Van een mug een olifant maken

De afgelopen maanden heb ik over het algemeen lekker in m’n vel gezeten en dan vliegen de dagen en weken in rap tempo voorbij. In de zomer borrelt het gevoel van zon-zee-strand. Ik wil dan het huis uit, naar buiten, andere sferen proeven, mezelf extra verwennen, toestaan een beetje lui te zijn: ‘niets hoeft, alles mag’. In zo’n periode is er weinig tijd om te tobben want je hebt voldoende afleiding.

Als ik tob, heeft het tegenwoordig vooral te maken met mijn gesteldheid. Ik voel dat mijn conditie op lichamelijk vlak behoorlijk afneemt en dat is lastig te accepteren. Daar komt bij dat de kans op allerlei kwalen sterk toeneemt. Kwalen die over het algemeen niet weggaan, maar blijven en zelfs erger kunnen worden. In combinatie met het gevoel van moeheid, maak ik mij daar overdreven zorgen over. Voel ik iets in mijn slokdarm dan denk ik ‘oh nee, toch geen kanker?’ Moet ik veel naar de toilet denk ik ‘oh nee toch niet de prostaat?’ Bij voorbaat maak ik bij zulke gedachten van een mug een olifant.

Tijdens onze Baltische trip afgelopen zomer lopen mijn lief en ik op sommige dagen behoorlijk veel. Van mijn nieuwe heup heb ik tot mijn eigen verbazing totaal geen last, maar wel merk ik dat de moeheid sneller toeslaat. Het gaat niet alleen om moeheid, ook je huishouding bv. qua toiletgang vraagt op tijd aandacht. Met andere woorden, ik ga sneller op zoek naar een bankje om even uit te rusten en naar een gelegenheid waar ik van een toilet gebruik kan maken. In mijn bejaardenhoofd wordt op die momenten de mug van aftakeling al snel een olifant.

Nu het herfst- en winterseizoen er aan komt, gaat mijn dagelijks leventje zich meer afspelen in en rond huis. Omdat ik geen doe-klusser ben, zoek ik mijn bezigheden meer in dingen doen met mijn hoofd. Daar zit tegelijkertijd de valkuil dat ik tijdens donkere herfstdagen meer ga tobben dan wenselijk. Omdat ik redelijk weet hoe ik in elkaar steek, heb ik daarom een bijzondere activiteit bedacht voor dit najaar.

Ik heb mij aangemeld voor de filosofie HOVO cursus ‘Stoïcijns denken en doen’: tien vrijdagmiddagen op de Hogeschool Rotterdam. Deze cursus lijkt me zinvol, omdat ik merk dat hoe ouder ik word, hoe meer er allerlei irrationele gedachten in mijn hoofd opdoemen, die mijn emoties negatief beïnvloeden. De gedachten dat ik aftakel en allerlei kwalen en mankementen kan krijgen, maken mij onrustig en angstig, terwijl er feitelijk (nog) niets aan de hand is.

Wie weet helpt deze cursus mij om wat genuanceerder om te gaan met de mug en de olifant en….. je bent tenslotte nooit te oud om te leren, toch?

Het echte vakantiegevoel….

Vakantie vieren houdt gelukkig niet op als je eenmaal met pensioen gaat en alle tijd van de wereld hebt. Voor mijn vijftiende ken ik alleen de schoolreisjes met…. ‘We hebben een potje met vet…..’ en logeren bij een oom en tante. Dan volgen de kampeervakanties met vrienden ergens aan de Nederlandse en Belgische kust, zingend bij het kampvuur ‘There is a house in New Orleans…’. Zijn er eenmaal kinderen dan stem je je vakantie met elkaar vooral af op wat de kinderen leuk vinden: ‘Als zij het naar zin hebben, hebben wij dat ook!’.

Dan als de kinderen het huis uit zijn verandert langzamerhand de manier van vakantie vieren. Mijn lief en ik kiezen steeds vaker voor verre, avontuurlijke reizen. Inmiddels is een ‘echte’ vakantie voor ons zo’n drie weken reizen van plek naar plek, andere culturen en maatschappelijke verbanden meemaken en genieten van ontmoetingen met vreemden. We zijn ons bewust dat dit type vakantie een luxe keuze is.

Onze wat avontuurlijke vakantiereizen zijn vanwege corona een aantal jaren uit beeld geweest, tot afgelopen maand augustus. Bijna drie weken hebben we een rondreis gemaakt in de Baltische Staten. Drie landen die zich pas vanaf 1991 hebben kunnen bevrijden van de Russische overheersing en sindsdien deel uitmaken van Europa..

Het vakantiegevoel is gedurende deze rondreis helemaal als vanouds: met z’n tweeën, een klein beetje voorbereiding wat betreft de route en hotels en vervolgens op pad met Google Maps en op de e-reader de prachtige historische roman ‘Tussen Drie Plagen’ van de Estlandse schrijver Jaan Kross. We laten ons verrassen door al het moois in de oude hoofdsteden Riga, Talinn en Vilnius. Duidelijk voelbaar en zichtbaar is de enorme steun in die landen voor Oekraïne. Het meest nog in Litouwen waar op alle overheidsgebouwen en op de stadsbussen de Oekraïense vlag wappert.

Een beetje ‘avontuur’ hoort er ook bij: twee dagen vanwege de storm geen elektriciteit en water; op zoek met de auto naar een parkeerplek in Riga en dan terechtkomen in het voetgangersgebied van de oude stad, zo druk als de Lijnbaan in Rotterdam; aangehouden worden door de grenspolitie, die overigens zeer aardig blijkt te zijn.

We genieten met volle teugen en zeggen dat meerdere keren hardop tegen elkaar.

En dan terug op zondagmiddag als we van Schiphol de trein naar huis willen nemen, rennen ineens twee dolenthousiaste ‘OMA OPA OMA OPA roepende’ kleindochters op ons af en springen in onze armen. Tot onze grote verrassing rijdt onze zoon eerst naar Overschie waar onze dochter, schoondochters en kleinzoon op ons zitten te wachten. Een mooiere afsluiting van onze vakantie kunnen we ons niet wensen, zo met het hele gezin heerlijk in het zonnetje bijkletsen, lekker barbecueën en genieten van al het moois en liefs wat we met elkaar hebben.

Een jonge god voelen…

Steeds duidelijker speelt mijn sociale leven zich af tussen zeventig plussers. Mijn broers, zussen, schoonzussen en zwagers zijn bijna allemaal zeventig plus. Mijn vrienden netwerk is gevarieerder qua leeftijd, maar ook daar neemt de zeventig plusser een prominente plek in. Het is mooi dat je veel gemeenschappelijks kan delen met mensen van dezelfde generatie. Tegelijkertijd heb ik sterke behoefte aan contacten met jongere generaties. Ik moet daarvoor bewust op pad, behalve als het om mijn kinderen en kleinkinderen gaat. Intergenerationeel contact houdt mij jong van geest en geeft vaak frisse energie om het dagelijks leven de moeite waard te blijven vinden, ook al ga je fysiek achteruit.

Natuurlijk kun je ook van leeftijdsgenoten energie krijgen. Mijn oudste broer en schoonzus, die beiden volgend jaar 80 hopen te worden, zijn vorige week op de e-bike naar Rotterdam gefietst. Bepakt en bezakt vanuit Huissen fietsen zij jaarlijks in de zomer enkele weken door Nederland. Binnen hun eigen gezin en in onze familie wordt hun fietsvakantie als een grote prestatie gezien. Het laat zien hoe je op hoge leeftijd nog volop mee kan doen, niet alleen fysiek en mentaal, maar ook eigentijds. Mijn broer maakt zelfs tijdens deze vakanties een vlog-verslag en stuurt dat dagelijks via de app naar zijn eigen kinderen en kleinkinderen.

In mijn dromen wil ik mij nog wel eens een jonge god voelen. Maar de realiteit van deze zevenenzeventig jarige is dat ik elke dag met een stram lijf uit mijn bed stap en eerst moet beginnen met ochtendgymnastiek. Pas daarna start het ‘echte’ pensionado leven. Dat leven houdt in dagelijks zoeken naar activiteiten die voor mij persoonlijk leuk en betekenisvol zijn, zoals: klusjes doen op het gebied van communicatie binnen de VvE van ons appartementencomplex, de Huiskamer van de Wijk organiseren, lid zijn van de Past Rotarian club, een cursus Stoïcijnse Levenskunst volgen, afspreken met vrienden om over ‘van alles en nog wat’ te praten, een blog schrijven, met mijn lief mee op een wildplukwandeling in het kader van haar theeopleiding, oppassen op kleinkinderen, af en toe een paar dagen naar Langweer…… en zo nog heel veel meer. Elke keer als ik de dag goed gevuld krijg, voel ik mij een beetje een jonge god.

Mijn lief speelt een belangrijke rol bij het zoeken en vinden van activiteiten die inspireren en energie geven. Zij is qua karakter iets avontuurlijker en dynamischer dan ik. Het mooie is dat wij elkaar al vijftig jaar uitdagen om actief te blijven en geïnteresseerd in alles en iedereen.

En, eerlijk gezegd….. mijn lief is zeven jaar jonger, een betere aansporing om nog als een jonge god mee te willen blijven doen, is er toch niet?….