditioneel katholiek, krijgen maar liefst zeven kinderen. Mijn moeder heeft al die moeilijke jaren op een fantastische manier haar gezin inclusief haar man opgevangen. In een rapport van de maatschappelijk werker van de Stichting 1940-1945 lees ik dat mijn moeder met haar gezin moet rondkomen met een buitengewoon pensioen van 160,90 gulden + 160 gulden uitkering ziektewet + 38 gulden voor extra voeding voor de kinderen.
Een groot drama vindt plaats in juni 1953. Op 14 juni moet mijn vader, zwaar ziek en ook nog depressief, weer naar het sanatorium in Davos, mijn moeder hoog zwanger achterlatend. Een dag later op 15 juni, mijn zevende verjaardag, wordt mijn jongste broertje Angelo geboren. Mijn broertje overlijdt enkele weken na zijn geboorte. Ik kan het me nauwelijks voorstellen hoe zwaar dit alles is geweest voor mijn ouders. Mijn vader doodziek en machteloos op grote afstand van zijn vrouw en zijn gezin. Mijn lieve sterke moeder die er op dat moment totaal niet aan toekomt om deze vreselijke gebeurtenis te verwerken. Al die emoties komen bij haar pas vele jaren later los als haar kleinkind Dax overlijdt. Gelukkig heeft zij nog heel veel jaren mogen genieten van het leven en daar heeft ze al haar kinderen, kleinkinderen en onze vrienden in meegenomen.
Op 5 mei vier ik samen met vele anderen in grote overtuiging de Vrijheid waarin ik mede dankzij mijn vader en moeder ben opgegroeid. Ik ben hen ontzettend dankbaar voor alle goeds dat zij mij hebben meegegeven.
Op 23 mei ga ik dus ook stemmen voor Europa dat aanvankelijk is opgericht om een nieuwe oorlog te voorkomen! Ik geloof in een pluriform Europa, want in verscheidenheid ligt onze kracht. Leven doen wij mensen samen, we zijn van elkaar afhankelijk. Ik geloof in een Europese samenleving op basis van medemenselijkheid en solidariteit: Vrijheid maak je met elkaar.
Mijn missie is aandacht en actie genereren voor groei tot op hoge leeftijd. Dat dit mogelijk is toont wetenschappelijk onderzoek aan (o.a. Baltes, 1999, The Berlin Aging Study, Aging from 70 to 100). De meeste ouderen willen en kunnen binnen hun mogelijkheden maximaal volwaardig en gelijkwaardig mee blijven doen. De vraag is hoe individuele ouderen voor zichzelf een zo goed en prettig mogelijk leven kunnen realiseren, een leven waarin zij ervaren er toe te doen. Zeker zo belangrijk is de vraag welke voorwaarden vanuit de samenleving inclusief de overheden daarvoor gewenst zijn en welke noodzakelijk.
De feestruimte is verre van senior proof, wat dat dan ook precies moge inhouden. Er zijn op- en afstapjes op de ruwe betonnen vloer en het is een beetje donker. De ouderen die slecht ter been zijn en slecht kunnen zien moeten zich extra inspannen om zich in de ruimte enigszins op hun gemak te voelen. Rollators en gehoorapparaten zijn in deze ambiance niet goed bruikbaar. De toiletten doen denken aan een naturisten camping. Het is boeiend
De ruimte, de sfeer en alles doet mij terugdenken aan de tijd (1968-1972) dat ik met vrienden ging stappen in bruine kroegen als de Kameleon, De Buik en De Beer in Arnhem. Ik was een zeer blije adolescent, die de hele wereld aan kon. Daarom is het extra leuk om als tweeënzeventig jarige weer eens op een feestje, die nostalgische gevoelens terug te halen. Tegelijkertijd is interessant om te zien of en hoe oudere mede feestgangers met die fysieke senior ongemakken omgaan. Mij belemmert het (nog) niet om te genieten, integendeel. Ik weet dat mijn vriend dat zelf zo wil vieren. Hij daagt deze avond zijn dierbaren uit het positieve beeld van blij ouder worden met hem te delen. De ouderen die enig fysiek ongemak ervaren, spoort hij aan om een rustig plekje te zoeken, waar je lekker kunt zitten. Mooi om te zien en te horen in zijn speech is, hoe hij geniet van de ambiance en van de vele lieve mensen in zijn leven. Hij vertelt hoe belangrijk een goed en warm sociaal netwerk voor hem is. Aan het slot zingen we allemaal luidkeels ‘lang zal hij leven…’
Vanaf het moment dat ik niet meer dagelijks opgeslokt word door mijn werk, krijgt mijn directe leefomgeving automatisch meer aandacht. M
We maken gebruik van een gebouw in onze wijk: Podium aan de Maas. In de jaren zestig is dit gebouw opgericht en geschonken aan de stad Rotterdam door de Duitse jongerenbeweging Aktion Sühnezeichen Friedensdienste. Dit gebouw, mede ontworpen door de beroemde architect Rietveld, is een soort levend monument ter nagedachtenis aan het bombardement in de 2e W.O.. De Stichting die dit gebouw exploiteert, heeft zich eerder nooit zo direct bezig gehouden met de wijk er omheen.