Verdriet en inspiratie

Het vervolg op mijn blog Verleden – heden 1 krijgt een andere invalshoek dan gepland. De reden is dat vorige week totaal onverwacht mijn zwager overlijdt. Op dat moment staat je leefwereldje op z’n kop. Het verdriet is niet te bevatten. Hoewel zijn gezondheid de laatste jaren niet optimaal is, is kwaliteit van leven bij mijn zevenenzeventig jarige zwager nog volop aanwezig. Nu is hij er niet meer. Op de rouwkaart staan zijn eigen woorden: ‘Verdriet vervaagt en krijgt een andere betekenis. Minder leegte en meer inspiratie’. Prachtige woorden voor allen die hem lief zijn. Zijn leven is voorbij, maar hij heeft niet alleen het leven doorgegeven aan een nieuwe generatie, ook zijn levensmotto van geloof, hoop en liefde en dat geeft inspiratie.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is 20210304_095121.jpg

Naarmate je zelf ouder wordt, komt afscheid nemen van dierbaren onvermijdelijk vaker voor. Mijn (eerstelijns)familie en die van mijn lief leven allemaal in de fase van gepensioneerd zijn. Vanuit levensloopperspectief is het de derde en laatste levensfase en we weten dat die eindigt met de dood. Hoe ga je hier zo mee om dat de dood niet je dagelijkse leven gaat beheersen? Wat mijzelf betreft, probeer ik het doodgaan niet als een taboe te bestempelen, maar er af en toe bewust over na te denken, hoe lastig ook. Ik laat het verleden en heden in vogelvlucht voorbijkomen en bedenk mij: ‘Wat heeft het leven mij geboden en wat heb ik anderen geboden en hoe is dat nu? Voel ik mij daar gelukkig bij?’ Het leven krijg je om er iets mee te doen in directe relatie met andere mensen, vind ik. Het zíjn van een sociaal wezen en daar gedurende je leven handen en voeten aan geven en dit zo doorgeven aan de nieuwe generatie, is volgens mij de zin van mijn leven.

Waarom dat zo in elkaar steekt, weet ik niet. Wel weet ik hoe het werkt en voelt in de realiteit van alledag. Bijvoorbeeld maandag 22 februari als op de familieapp het bericht van mijn lieve zusje verschijnt dat haar man is overleden. Ik app en bel mijn kinderen, andere directe familie en vrienden. We delen ons verdriet en praten er over. Deze gesprekken helpen je om met het verdriet om te gaan. Ik bel mijn lieve zusje. Ik weet niet wat ik moet zeggen, maar dat hoeft eigenlijk ook niet. Zij vertelt precies wat er de laatste twee dagen gebeurd is. Dat verhaal zal ze ongetwijfeld nog vele malen doen, ook in haar hoofd.

En dan, enkele dagen later nemen we afscheid met een kleine groep vanwege de coronamaatregelen. Ik zie er tegenop, maar als het eenmaal zo ver is, besef ik weer hoe belangrijk het ritueel van afscheid nemen is. Tijdens de katholieke kerkdienst kijken wij samen terug op zijn leven en spreken dat hardop uit. We zijn dankbaar en gelukkig dat hij er is geweest en zich een waardevolle plek heeft verworven in de samenleving als familielid, echtgenoot, vader, opa, vriend en vele jaren als burgemeester. Zijn kleinkinderen hebben de deksel van de kist met ‘mooie tekeningen voor opa’ versierd. Bij het verlaten van de kerk staat er een kleine erehaag van ambtenaren en politie.

Staand rond het graf nemen we definitief afscheid. We mogen elkaar niet omarmen en knuffelen. We moeten zelfs afstand houden tot elkaar en dat voelt wezensvreemd aan. Ik onderdruk de neiging te applaudisseren voor mijn zwager, voor mijn zusje en voor al die mensen die hier samen zijn.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is img-20161016-wa0007-2.jpeg

Dan, tot slot brengen we – in de geest van mijn zwager – met een glas witte wijn een toost uit als kostbare herinnering aan een mooi en zinvol leven. Verdriet en geluk gaan op dat moment hand in hand…. Het is een moment van intense verbondenheid met elkaar. Iets van het mysterie van de zin van het leven is voelbaar en grijpbaar. Ik koester dat gevoel, het is rustgevend en inspirerend voor vandaag en de dagen die nog gaan komen.

Verleden-heden 1….

Arbeidsvitaminen op de radio bestaat vijfenzeventig jaar…. even oud als ik….. Vijfenzeventig jaar lijkt lang, maar het voelt helemaal niet zo. Op zo’n ijkmoment ben ik mij er van bewust dat in je leven allerlei mensen, gebeurtenissen, herinneringen en ook liedjes met je ‘meelopen’ als een metgezel of konvooi. Het bepaalt in belangrijke mate wie je bent en wat je doet. In mijn blogs komt die verwevenheid van het verleden-heden bijna altijd aan bod. Ik heb als pensionado tijd voor dit type reflectie en helpt mijn rol in deze wereld enigszins te begrijpen en te bepalen. Daarnaast hoop ik als gerontoloog dat deze blogs andere mensen inspireren in hún zoektocht naar een zinvol bestaan.

Zo lees ik deze winterse weken twee dikke boeken: Revolusi van David Reybrouck en Utopia Avenue van David Mitchell. Beiden raken mijn verleden-heden.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is indonesie1-380.jpg
Yogyakarta: foto bij hotel

David Reybrouck beschrijft de geschiedenis van een bizar stukje Nederlands koloniaal verleden in Indonesië aan de hand van tweehonderd laatst levende getuigen. Hij koppelt deze verhalen aan historisch archiefmateriaal. Al lezende komen er herinneringen uit mijn verleden naar boven.

In mijn prille kind-tijd direct na de 2e W.O. worden jonge Nederlandse mannen geronseld om te vechten in Indonesië. Als ik een jaar of zestien ben, heb daar nog met oom Joep, een jongere broer van mij vader over gesproken. In de geschiedenisboekjes van school worden onze koloniale helden de hemel in geprezen en zelfs in 2006 spreekt minister president Jan Peter Balkenende met trots over de VOC mentaliteit. Pal achter mijn lagere school in het centrum van Arnhem zijn in de jaren zestig enkele barakken neergezet waar grote Molukse gezinnen tijdelijk in opgevangen worden. Het ziet er triest en armoedig uit in mijn ogen als tienjarige. We mogen daar overigens niet in de buurt komen van de onderwijzers. Geen idee waarom niet?

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is 1200px-bronbeek_arnhem_5.jpg
Bronbeek

En dan verderop in Arnhem richting Velp ligt het statige landgoed Bronbeek waar oud-militairen van het voormalig Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) worden opgevangen. Bijna wekelijks kom ik daar op woensdagmiddag langs met de trolleybus op weg naar mijn tante in Velp. Ik heb een busabonnement aan een touwtje om mijn nek hangen, maar dat abonnement is alleen geldig voor ritten in Arnhem. Officieel moet ik uitstappen bij de bushalte pal voor Bronbeek en dan moet ik nog twee haltes verder lopen naar mijn tante. Soms blijf ik stiekem zitten in de hoop dat de buschauffeur het niet merkt. Bronbeek associeer ik met oude mannetjes in ‘rare’ KNILL uniformen, want zo zie ik ze door de tuin wandelen. Het maakt wel indruk, maar ik snap er niets van.

Schokkend en gewelddadig zijn de acties van enkele jonge Molukkers in de jaren zeventig: bezetting van de Indonesische ambassade, tweemaal een treinkaping en zelfs een school wordt gegijzeld. Nu vierenveertig jaar later buigt het Gerechtshof zich over het hoger beroep in de treinkapingszaak de Punt uit 1977. Nabestaanden van enkele kapers verwijten de Staat dat zij toen niet had hoeven laten te doden bij de beëindiging van deze kaping.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is indonesie1-352.jpg
Bandung

Geschiedenis valt niet uit te wissen en als we er goed mee omgaan en van leren, kunnen we daar nu in de Nederlandse samenleving ons voordeel mee doen. Bij het lezen van het boek Revolusi gaat er een andere wereld uit het verleden voor mij open. Ik heb mij nooit een bewust en genuanceerd beeld eigen gemaakt van dit stukje koloniale geschiedenis, zelfs niet toen mijn lief en ik in 2007 een vakantierondreis hebben gemaakt op Java en Sulawesi. Natuurlijk hebben we op die reis met eigen ogen heel veel resten van het koloniaal verleden gezien en gevoeld. Het is goed dat de laatste jaren er veel en heftig in ons land gediscussieerd wordt over ons koloniaal verleden, over slavernij en racisme. Het brengt mij tot andere inzichten.

In mijn volgende blog beschrijf ik iets van mijn verleden-heden uit de flower powertijd dat terugkomt bij het lezen van het boek Utopia Avenue van David Mitchell.

‘Dor hout’….

Volgens de columniste Marianne Zwagerman zetten we onze welvaart op het spel om een paar duizend kwetsbare ouderen te redden van de coronadood. ‘Dor hout’ noemt ze die kwetsbare mensen. Als corona hen er nú niet onder krijgt, dan leggen ze over één of twee jaar wel door iets anders het loodje, redeneert ze.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is web-2201culliekemarsmanweb-1-1.jpg

Onze nieuwe dichter des vaderlands Lieke Marsman (30 jaar), die ruim twee jaar geleden kreeg ze te horen dat ze kraakbeenkanker heeft, reflecteert in haar gedichten op de waarde die het leven en de dood krijgen in een mensenleven. Hoe leef je met een levensbedreigende ziekte? “Het is een tijd van ziekte”, zegt Marsman, “en alle zieke en zwakke mensen zijn het afgelopen jaar nagenoeg afgeschreven, als ‘dor hout’. Nou, dorder dan ik op dit moment ben kan eigenlijk niet, maar dat betekent niet dat ik geen ambities meer heb, geen dromen. En zoals ik zijn er in Nederland duizenden mensen.”

De coronacrisis zet mij meer dan ooit aan het denken over hoe we met elkaar samen leven in dit land. Het moge duidelijk zijn dat de dor hout redenering in schril contrast staat met nog steeds ambities en dromen hebben. Ik weet niet of hier sprake is van een generatieverschil: Zwagerman 51 jaar, Marsman 30 jaar en ik 74 jaar. Wat ik wel weet is dat generaties nogal van elkaar kunnen verschillen in de wijze waarop zij in de maatschappij staan, maar elkaar tegelijkertijd hard nodig hebben.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is 20210128_155639.jpg
Een generatie is in sociologische betekenis een categorie mensen die in dezelfde periode (van bijvoorbeeld 15 jaar) geboren zijn (een geboortecohort) en te maken heeft met gemeenschappelijke eigenschappen die individuele verschillen kunnen domineren.

Kijkend naar kenmerken van generaties volgens generatiedeskundige Aart C. Bontekoning, ben ik – Protestgeneratie (1940-1955) – grootgebracht met zoeken naar idealen, met protesteren en polariseren, met zenden en uitleggen (lees ook: drammen). Dat klopt in grote lijnen ook. De Pragmatische Generatie (1970-1985) is veel meer gericht op pragmatisch denken, tijdelijke en wisselende nuttige netwerken, ervan uitgaan dat de neuzen verschillende kanten opstaan. Deze generatie zit ook vaak gevangen in bestaande hiërarchie. Ik zie deze kenmerken duidelijk bij onze huidige politieke leiders. Tien jaar Rutte heeft ons redelijk goed door de crisis geholpen. Echter de aanpak van de coronacrisis de laatste maanden en de vreselijke toeslagenaffaire laten wat mij betreft zien dat het tijd wordt voor wisseling van generatie.

Deze tijd van supersnelle veranderingen, ook mondiaal, vraagt mijns inziens authentiek leiderschap waarbij centraal staat dat we vooral onszelf willen leiden, dat we willen leren van elkaar en van iedereen en dat we doen wat zinvol is. We moeten beseffen dat anno 2021 de diversiteit in onze samenleving en onze plek in de wereld, gewoon een gegeven is. Om die cultuuromslag te bereiken zullen we hokjesgeesten en bestaande grenzen moeten doorbreken.

Over de politiek schrijft onze jonge dichter des vaderlands: ‘Met een infuus in je hand en twintig hechtingen in je rug is het moeilijk te geloven dat de Nederlandse overheid de afgelopen decennia heeft bezuinigd op het ­leven. Op het leven bezuinig je niet. En al helemaal niet als je jaarlijks 1,4 miljard kunt missen…….’

In mijn vorige blog heb ik deze cultuuromslag-wens geïllustreerd aan de hand van de jonge journalist Jesse Frederik, die uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de oorzaken van de toeslagenaffaire. Hij laat zien hoe ons democratisch systeem op alle niveaus is vastgelopen en dat het een grondige opknapbeurt nodig heeft.

Door het absurd hoge tempo van ontwikkelingen op allerlei gebieden zullen we in onze democratie naar maximale verbinding tussen generaties moeten streven. Kernopdracht is veel van elkaar leren en elkaar daardoor versterken, weten dat anderen op sommige gebieden slimmer zijn. Iedereen, politici, journalisten, burgers hebben daarin hun verantwoordelijkheid te nemen. Jonge mensen als Lieke Marsman en Jesse Frederik bieden mij hoop en vertrouwen.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is img_20200930_120218.jpg

Ik voel mij geen ‘dor hout’ op mijn vierenzeventigste. Integendeel, ik wil heel bewust met al mijn ambities en dromen in de wereld blijven staan. Ik zie daarom reikhalzend uit naar nieuwe leiders met name uit de Y-Generatie (1986-2000): creatieve, authentieke multi-taskers met frisse en heldere geesten.