Ik heb al eens eerder gezegd dat het belangrijk voor mij is de wereld om mij heen te kunnen blijven volgen. Er komt veel informatie op mij af en de wereld neemt in complexiteit toe. Wil ik er contact mee houden, dan zal ik mijn mening over allerlei zaken en gebeurtenissen moeten kunnen vormen. Als ik dat niet kan, dan word ik onrustig en dat geeft extra stress. En als ik dat wel kan geeft het mij gemoedsrust. Uit onderzoek aangaande welbevinden van ouderen weten we dat juist de levensfase van de ouderdom heel veel risicofactoren van beperkingen kent. Het betreft dan verlies van zintuigen, ziekte van het bewegingsapparaat, beroerte, dementie, hart- en vaatziekten en lichamelijke beperkingen. Daarnaast hebben ouderen een groot risico op depressie- en angststoornissen. Allemaal beperkingen waar geen mens op zit te wachten, maar waarvan iedereen weet dat het kan gebeuren. Zeker zo belangrijk zijn de risicofactoren van beperkingen op persoonskenmerken. En dan denk ik aan minder veerkracht en grotere kwetsbaarheid omdat je niet in staat bent angst en verdriet te verwerken of omdat je inadequaat hulpgedrag vertoont. Opvallende risicofactoren mede bepaald door de sociale omgeving zijn het hebben van een heel klein sociaal netwerk of het hebben van een leefstijl sterk bepaald door bijvoorbeeld te veel roken en drinken. Ik merk dat deze persoonskenmerken en omgevingsfactoren steeds relevanter worden nu ik in de levensfase van een fulltime pensionado zit. Persoonskenmerken vorm je grotendeels al eerder in je leven, dus de vraag is of je er tijdens de ouderdom nog een schepje extra bovenop kan doen? Of, kun je bepaalde kenmerken alsnog verwerven? Dat laatste durf ik niet met zekerheid te zeggen, maar dat ‘extra schepje er bovenop kunnen doen’ wel.
0000000001hf1Ik zelf wil graag een onsje extra onverstoorbaarheid of gemoedsrust hebben. Ik kijk en luister vooral goed naar mensen die een grote mate van onverstoorbaarheid over zich hebben. Zij nemen het leven en dus ook de ouderdom zoals hij komt. Zij verzetten zich niet of nauwelijks tegen het feit dat de hormonen in je lijf meer en meer tot rust komen en je daarom minder actief kan zijn op allerlei gebieden. Ook gaan zij gemakkelijker om met de eindigheid van het bestaan. Laatst hoor ik Herman Finkers praten over zijn leukemie. Hij is in staat om van nature, zo zegt hij zelf, positief en met een zekere mate van gemoedsrust naar zijn ziekte te kijken. Hij vertelt over eerdere ervaringen die hij heeft gehad bij de sterfbedden van familieleden en waar hij bij de stervende tantes en ooms een grote mate van berusting en overgave heeft ervaren. Voor Finkers is sterven en doodgaan geen reden om zich angstig of opstandig te voelen. Integendeel, hij blijft alles om zich heen bekijken met een heldere frisse blik. En als hij bij de dokter zit die zegt het moeilijk te vinden om te vertellen welke vreselijke ziekte Finkers heeft, stelt hij zelf de dokter gerust. Dankzij zijn persoonskenmerken is hij in staat deze levensfase met al haar risicofactoren te beleven vanuit een nuchter geluksgevoel. Helaas tref ik in mijn genen die basishouding van onverstoorbaarheid en gemoedsrust niet zo sterk aan. Ik zou het heel prettig vinden als ik er iets meer van kan hebben. Ik probeer dus die gemoedsrust en onverstoorbaarheid sterker te ontwikkelen. Ik doe dat door mijzelf toe te spreken als ik weer eens wat zwaar op de hand gevoelens heb en denk dan vooral aan de vele zegeningen die mij ten deel zijn gevallen. In mijn sociale omgeving vermijd ik bewust de gesprekken over allerlei ziekten en andere ellende, zodat ik dan niet door anderen of mijzelf verder de put in gepraat word. Ik durf ook makkelijker te zeggen dat ik iets irritant vind, vooral als ik merk dat het mij niet helpt dingen positief te zien. Vooral probeer ik in lastige en stressvolle situaties bewust ‘vragen en antwoorden’ te ontdekken om van daaruit een mening te vormen die mij houvast biedt. Ik ben mij er dan van bewust dat er tegenslag kan komen, maar ik besef tegelijkertijd dat, als je verdriet en tegenslag overwint, je er sterker uit kunt komen.

Werken aan mijn gemoedsrust helpt mij tot nu toe om mij in deze levensfase gelukkig te voelen.