We zijn deze eerste ochtend in het erg warme Irkutsk meer dan anderhalve dag non stop onderweg. Niets is dan lekkerder je te douchen en schone kleren aan te trekken. Maar omdat de koffers er nog niet zijn, zal ik na het douchen weer dezelfde onder- en bovenkleding aan moeten doen. In de badkamer van onze homestay liggen natuurlijk de toiletspullen van de familie. Ik ben zo vrij om (ongevraagd) tandpasta van hen te gebruiken om met mijn vingers een beetje mijn tanden te poetsen. Over intimiteit gesproken voel ik mij in deze badkamer een tikkeltje ongemakkelijk. Dat wordt versterkt als ik eerst een rekje met gewassen vrouwenondergoed moet weghangen, voordat ik onder de douche kan gaan staan. In een homestay kom je snel in de persoonlijke leefsfeer en gebruiken van die familie terecht, maar toch…., het is wennen. Wat mijn dagelijkse lichaamsverzorging betreft, wordt het straks bij de nomadenfamilies in Mongolië nog een grotere uitdaging. Op de website van onze reisorganisatie Yourplanettravel heb ik gelezen: ‘Houd rekening met zeer eenvoudige omstandigheden. Het toilet is van het type “gat in de grond”, iets buiten het kamp. Een douche is er niet; je wast je op de hand.’ Een voordeel is dat ik als kind in de jaren vijftig van de vorige eeuw, nog heb meegemaakt dat er slechts één koud waterkraan in huis was. Elke zaterdagmiddag werden zes kinderen om de beurt in een teil met warm water (aan de kook gebracht in een grote pan op een gasstel) gewassen, gewoon in de woonkamer waar iedereen bij was. De rest van de week haalde je hier en daar een nat washandje over je lijf. Schoon ondergoed kreeg je maximaal twee keer per week en de bovenkleding droeg je minstens een week. WC papier was er ook niet altijd, dan maar stukjes krantenpapier. De WC bril met een scheur en het altijd kapotte slot op de deur werden zelden gerepareerd met alle gevolgen van dien……
Met de alleraardigste oudere Russische gastvrouw hebben we in ‘Rudi Carell Duits’ kunnen praten over mogelijk interessante plekjes in deze grote stad, die bekend staat om haar houten huizen. Veel er van zijn behoorlijk verwaarloosd en de meesten staan scheef. Ze zijn wel kleurrijk geschilderd. De belangrijkste musea, winkels, horeca liggen aan ( hoe kan het ook anders) de Leninstraat en de Karl Marxstraat, twee grote en lange straten die het centrum van Irkutsk bepalen. We brengen deze eerste dag, het is inmiddels al middag, een bezoek aan Elena van het lokale reisbureau dat onze reisorganisatie inhuurt. Elena heeft ons vorig jaar fantastisch goed geholpen toen wij vanwege de diefstal aan het Baikalmeer in de problemen zaten. We bedanken haar nogmaals en geven haar een klein presentje uit Nederland.
De tweede en derde dag banjeren we lekker relaxed door de warme (35 graden) stad, bezoeken een kerk, een museum, drinken langs de rivier een Baltika biertje en eten heerlijke Russische soep in een restaurant in het toeristische ‘130 Kwartier’. In de Karl Marxstraat hebben we vorig jaar in een Belgisch (!) restaurantje iets gegeten. Ik kreeg toen vanwege alle sores met het gestolen paspoort van mijn lief geen hap door mijn keel. Na enig zoeken vinden we deze plek weer terug. Dit keer zitten we lekker ontspannen op het terras in de achtertuin van dit restaurant en smaakt het biertje en het eten prima. De tweede avond, ’s avonds om negen uur, staat zomaar ineens de chauffeur met onze twee koffers voor de deur van onze homestay. Het geluk is dit keer met ons! Wat ons betreft zijn we voldoende geacclimatiseerd en zitten we lekker in de vakantiemodus.
Laat nu Mongolië maar komen!
Het is vijf uur in de ochtend als we bij onze homestay aanbellen met onze beide, kleine rugzakken als enige bagage. We hebben er voor gekozen om te overnachten bij een Russische familie in een gewoon huis om zo een beetje het echte Rusland te ervaren. Het blijkt een driekamer-appartementje te zijn in een groot, grauw uitziend wooncomplex, gelegen op een slordig geasfalteerde parkeerplaats. Het appartement heeft een dubbele voordeur met allerlei deurbeslag. De entree en het halletje zien er unheimisch uit. Een oudere vrouw en haar volwassen dochter staan ons in ochtendjas op te wachten. De dochter laat ons zonder iets te zeggen onze kamer zien en de er tegenover gelegen (gemeenschappelijke) badkamer en keuken. Waarschijnlijk is onze kamer normaal de woonkamer, want hij staat volgepropt met eikenhouten meubilair, inclusief een versleten bedbank. De binnendeuren en de kozijnen blijken beplakt te zijn met plakplastic dat op hout lijkt. Tja, dat ziet er wat anders uit dan in de meeste hotelletjes. Maar we willen avontuur, dus krijgen we dat. De oudere vrouw blijkt een beetje Duits te spreken. Via haar horen we dat de chauffeur contact houdt met het vliegveld over onze bagage. We gaan eerst wat bijslapen in het besef dat tandenpoetsen en jezelf verschonen na het douchen straks even niet mogelijk is. Erg comfortabel ligt de bedbank niet. Ik zie het maar als een goede oefening voor het verblijf straks bij de nomadenstammen in Mongolië.
Zelden hebben auto’s goede lichten. Autocontroles voert de politie niet uit. Zou dat gebeuren dan zou het wagenpark voor meer dan de helft slinken. Politie controleert alleen op overbelasting. Matatu’s, kleine taxi busjes voor 4-8 personen, bevatten meestal het dubbele aantal. De mensen hangen er compleet buiten. Een steekpenning en je kan weer verder rijden. Vrachtauto’s worden bij het uitgaan en binnenkomen van de stad gecontroleerd op hun vracht. Uiteindelijk blijkt slechts de helft van de vracht op de plaats van bestemming aan te komen. De weg wordt op zulke controleplaatsen gebarricadeerd met levensgrote spijkermatten, zo groot dat als je er overheen zou rijden, je de punten in je billen zou voelen. Ook een normaal verschijnsel zijn de gestrande vrachtauto’s die midden op de weg blijven staan. En dat zijn er heel veel. In plaats van een gevarendriehoek worden een aantal takken op de weg neergelegd. Verder is kenmerkend voor het autorijden: snijden, niet in je spiegeltje kijken (welke spiegel?), doordrukken en veel claxoneren. Dodelijk kan zijn inhalen op twee baanswegen vlak voor een heuvel. Een andere grote doodsoorzaak is met je auto tegen een wild dier aan rijden. Hoe raar het ook klinkt, je kunt zelfs een overstekende giraf soms niet goed zien. Fietsers en voetgangers zijn vogelvrij.