Het houdt me bezig, de reacties die ik op mijn blog krijg: ‘Waarom benadruk je als fulltime pensionado het ouder worden telkens als iets bijzonders?’ Laat ik eens kijken naar de periode vlak vóór de pensionering: ik durf te zeggen dat je tegenwoordig als werkzoekende 45-plusser ook al ‘oud’ bent. Hoe bizar!
In mijn blog heb ik er al een paar keer aan gerefereerd: de wereldbevolking groeit gigantisch en voor het eerst in haar geschiedenis worden heel veel mensen, heel oud. Het is voor ieder individu behoorlijk wennen aan het idee dat de periode van volwassenheid kan bestaan uit verschillende opeenvolgende fasen: 45-plusser, 67-plusser (babyboomer), 80-plusser en 100-jarige. Als samenleving moeten wij daar ook aan wennen. We voeren discussies over duurzame inzetbaarheid, pensioengerechtigde leeftijd, over werk en vrije tijd, over zorg aan ouderen, en zelfs over euthanasie. Rond de eeuwwisseling voltrekt zich in werkend Nederland nog een stille revolutie: de werkende groep 45 plussers is groter dan de kerngroep van jonge werkende Nederlanders. Voor het eerst maken we mee dat er meer ouderen dan jongeren zijn. En dan ontstaat langzamerhand het beeld dat een werkzoekende 45-plusser ‘oud is’. Het hoeft nauwelijks betoog om te beseffen dat je dat als individuele 45-plusser grote onzin vindt en zelfs beledigend, want voor je gevoel sta je net aan het begin van een topperiode van werken, van leven. Maar beeldvorming is zeer hardnekkig en daarom wil ik ‘ouder worden’ in mijn blog aan de orde stellen.


