Uit de krant: vallen

Ik weet niet of het jullie ook opvalt de laatste weken? Heel veel krantenartikelen, TV  tafeldiscussies en Twitterberichten  gaan over ouder worden: Voltooid leven, Vallen wordt steeds meer ouderen fataal, Lijst van Inspectie zorgt voor verbeteringen in verpleegtehuizen, AOW-leeftijd schuift verder op, Vier concrete ideeën tegen Eenzaamheid, Toiletgang driemaal per dag. De mechanismes op deze nieuwsitems zijn standaard. Eerst ontstaat er grote verontwaardiging algemeen, dan komt er altijd wel een politicus in beeld die Kamervragen gaat stellen, vervolgens komen in de talkshows van Pauw, Tan en Van Nieuwkerken gewone mensen aan het woord en het eindigt met ‘de olifant met de lange snuit’.SAMSUNG CAMERA PICTURES Als fulltime pensionado én gerontoloog ben ik in dat nieuws natuurlijk extra geïnteresseerd. Neem nou dat artikel over ‘vallen’. Het aantal ouderen dat overlijdt na een val is in tien jaar tijd verdubbeld. Experts verwachten dat dit aantal de komende jaren stijgt. Een dergelijk artikel wordt groots geplaatst omdat er in diezelfde periode een aantal vreselijk trieste valincidenten plaatsvinden. Een oudere vrouw uit Klarenbeek blijkt vier dagen hulpeloos in haar tuin te liggen. Een oude man uit Leiden ligt vijf dagen dood in huis voordat iemand hem vindt. Een hoogbejaard echtpaar in Noord-Holland is gevallen in de tuin, eerst de vrouw en daarna de te hulp geschoten man. Waarschijnlijk zijn zij door onderkoeling overleden. We weten uit onderzoek dat bij vallen vaak verschillende factoren een rol spelen. Lichamelijke factoren, zoals gezichtsvermogen, duizeligheid, afnemende spierkracht, slecht functionerende gewrichten. Maar ook medicijngebruik of een simpele oneffenheid op het tuinpad. Voor mij als fulltime pensionado is vallen een van de vele risicofactoren die ik bij ouder worden moet zien te tackelen. Er liggen voor mij en voor alle ouderen allerlei ouderdomskwalen en ziektes op de loer. Hoe ga ik om met mijn verminderende mobiliteit, sexualiteit, slecht werkende sluitspier en overgewicht. Ik hoor steeds slechter in gezelschap. Ik heb last van autorijden in het donker. Hoe breng ik mijn dag zinvol door als niet meer werkende. Ik vergeet namen van mensen. Ik baal van het feit dat ik ’s middags een tukkie op de bank doe. Zo kan ik nog wel een A4tje doorgaan met risicofactoren voor ouderen, toegespitst op mijzelf. Maar dat is deprimerend en ook dat is een risicofactor bij ouder worden. Dus de vraag is wat kan ik er zelf maximaal aan doen, wetende dat je niet alles kan voorkomen? Om aan de vele risicofactoren voor ouderen enigszins tegenwicht te bieden probeer ik mij te focussen op de emotie angst. Dat wil zeggen, ik wil angst vermijden, voorkomen. Ik weet dat de helft van 65plussers bang is om te vallen. Deze angst zorgt er soms voor dat men activiteiten als wandelen, fietsen, trappen lopen, boodschappen doen of op bezoek gaan bij familie en vrienden gaat vermijden. Dit vermijdingsgedrag heeft dan weer direct invloed op levensplezier en het vergroot de kans op sociaal isolement. Wat het vallen betreft blijf ik voorlopig nog bewust wonen in een huis met trappen. Ik loop dagelijks vele malen die trappen op en af. Ik stap zo veel als mogelijk op de fiets, bewust niet op een electrisch fiets, maar wel een damesfiets, zodat ik gemakkelijk kan op- en afstappen. Minder gemotiveerd, maar zeker zo belangrijk, zijn de gymnastiek oefeningen die ik elke ochtend, behalve de zondag doe. Meer moeite moet ik doen om gewoon te lopen, te wandelen. Ik heb jaren geleden behoorlijk last gehad van mijn linker heup en mijn rechter knie. Ik ben bang dat ik er weer last van krijg. Daarom moet ik tegen mijzelf zeggen: ‘Zeur niet, je hebt nu nergens last van, loop eens blokje om.’ Ik denk dat dat hardop zeggen, er over praten, schrijven, discussieren met anderen, enorm helpt je angst te tackelen. En leven met minder angst is wel zo prettig!

130 Jaar, mooi niet

De wijngaarden staan er fantastisch bij. Zoveel zon de laatste maanden, de wijnranken hangen barstensvol druiventrossen, het kan niet beter. Het weer is nu wel omgeslagen, het miezert en er staat een koude wind. Eerlijk gezegd is het geen lekker druivenplukken weer. Gelukkig hoef ik als hoogbejaarde betaalde kracht niet het zware werk te verrichten. Er rijden enkele gigantische machines rond, die de druiventrossen losschudden van de ranken en meteen opslaan in een grote bak. Als die bak vol is, wordt deze geleegd in een andere open kar en met de tractor vervoerd naar de verwerkingshal van de wijnboerderij. Daar worden wederom machinaal de druiven van de takjes gescheiden en vervolgens worden de druiven in gistbakken gestort. Mijn werk in de wijngaard bestaat er uit alle achtergebleven druiventrossen met de hand te plukken. Ik ben gekoppeld aan een maatje, een generatie dertiger. Hij heeft een grote bak op zijn rug, waarin de handgeplukte druiven gedaan worden. Natuurlijk praat je met elkaar tijdens het plukken. Hij vraagt mij hoe oud ik ben en waarom ik dit doe. Ik vertel hem dat ik 123 jaar ben, dankzij de anti-verouderingspillen van Andrea Maier. We raken al snel in gesprek over ‘gezond 130 jaar oud worden’. Hij vertelt mij dat zijn generatie er niet over piekert om straks anti-verouderingspillen te slikken, net zo min als de anti-griepprik. Hij citeert Koot en De Bie, beiden nu in de zeventig: ‘Als we nog eens programma zouden moeten maken zou het gaan over genenonderzoek, want dat gaat maar door. En natuurlijk over die kinderachtige, hebberige prognose dat we allemaal 130 jaar oud gaan worden. Je moet er toch niet aan denken? Dan hebben we zonen van 102 en 105. Nou, daar trap je geen balletje meer mee. De Nederlander wil als 130 jaar oude man in het hele land 130 kilometer per uur kunnen rijden, daar komt het op neer.’ En hun betoog eindigt: ‘Laten we God op de blote knieën danken dat we dit niet meer zullen beleven, omdat wij glashard weigeren 130 te worden.’ Nou dat is nog eens een statement! Het is lang geleden dat ik met een niet familielid uit een veel jongere generatie heb gediscussieerd. Onze jonge man betoogt dat de wereld aardig uit balans aan het geraken is. Het natuurlijke proces van geboorte en doodgaan is vervangen door geboorte op bestelling en doodgaan op eigen initiatief. De wereld wordt overspoeld met gezonde hoogbejaarden, die niet weten hoe ze hun dagelijks leven een beetje zinvol door kunnen brengen. Alles hebben ze al een keertje meegemaakt in hun te lange leven. Andere generaties zien ze nauwelijks staan. Interactie tussen generaties is er hoofdzakelijk in gezinsverband. Moe van het druiven plukken en praten lig ik die eerste avond van mijn druivenplukkersavontuur in bed en denk na over de woorden van mijn jonge maatje. Ooit, lang geleden heb ik vrienden gehad. We gingen regelmatig lunchen, een wijnreisje maken, naar het Feijenoord stadion. We kletsten over van alles en nog wat, over het leven, de politiek, de liefde, onze gezinnen, maar ook over de haat van IS in de wereld. We probeerden zo de wereld te begrijpen en er van te genieten wanneer dat maar mogelijk was. Waar is die goeie ouwe tijd, toen geluk nog heel gewoon was? Is die verdwenen na het achter elkaar overlijden van Mieke Telkamp en Eddy Christiani? Mijn droom is aanvankelijk onrustig. Heb ik nog kwaliteit van leven? Ik mis echte vriendschap, het is een vergeten sociaal contact. Mijn wereld is niet groter maar kleiner geworden. Als hoogbejaarde leef ik in mijn eigen familie wereldje en draai daarin rond en rond. Ik leid als 123 jarige een incestueus sociaal leven. Dan wordt mijn droom rustiger, ik lig naast mijn lief. Langzaam vallen onze ogen dicht en onze ademhaling wordt zwakker en zwakker. Een gelukzalig gevoel maakt zich van ons meester. We willen geen 130 jaar worden, mooi niet……

130 Jaar, voltooid leven

We zitten nog niet in de bus, op weg naar de wijnboerderij, of de reisleider zet het lied in: ‘We hebben een potje met vet, al op de tafel gezet……’ De chauffeur zie ik vol verbazing in zijn achteruitkijkspiegel kijken naar zijn zingende 100-jarige passagiers uit Nederland. Gelukkig worden de meesten het zat na 50 coupletten en valt uiteindelijk bijna iedereen in diepe slaap. Ik zit naast het oud model 100-jarige en we raken zowaar echt in gesprek. Zoals zo vaak het geval is, zijn mensen aardig en interessant wanneer je wat meer contact maakt. Ik vertel haar over mijn gezinsweekend in het Australian Family Resort van Andrea Maier en hoe gelukkig ik ben met mijn anti-verouderingspil. Ik vraag haar of ze ook kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen heeft en gelukkig is met het leven. Ze begint zachtjes te huilen. Ze heeft geen kinderen en dus ook geen kleinkinderen. Na het overlijden van haar eerste man heeft ze nog twee nieuwe relaties gehad. Het zijn fijne mannen geweest en ze heeft tot haar 65ste nog geprobeerd een kind te krijgen. De leeftijdsgrens voor vrouwen om zwanger te worden via IVF kan en mag tot 70 jaar. Het is niet gelukt. Het huilen is gestopt en ze gaat fanatiek pratend verder: ‘Door die stomme anti-verouderingspil breng ik al jaren mijn leven in grote eenzaamheid door. En ik ben niet de enige kinderloze 100-jarige. Ik heb daarom een Bondgenotengroep opgericht met mensen zoals ik. Het is schrijnend om te zien en te horen hoe bijna al deze 100-jarigen zich totaal nutteloos en overbodig voelen. Van de euthanasiewet mogen wij geen gebruik maken, simpelweg omdat er geen sprake is van medisch uitzichtloos lijden.’ Ik betrap mij er op dat ik het een zeer interessante vrouw vind. Ik heb dat in eerste instantie niet achter haar gezocht.Terwijl ze dat allemaal vertelt, besef ik weinig beeld meer te hebben van de brede maatschappelijke context, waarin ik leef. Mijn sociale leven wordt al decennia volledig gedomineerd door de aandacht voor mijn grote, drukke gezin. Ik begrijp nu dat die autonomie voor mensen om zelf te bepalen of ze hun leven willen verlengen, lang niet altijd vanzelfsprekend positief uitpakt. Mijn 100-jarig oud model gaat intussen verder met haar verhaal: ‘Samen hebben we het voor elkaar gekregen om een referendum te houden en dat is goed uitgevallen. Na jaren discussiëren is onlangs de wet op Recht op Zelfdoding Voltooid Leven van kracht geworden.’ Natuurlijk vraag ik haar meteen: ‘Maar waarom heb je er nog geen gebruik van gemaakt?’ Ik zie nu een glimlach op haar gezicht verschijnen. ‘Nou’, zegt ze, ‘ik heb altijd de wens gehad om een keer druiven te gaan plukken. Om deze wet te vieren, heb ik de hele Bondgenotengroep uitgenodigd om samen met mij eerst druiven te gaan plukken op de Azoren en daarna zien we wel verder. En die groep zit hier in de bus!’ Ik zie nu pas dat er alleen maar vrouwen in de bus zitten. Ik ben de enige man. Grote schrik slaat me om het hart. Als mijn 116-jarige lief dat ontdekt, zwaait er wat. Ik loop naar voren naar de buschauffeur en vraag hem om te keren en mij terug te brengen naar het vliegveld. De man verstaat mij niet en steekt breed grijnzend zijn duim omhoog: ‘Muchos mujeres hermosas…..muchos mujeres hermosas…’ Als ik terug wil lopen naar mijn stoel zie ik dat de bus leeg is. Hetzelfde moment word ik wakker geschud door mijn veel jongere maatje: ‘Kom op ouwe, niet in slaap vallen als je druiven plukt.’

wordt vervolgd….