Nog geen oudje…

De seizoenen hebben grote invloed op mijn dagelijkse leventje. In de herfst en winter vinden veel van mijn bezigheden vanuit thuis en ‘binnen’ plaats. In de lente en zomer ben ik meer op pad en ‘buiten’. Schijnt de zon dan voel ik warmte in mijn lijf en zie ik vooral ‘The Bright Side of Life’. Als de blaadjes vallen, word ik sneller wat zwaar op de hand en ga ik meer piekeren over mijn leven. Zonder al te dramatisch te worden, realiseer ik mij, dat ik zelf in de herfst van mijn leven zit en dat er nog weinig lange termijn perspectief is.

De herfst en winter vragen automatisch meer contemplatie. Ik denk dan na over het leven. Ik wil niet teveel aan het einde denken, maar ik vind wel dat ik mij daar mentaal op moet voorbereiden. Het zijn de maanden van veel sociale contacten met dierbaren. De kleinkinderen zijn jarig. We vieren Sinterklaas met de hele familie Beke, broers, zussen, kinderen en kleinkinderen, in fijne herinnering aan onze ouders. Kerst is ook zo’n moment van samen zijn en dan in kleinere kring. En natuurlijk oud en nieuw, al weer een jaar geleefd en een nieuw jaar in aantocht. Je voelt in deze maanden extra de verbondenheid met anderen. Je beseft hoeveel je voor elkaar betekent. Deze momenten van bezinning zijn hoop- en rustgevend.

De lente en de zomer zijn voor mij bij uitstek de vakantieseizoenen. Mede dankzij onze nog goede fysieke en geestelijke gesteldheid, kunnen mijn lief en ik er nog heerlijk genietend op uit. We hebben een vakantiechaletje in Friesland waar we afwisselend enkele dagen of weken doorbrengen. We leven daar veel meer buiten dan binnen. Het dagritme is weliswaar niet zo spectaculair, maar het leuke is, dat we daar gemakkelijk sociale contacten kunnen leggen en onderhouden. Een fijn netwerk van sociale contacten is voor ons een van de belangrijkste bronnen van het naar ons zin hebben. Zo hebben wij deze zomer ook de Tea Training in Sri Lanka ervaren. Deze hobby vakantie voelde heel leuk, vooral ook omdat we allerlei interessante en lieve mensen hebben ontmoet.

Wat ik heel bijzonder vind van mijzelf is, dat ik in ontmoetingen met andere mensen tegenwoordig ga roepen dat ik volgend jaar tachtig word. Ik begin zowaar te koketteren met mijn hoge leeftijd, terwijl ik me eigenlijk nog helemaal geen oudje wil voelen. Dat ik nog geen oudje ben, wordt dan bevestigd door de reactie: ‘Ben je al zo oud? Dat zou je helemaal niet zeggen!’……..

Ik kan dit gedrag van mijzelf niet anders verklaren dan dat ik onbewust mijzelf zo nuchter mogelijk wil confronteren met de onafwendbare eindigheid van mijn leventje. En dat lijkt mij een goede houding!

Medemensen….

Voor mijn lief en mij is het ons hele leven al belangrijk om regelmatig nieuwe uitdagingen te zoeken. Wij halen daar niet alleen inspiratie en energie uit, het helpt ook de turbulente wereld om ons heen enigszins te duiden. Deze levenshouding heeft een enorme boost gekregen dankzij ons tweejarig verblijf in Kenya, ruim veertig jaar geleden.

Het is 1981 en wij zijn zeven jaar getrouwd. Mijn lief studeert in Nijmegen en is bezig met haar afstudeerscriptie. Ik heb een vaste baan als hoofd van een school in Wageningen. Ons leventje voelt goed en zeker, maar tegelijk een beetje als huisje, boompje, beestje. We hebben nog geen kinderen. Onwillekeurig komt bij ons wel eens de gedachte op: ‘Is dit het nu tot aan ons pensioen?’ Dan lezen we een advertentie in de krant: ‘Gevraagd, directeur Nederlandse School Nairobi’. Vrijwel direct krijgen we de kriebels. Wat is er mooier en uitdagender dan samen dit Afrikaanse avontuur aan te gaan. Ik krijg deze baan.

Twee jaar in een totaal ander land wonen en werken, heeft enorm veel positieve invloed gehad op ons leven tot op de dag van vandaag. We dompelen ons onder in deze andere wereld. We genieten we van de mensen, de natuur en de Afrikaanse leefwijzen. Samen dit avontuur aangaan, ver van onze Arnhemse huis en haard, heeft ook nog eens een extra stevige basis gelegd onder onze relatie.

Eenmaal terug in Nederland verhuizen we naar Rotterdam, vanwege een baan in de multiculturele sector. In deze stad met 170 nationaliteiten voelen ons snel thuis. Onze kinderen en kleinkinderen worden hier geboren en groeien met al die culturen op. Gesterkt door ons Kenya avontuur zoeken mijn lief en ik al weer veertig jaar, telkens nieuwe uitdagingen in werk en privé. We halen daar veel inspiratie en energie uit. Nu we met pensioen zijn, blijven wij deze levenshouding omarmen.

Afgelopen week komen mijn oudste broer en schoonzus bij ons logeren. Ze zijn altijd erg onder de indruk van de sfeer in de stad Rotterdam. Kort geleden is het migratiemuseum Fenix geopend. Samen bezoeken we de tentoonstelling The Family of Migrants. De tweehonderd foto’s van mensen uit de hele wereld, die om allerlei redenen vertrekken, reizen en ergens anders aankomen, maken allerlei gevoelens bij ons los. Mensen overal op de wereld lijken op elkaar, hebben allemaal gevoelens van geluk, angst, boosheid en verdriet. Op de foto’s zien we wanhopige medemensen, die van huis en haard verdreven worden.

Ik moet denken aan de filosoof Levinas, die zegt dat je als mens alleen maar kan bestaan bij de gratie van de Ander, de medemens. Moraal is een kwestie van geven wat je hebt, van ruimte maken voor de ander in je eigen leefwereld.

Wij praten nog lang na over deze tentoonstelling. We zouden wensen dat er in onze directe leefomgeving meer met gevoel en respect voor ieder mens over migratie gesproken wordt en dat van daaruit gezocht wordt naar haalbare, menswaardige oplossingen.

‘Herbronnen’ als mens…..

De Tea Training in Sri Lanka is voor mij een bijzondere uitdaging. In tegenstelling tot de andere deelnemers, waaronder mijn lief, ben ik geen thee expert: ‘Kan ik het inhoudelijk wel bijbenen?’ En dan nog iets…..Ik ben in het groepje van acht veruit de oudste deelnemer. Hoe zullen de anderen daarop reageren?

Dit stemmetje ‘de oudste zijn’ in mijn hoofd zit me behoorlijk dwars. In mijn blog wil ik juist laten zien dat je biologische leeftijd geen negatief etiket van ‘er niet meer bij horen’ hoeft te hebben. Integendeel, met al je opgedane levenservaring kun je juist een zinvolle bijdrage blijven leveren aan de samenleving.

Amba Estate en Kaley Estate zijn de theeplantages waar onze training plaatsvindt. Beide kleine plantages liggen in afgelegen gebieden midden in de natuur. We vertoeven tien dagen in een prachtig groen, bergachtige landschap, zelfs in een tropisch regenwoud. De sfeer is super relaxed en idyllisch.

Tijdens de theorielessen in de buitenlucht, leren we dat thee pas rond 1860 in Ceylon (het huidige Sri Lanka) opkomt, nadat de koffieplantages zijn verwoest door ‘koffieroest’. In korte tijd worden enorme theevelden aangeplant en verrijzen grote theefabrieken. Anno 2024 staat Sri Lanka met haar Ceylon thee op de derde plaats van de wereldexport. Wie kent niet Lipton thee? Probleem is wel de grootschalige ontbossing door de aanleg van theevelden. En ook de levensstandaard van de theeplukkers in deze gebieden is erg laag.

Onze kleinschalige theeplantages functioneren totaal anders dan de ‘grote jongens’. Ze zijn gekocht en opnieuw ontwikkeld door ondernemers die investeren met de intentie zowel financiële rendementen als sociale en milieudoelstellingen te behalen. Zij zijn volledig biologisch en de hele theeproductie gebeurt handmatig. Op dit moment zijn er twaalf van dergelijke plantages verenigd in de open source organisatie ‘Ceylon Artisanal Tea Association’ (CATA) en staan er maar liefst veertig in de wacht om hier bij aan te sluiten.

Deze ondernemers, waarvan we er een aantal mogen ontmoeten, maken veel indruk op mij. Zij hebben hun oorspronkelijke loopbaan waarin denken in termen van groot, groter, grootst centraal staat, achter zich gelaten. Zij zijn op zoek gegaan naar wat écht belangrijk voor hen is in het leven. Deze vorm van ‘herbronnen als mens’ brengt hen bij de natuur en de eigen bronnen. Zij besluiten zich voortaan bezig te houden met op welzijn gerichte levenszaken zoals duurzaamheid, armoedebestrijding en educatie.

Vanaf het moment van ‘herbronnen’ zetten deze plantage eigenaars al hun opgedane ervaringskennis in om de mensen rond deze theeplantages opnieuw te verbinden met de natuur. Met elkaar creëren zij een leef/werkgemeenschap waar duurzame landbouwpraktijken worden gevolgd en waar ethisch met mensen wordt omgegaan. Het is hartverwarmend te zien dat de mensen gelukkig zijn, hun potentieel kunnen benutten, kortom hun leven op een zinvolle manier kunnen vormgeven. Zo draagt CATA op kleine, maar waardevolle schaal bij aan de kwaliteit van leven in dit prachtige land.