Medemensen….

Voor mijn lief en mij is het ons hele leven al belangrijk om regelmatig nieuwe uitdagingen te zoeken. Wij halen daar niet alleen inspiratie en energie uit, het helpt ook de turbulente wereld om ons heen enigszins te duiden. Deze levenshouding heeft een enorme boost gekregen dankzij ons tweejarig verblijf in Kenya, ruim veertig jaar geleden.

Het is 1981 en wij zijn zeven jaar getrouwd. Mijn lief studeert in Nijmegen en is bezig met haar afstudeerscriptie. Ik heb een vaste baan als hoofd van een school in Wageningen. Ons leventje voelt goed en zeker, maar tegelijk een beetje als huisje, boompje, beestje. We hebben nog geen kinderen. Onwillekeurig komt bij ons wel eens de gedachte op: ‘Is dit het nu tot aan ons pensioen?’ Dan lezen we een advertentie in de krant: ‘Gevraagd, directeur Nederlandse School Nairobi’. Vrijwel direct krijgen we de kriebels. Wat is er mooier en uitdagender dan samen dit Afrikaanse avontuur aan te gaan. Ik krijg deze baan.

Twee jaar in een totaal ander land wonen en werken, heeft enorm veel positieve invloed gehad op ons leven tot op de dag van vandaag. We dompelen ons onder in deze andere wereld. We genieten we van de mensen, de natuur en de Afrikaanse leefwijzen. Samen dit avontuur aangaan, ver van onze Arnhemse huis en haard, heeft ook nog eens een extra stevige basis gelegd onder onze relatie.

Eenmaal terug in Nederland verhuizen we naar Rotterdam, vanwege een baan in de multiculturele sector. In deze stad met 170 nationaliteiten voelen ons snel thuis. Onze kinderen en kleinkinderen worden hier geboren en groeien met al die culturen op. Gesterkt door ons Kenya avontuur zoeken mijn lief en ik al weer veertig jaar, telkens nieuwe uitdagingen in werk en privé. We halen daar veel inspiratie en energie uit. Nu we met pensioen zijn, blijven wij deze levenshouding omarmen.

Afgelopen week komen mijn oudste broer en schoonzus bij ons logeren. Ze zijn altijd erg onder de indruk van de sfeer in de stad Rotterdam. Kort geleden is het migratiemuseum Fenix geopend. Samen bezoeken we de tentoonstelling The Family of Migrants. De tweehonderd foto’s van mensen uit de hele wereld, die om allerlei redenen vertrekken, reizen en ergens anders aankomen, maken allerlei gevoelens bij ons los. Mensen overal op de wereld lijken op elkaar, hebben allemaal gevoelens van geluk, angst, boosheid en verdriet. Op de foto’s zien we wanhopige medemensen, die van huis en haard verdreven worden.

Ik moet denken aan de filosoof Levinas, die zegt dat je als mens alleen maar kan bestaan bij de gratie van de Ander, de medemens. Moraal is een kwestie van geven wat je hebt, van ruimte maken voor de ander in je eigen leefwereld.

Wij praten nog lang na over deze tentoonstelling. We zouden wensen dat er in onze directe leefomgeving meer met gevoel en respect voor ieder mens over migratie gesproken wordt en dat van daaruit gezocht wordt naar haalbare, menswaardige oplossingen.

‘Herbronnen’ als mens…..

De Tea Training in Sri Lanka is voor mij een bijzondere uitdaging. In tegenstelling tot de andere deelnemers, waaronder mijn lief, ben ik geen thee expert: ‘Kan ik het inhoudelijk wel bijbenen?’ En dan nog iets…..Ik ben in het groepje van acht veruit de oudste deelnemer. Hoe zullen de anderen daarop reageren?

Dit stemmetje ‘de oudste zijn’ in mijn hoofd zit me behoorlijk dwars. In mijn blog wil ik juist laten zien dat je biologische leeftijd geen negatief etiket van ‘er niet meer bij horen’ hoeft te hebben. Integendeel, met al je opgedane levenservaring kun je juist een zinvolle bijdrage blijven leveren aan de samenleving.

Amba Estate en Kaley Estate zijn de theeplantages waar onze training plaatsvindt. Beide kleine plantages liggen in afgelegen gebieden midden in de natuur. We vertoeven tien dagen in een prachtig groen, bergachtige landschap, zelfs in een tropisch regenwoud. De sfeer is super relaxed en idyllisch.

Tijdens de theorielessen in de buitenlucht, leren we dat thee pas rond 1860 in Ceylon (het huidige Sri Lanka) opkomt, nadat de koffieplantages zijn verwoest door ‘koffieroest’. In korte tijd worden enorme theevelden aangeplant en verrijzen grote theefabrieken. Anno 2024 staat Sri Lanka met haar Ceylon thee op de derde plaats van de wereldexport. Wie kent niet Lipton thee? Probleem is wel de grootschalige ontbossing door de aanleg van theevelden. En ook de levensstandaard van de theeplukkers in deze gebieden is erg laag.

Onze kleinschalige theeplantages functioneren totaal anders dan de ‘grote jongens’. Ze zijn gekocht en opnieuw ontwikkeld door ondernemers die investeren met de intentie zowel financiële rendementen als sociale en milieudoelstellingen te behalen. Zij zijn volledig biologisch en de hele theeproductie gebeurt handmatig. Op dit moment zijn er twaalf van dergelijke plantages verenigd in de open source organisatie ‘Ceylon Artisanal Tea Association’ (CATA) en staan er maar liefst veertig in de wacht om hier bij aan te sluiten.

Deze ondernemers, waarvan we er een aantal mogen ontmoeten, maken veel indruk op mij. Zij hebben hun oorspronkelijke loopbaan waarin denken in termen van groot, groter, grootst centraal staat, achter zich gelaten. Zij zijn op zoek gegaan naar wat écht belangrijk voor hen is in het leven. Deze vorm van ‘herbronnen als mens’ brengt hen bij de natuur en de eigen bronnen. Zij besluiten zich voortaan bezig te houden met op welzijn gerichte levenszaken zoals duurzaamheid, armoedebestrijding en educatie.

Vanaf het moment van ‘herbronnen’ zetten deze plantage eigenaars al hun opgedane ervaringskennis in om de mensen rond deze theeplantages opnieuw te verbinden met de natuur. Met elkaar creëren zij een leef/werkgemeenschap waar duurzame landbouwpraktijken worden gevolgd en waar ethisch met mensen wordt omgegaan. Het is hartverwarmend te zien dat de mensen gelukkig zijn, hun potentieel kunnen benutten, kortom hun leven op een zinvolle manier kunnen vormgeven. Zo draagt CATA op kleine, maar waardevolle schaal bij aan de kwaliteit van leven in dit prachtige land.

Midden in het leven blijven staan….

Maar liefst 7 op de 10 vijftigplussers voelt zich onvoldoende gewaardeerd door de samenleving. SIRE wil met de nieuwe campagne ‘Je bent nooit te oud om te leven’ het patroon doorbreken door inspirerende vijftigplussers te laten zien die midden in het leven staan en daarmee de vooroordelen ontkrachten….

Uit wetenschappelijk onderzoek (o.a. The Berlin Aging Study, Aging from 70 to100, Baltes c.s.1997) weten we dat rond je vijfenveertigste gemiddeld het accent van groei en ontwikkeling verschuift naar je competenties op het gebied van ervaringskennis. Juist deze competentie kan blijven groeien tot op zeer hoge leeftijd. Om dus ‘midden in het leven te blijven staan’ is het wijs je daarvan bewust te zijn. Dat geldt voor de samenleving én voor het individu.

Zo heb ik na mijn pensionering drie belangrijke besluiten genomen, allen direct gerelateerd aan mijn ervaringskennis: ik ga blogs schrijven over mijn eigen ouder worden; ik word actief als vrijwilliger in mijn directe leefomgeving; ik neem mij voor te blijven zoeken naar inspiratie en zingeving….tot de laatste snik… Nu, ruim tien jaar verder, kan ik zeggen: ik leef met volle teugen!

Onlangs heb ik nog een prachtige ervaring opgedaan. Mijn lief heeft na haar pensionering spontaan besloten als hobby een thee opleiding te volgen. Nu mag ze zich theesommelier noemen. Natuurlijk volgen wij elkaars activiteiten, want van elkaar kun je veel blijven leren. In het voorjaar krijgt zij een aanbod voor een bijzondere Tea Training in Sri Lanka. Deze kans laten we niet voorbij gaan en ik mag mee! Het is een fantastische uitdaging even uit onze pensionado-comfortzone van alledag te stappen.

Afgelopen juni vertrekken we dan voor drie weken naar Sri Lanka, waarvan we tien dagen met een groepje van theeliefhebbers verblijven op twee kleinschalige theeplantages: Amba Estate en Kaley Estate. Het zijn biologische thee boerderijen, hebben een pension en zijn bewust sociale ondernemingen. Hun doel is om de lokale werkgelegenheid en inkomens te maximaliseren en tegelijkertijd de natuurlijke omgeving te behouden en te herstellen. Er wordt samengewerkt met de lokale gemeenschap om een scala aan ambachtelijke producten te produceren en te exporteren. Ze bieden kleine groepjes gasten de mogelijkheid om te ontspannen en op te laden op de mooiste plekken in Sri Lanka.

Vanaf de eerste dag op de theeplantage kost het mij geen enkele moeite om uit mijn comfortzone te stappen. Ik ontmoet alleen maar blije mensen. De werknemers komen uit de directe omgeving, krijgen een goede opleiding en een goed salaris. Zij vormen een hechte gemeenschap. Hun enthousiasme is hartverwarmend. We krijgen uitgebreid informatie over de geschiedenis van Sri Lanka en de soorten thee. Maar het mooiste is de praktijk. De theeplukkers nemen ons mee in de velden en leren ons de juiste blaadjes te plukken. Zij helpen ons in de kleine fabriek deze blaadjes handmatig te verwerken tot zwarte, witte of groene thee. Ontbijt, lunch en avondeten wordt met liefde klaargemaakt en opgediend, precies zoals zij thuis gewend zijn. Al het eten komt uit de directe omgeving. Zelfs waag ik het erop om af en toe te eten zonder bestek, zoals iedereen, gewoon met mijn rechterhand.

Vol positieve adrenaline in ons lijf zijn mijn lief en ik inmiddels weer thuis, heel veel ervaringen rijker. De komende blogs ga ik daar zeker meer over vertellen.