‘Goed voorbeeld, doet goed volgen’ is een gezegde waar ik wel eens over nadenk in verband met mijn vader- en opa zijn. Het zijn rollen die je gedurende je levensloop kan krijgen, maar waar je verder geen ervaring in hebt.

De voorbeeldrol van mijn eigen vader is een heel bijzondere vanwege zijn ziekte tbc en het feit dat hij overleden is toen ik vijftien jaar was. Regelmatig ligt hij in het ziekenhuis en twee of drie keer in al die jaren is hij voor maanden naar het sanatorium in Davos Zwitserland voor kuren. Fysiek gezien moeten wij in huis vaak letterlijk afstand houden tot hem. Ondanks het feit dat de artsen aangeven dat het geen besmettelijke vorm van tuberculose is, is hij bang zijn kinderen te besmetten. Mijn moeder loopt dagelijks met lysol de toilet en wastafel te ontsmetten. Regelmatig afstand houden tot zijn kinderen moet voor hem een vreselijk dilemma zijn geweest. Gelukkig heb ik ondanks de ziekte van mijn vader een fijne en warme jeugd gehad. Maar de ziekte van mijn vader heeft vanzelfsprekend veel invloed gehad op mijn opgroeien.
Vanaf mijn volwassen zijn heb ik er dikwijls aan gedacht hoe het zou zijn verder op te groeien met een vader. Ik voel lang een boosheid omdat onze vader-zoon relatie zich niet heeft kunnen verdiepen, laat staan door ontwikkelen. Zo rond mijn vijfenveertigste weet ik dit gemis een positieve plek te geven in mijn leven. Ik ben trots op hem, op de manier waarop hij zijn zware leven geprobeerd heeft vorm en invulling te geven. Uiteindelijk is hij daarmee een waardevol voorbeeld voor mij.
‘Goed knuffelvoorbeeld, doet goed volgen’ heb ik in mijn zoon-vader relatie helaas moeten missen. Dat heeft mij als vader naar mijn eigen kinderen op dat gebied wat onzeker gemaakt. Vanaf de geboorte van mijn kinderen heb ik met veel liefde en plezier mijn vaderrol opgepakt. Aanvankelijk in de dagelijkse verzorging, daarna in het naar school brengen, meegaan met zwemmen, zaterdags als voetbalvader en zo meer. Later gaan ze studeren en op kamers wonen. Ook dan kan en mag ik mijn vaderrol voortzetten soms heel concreet met helpen verhuizen, klussen doen en de portemonnee trekken.

Vader-zijn gaat mij steeds beter af, denk ik. Mijn volwassen kinderen hebben hun eigen leven, maar ik kan het van dichtbij meemaken. Bewust probeer ik ze niet al te dicht op de huid te zitten. Ik wil goede raad geven of gewoon mijn mening ventileren, gevraagd en ongevraagd. Dat heb ik ongetwijfeld van mijn vader meegekregen. Ik omhels mijn kinderen en schoonkinderen graag. Wat wel blijft is een beetje onzekerheid om hen lekker onbevangen af en toe te knuffelen.

Bij mijn kleindochter heb ik totaal geen last van die onzekerheid. Mijn opa zijn heb ik vrij snel mogen oppakken na haar geboorte. Al na een paar maanden mocht ik op de donderdag oppassen, het eerste half jaar alleen en daarna samen met mijn lief. Ik heb haar luiers verschoond, haar de fles gegeven, in het wiegje gelegd, met haar rondgewandeld in de kinderwagen en haar natuurlijk geknuffeld. En hoe heerlijk is het als ze, moe van het spelen, zomaar in slaap valt op je schoot.
Opa-zijn gaat mij iets natuurlijker af. Ik heb geleerd van mijn vaderrol en ben minder onzeker of ik het goed doe. Wat meespeelt is dat als je ouder wordt, je steeds meer ruimte durft te geven aan je gevoelsleven. En, niet onbelangrijk, je neemt meer tijd voor deze rollen. Het vader- en opa-zijn is zo een heerlijke ervaring en een groot geschenk in mijn derde levensfase.
Bijzonder is het, dat ik nu pas bij het schrijven van dit blog moet denken aan de overeenkomst tussen mijn jeugdervaring en de huidige coronamaatregelen: de ontsmetting; de grote angst om anderen te besmetten; de anderhalve meter afstand; het niet mogen knuffelen van elkaar….




Belangrijke voorwaarde algemeen voor het invullen van een prettig (dagelijkse) leven is onze omgeving. Hoe kansrijk is deze? Kan ik die voldoende kansrijk maken? Of is deze in al te veel facetten uitermate dwingend en beperkend?
Op het gebied van gezondheid ben ik vanwege mijn leeftijd extra kwetsbaar. Dit heeft behoorlijk effect op de keuzes die ik zelf kan maken. Dat is anders dan met de griep, waar ik jaarlijks een inenting voor haal. Mijn eigen verantwoordelijkheid vraagt de regels die vastgesteld worden door de overheid goed na te leven. Zo spreek ik af met anderen in kleine groepjes, op gepaste afstand. Ik mijd drukke plekken en als ik een terrasje pak, dan zoek ik een rustig open plekje… en zo meer.
Om het antwoord te vinden op mijn zoektocht naar eigen regie in deze coronacrisis, kijk ik in mijn directe omgeving naar mensen of zaken die mij inspireren. Ik probeer mij niet te veel mee te laten slepen in alle dagelijkse ellende die over mij uitgestort wordt via allerlei kanalen. Het klinkt misschien wat vaag, maar toch. Positieve ervaringen uit het nu of het verleden, maken mij hoopvol. Ik zoek steun bij anderen en durf die ook te vragen. Wat ik nog lastig vind, maar wel ongelooflijk belangrijk, is het op peil houden van mijn fysieke conditie. Als ik mij fit voel, helpt dat ook mijn hoofd fris te houden.