De samenleving zit niet te wachten op duurzame inzetbaarheid van pensionado’s. De meeste pensionado’s zelf overigens ook niet. Ondanks het feit dat onze levensloop anno 2017 een lange, doorgaande lijn vertoont waarin individuele groei en ontwikkeling tot op zeer hoge leeftijd kan doorgaan, is werken na je pensioen niet logisch, zelfs een taboe.

Laat het duidelijk zijn dat ik blij en dankbaar ben dat ik op mijn 67ste kon stoppen met fulltime betaald werken. Net als iedereen wil ik genieten van de ‘oude dag’ en vooral zo lang mogelijk gezond van lijf en leden blijven. Maar dat genieten gaat bij mij deels samen met de behoefte waar mogelijk een waardevolle bijdrage te kunnen blijven leveren aan onze mooie samenleving. Bingo, zou je zeggen, want er is genoeg te doen en de maatschappij is op het eerste gezicht behoorlijk kansrijk voor pensionado’s, denk maar aan vrijwilligerswerk. Dat doe ik dan ook volop en met het nodige plezier. Ik vind echter tegelijkertijd dat ik als 70plusser nog steeds duurzaam inzetbaar ben op de arbeidsmarkt. Niet fulltime, maar flexibel of incidenteel. Zo heb ik de eerste jaren van mijn pensionering hier en daar nog advieswerk gedaan. Hoe langer je met pensioen bent, des te lastiger wordt het ergens op de arbeidsmarkt een tijdelijk plekje te vinden. De biologische leeftijd is sowieso een negatieve indicator als het om arbeid gaat. Niet alleen na je (biologische) pensioneringsdatum, maar al vroeger in de levensloop blijkt dat 50+ werkelozen moeilijk aan de bak komen. De oudere werknemer krijgt weinig doorgroeimogelijkheden aangeboden en wordt zo nooit duurzaam inzetbaar. En ben je eenmaal met pensioen is duurzame inzetbaarheid helemaal niet meer aan de orde.

20170323_142808Zolang werken een essentieel zingevingsonderdeel is van mijn/ons leven, zou ik wensen dat, naarmate ik ouder word, ik ook op dat leefgebied meer kansen zou krijgen. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat indidivuen gemiddeld rond hun 45ste in staat zijn een competentieshift te maken vanuit hun ervaringskennis. Bij veel 45plussers ontstaat het besef dat zij meer en meer een zinvolle en inspirerende invulling van hun (werk)leven wensen. Tijdens mijn directieschap van het kennisnetwerk de Vrije Levensloop Academie hebben wij tussen 2004 en 2008 een specifiek programma 45+ ontwikkeld, waarmee die ervaringskennisshift gemaakt kan worden. We hebben dat Midlife Resourcing genoemd. Vanaf die leeftijd is het verwerven van expliciete kennis niet alleen lastiger (mede neuro-fysiek bepaald), maar we merken ook dat in onze huidige samenleving deze kennis super snel verouderd of achterhaald is. Niemand kan dat type kennis uiteindelijk bijhouden. De menselijke geest schakelt dan haast automatisch over op onze stille kennis, ook wel ervaringskennis genoemd. Met competenties vanuit onze ervaringskennis, die tot op zeer hoge leeftijd kan doorgroeien, zijn we vervolgens in staat om al deze expliciete kennis, inclusief alles wat sociaal-cultureel bepaald is, te managen. Het individu bewust maken van zijn ervaringskennis is de sleutel tot duurzame inzetbaarheid. Met goed ontwikkelde competenties vanuit de ervaringskennis, waarvan communicatieve zelfsturing de kerncompententie is, kan de oudere werknemer een waardevolle en unieke rol vervullen in een complexe organisatie of bedrijf. Deze (oudere) werknemer zal minder stress ervaren en het beste uit zichzelf en anderen (jong en oud) halen, en zo maximaal renderen. Uiteraard is het belangrijk dat er in bedrijven een goede mix van generaties is, zodat er maximaal gescoord kan worden op kennismanagement.

Midlife resourcen is een ‘must’ en goed voor ieder individu en dus ook voor de samenleving als geheel. Een slimme samenleving zet dit type duurzame inzetbaarheid hoog op de agenda en biedt maatschappij breed hiervoor programma’s aan, die doorlopen tot de (pré)pensionering, en zelfs ook nog daarna.