Oma en opa

We zitten aan de keukentafel. Onze zoon en schoondochter zijn een weekendje over vanuit Londen. Zij hebben een cadeautje uit de stad van de Big Ben voor ons meegenomen. Terwijl ik het papier er af scheur, roep ik stoer: ‘Ik weet al wat er in zit, eindelijk de cd-rom van jullie huwelijk!’ 20170419_153007.jpgDan val ik stil.
Ik heb een kinderboekje van Nijntje in mijn handen met de titel ‘opa en opoe pluis’. Het is de Rotterdamse versie en ‘pluis’ is weggeplakt en vervangen door ‘Beke’. In een split of a second dringt het tot mij door en schieten de tranen van geluk in mijn ogen. Mijn lief en ik slaan samen het boekkie open en zien de echoscopie met daaronder de Rotterdamse tekst: ‘Ha, die opa & oma, jullie zulle nog wel effe motte wachte tot jullie me vas kenne houwe want ik komt pas in oktober! De mazzel! jullie kleinkind.’  Het is nauwelijks te bevatten: we worden opa en oma! Eerlijk gezegd hoop je natuurlijk dat het eens zou gebeuren en nu wordt het dan werkelijkheid. Hoe heerlijk is het om straks opa en oma te zijn en vanuit die rol mee te mogen doen en te genieten van je opgroeiende kleinkind. Het voelt voor mij persoonlijk als ‘the life cycle completed’.

De rol van opa en oma in deze tijd, in de Nederlandse cultuur heeft iets van luxe en wordt niet zomaar vanzelfsprekend ingevuld. In bijvoorbeeld de familiecultuur in Afrika, zo hebben we tijdens ons tweejarig verblijf aldaar ervaren, spelen de grootvader en grootmoeder een meer natuurlijke en noodzakelijke rol. Vaak zorgen zij permanent voor de kleinkinderen, zodat de ouders, elders werkend, geld kunnen verdienen. Op hun beurt zorgen de kleinkinderen al op vroege leeftijd voor hun grootouders door het verrichten van allerlei hand- en spandiensten. In de Afrikaanse cultuur is het leven letterlijk doorgeven, iets dat essentieel is voor de instandhouding van het familieverband en dus een kwestie van overleven.

In onze huidige geïndividualiseerde Westerse cultuur is dat allemaal niet meer zo vanzelfsprekend. Kijkend naar de familie- en gezinsverbanden, zien we dat deze losser en diverser zijn. Ondanks dat, denk ik dat veel vaders en moeders graag de opa- en omarol wensen, zij het op enige afstand. Voor mijzelf voelt het als de bekroning op mijn leven met telkens nieuwe en unieke rollen. Mijn vaderrol evolueert mee met de kinderen, die meer en meer hun eigen leven leiden. Ik ervaar de relatie met hen op dit moment als redelijk gelijkwaardig. Wellicht verandert dat nog een keer als ik hoogbejaard ben en in een chronisch, zorgafhankelijke situatie terechtkom. Ik merk wel dat ik als vader iets anders naar mijn zoon en schoondochter kijk, nu ik weet dat zij zelf vader en moeder worden. Het is een nieuw stadium van volwassen zijn. Zij van hun kant zien ons ineens niet meer alleen als ‘mams en paps’ maar tevens als opa en oma. Die rol wordt ook meteen door onze dochter benoemd. Op het felicitatiekaartje dat zij samen met haar vriendin aan ons geeft, staat geschreven: ‘Lieve paps en mams, opa en oma, Een droom die uitkomt, een kleine spruit, een druktemaker, een nieuw familielid. Geniet nog even van jullie rust want na oktober hebben jullie er een zinvolle dagbesteding bij.’

Moeder en het aanstaande babytje maken het goed. Mijn lief en ik gaan vol vertrouwen de maanden en dagen naar oktober aftellen. We gaan ons voorbereiden op de ultieme zinvolle dagbesteding: opa en oma zijn. Wij zijn er klaar voor en hebben er zin in. Mijn zwager appt naar aanleiding van dit grote nieuws alvast: ‘Mooi. Jullie krijgen er een prachtige dimensie bij.’ En zo is het maar net!

 

Ouderen restafval?

In dit zesde blog wil ik trachten samen te vatten waarom ik mij druk maak over de beeldvorming als het gaat over de derde levensfase.

20170412_154517Uit gerontologisch onderzoek (Baltes c.s.) weten we dat de individuele mens zich tot op zeer hoge leeftijd kan doorontwikkelen met name in zijn ervaringscompetenties. Als zeventigjarige en gerontoloog kan ik daar zelf over meepraten. Ik wil net als in mijn eerdere levensfasen genieten van het leven (mijn oude dag) en tegelijkertijd verder gaan met zinvolle bezigheden. Ik voel mij nog steeds duurzaam inzetbaar en van waarde om een serieuze rol in de samenleving te vervullen. Ik merk bij mijzelf dat ik zelfs sta te popelen mij persoonlijk en maatschappelijk verder te ontplooien. Belangrijk voor dit alles is een kansrijke omgeving, die mij en de andere 3,1 miljoen ouderen in staat stelt volwaardig en gelijkwaardig aan de samenleving deel te nemen.

Ik constateer echter dat onze samenleving nog maar heel beperkt, en ook nog eens zeer eenzijdig, is ingericht op het leven van miljoenen individuele mensen die 80, 90 en 100 jaar gaan worden. Anno 2017 word je gedurende je levensloop al snel gezien als ‘over de top’, denk maar aan de grote groep werkelozen van 55+ en aan al die ‘bejaarden’. Dit maatschappelijke beeld wordt versterkt door de toenemende technologische ontwikkelingen. Voordat je het in de gaten hebt, sta je buiten de maatschappelijke (werk)poort. In onze samenleving wordt gedacht in lineaire, economische termen van arbeid en inzet van mensen, dus van het leven. Kijkt de samenleving dan specifiek naar die mensen in de derde levensfase, dan richt de aandacht zich hoofdzakelijk op de vragen hoe om te gaan met hun eenzaamheid,  zorg en het recht op eigen keuze voor het levenseinde. In deze maatschappelijke context valt de individuele mens vanaf 55+ al gauw in de categorie ‘restafval’.

Voor mijzelf en voor al die andere ouderen schreeuwt dit om een paradigmaverandering. Dankzij de medische vooruitgang worden we fysiek en neurofysiek steeds ‘gezonder’ en ouder. Ook wat betreft de ontwikkeling van de mens op sociaal, cultureel en maatschappelijk vlak en de daaraan gekoppelde taken laat wetenschappelijk gerontologisch onderzoek zien dat er voor de meeste mensen een doorgaande ontwikkellijn is. Sterker nog, juist deze ontwikkellijn, de ervaringskennis, bereikt grote hoogte in de derde levensfase. Feitelijk is er geen reden om te denken dat grote groepen mensen niet meer mee zouden kunnen doen. Wij moeten leren kijken naar het leven als zijnde een doorgaande groeilijn, waarin de individuele mens zich volwaardig en duurzaam kan blijven ontwikkelen. Telkens in de levensloop is er sprake van een samenspel van rijping, zelfbepaling en omgeving. Als het goed is, zal de mens gedurende zijn leven zich meer en meer bewust worden van zijn persoonlijkheid, maar ook van zijn beperkingen zelf en van de mensen om hem heen. Dat spanningsveld, soms positief, soms negatief, bepaalt uiteindelijk voor het individu de kwaliteit van leven. Vanuit die grondgedachte zullen we in onze Westerse samenleving beleid moeten maken vanuit de behoeftes van de mens, gericht op duurzame inzetbaarheid en zinvolheid. Beleid dat als vanzelfsprekend gebaseerd is op rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid. Hoe rechtvaardig is het nu, dat iemand vanwege zijn biologische leeftijd van de ene dag op de andere moet stoppen met betaald werk?

Nogmaals. Ik pleit er voor om parallel aan de opkomende ontwikkeling van de circulaire economie — waar afval niet meer bestaat – te zoeken naar een samenleving waar restafval van mensen niet meer bestaat. Laten we zoeken naar een ecosysteem van mensen dat recht doet aan het bestaan van ieder individu inclusief zijn duurzame inzetbaarheid en zinvolheid, tot de laatste snik!

Onder de uitdagende kreet ‘Ouderen restafval?’ wil ik graag op kleine schaal een start-up voor circulair leven in gang zetten. Wie doet er mee?

Start-up ‘Circulair Leven’

Ik wil niet dat de huidige en toekomstige generatie pensionado’s gezien wordt als een groep die in onze Westerse samenleving economisch goeddeels is afgeschreven, die weinig maatschappelijk nut meer oplevert en die vervolgens voor veel zorgproblemen, inclusief daaraan verbonden kosten zorgt.

De trouwe bloglezer weet dat ik als fulltime pensionado niet alleen wil genieten van ‘mijn oude dag’, maar tegelijkertijd verder wil gaan met zinvolle bezigheden. Liefst wil ik dingen doen, die aansluiten bij mijn brede werkervaring. Ik voel mij nog steeds duurzaam inzetbaar. Omdat ik een zelfsturend persoon ben, lukt dat redelijk. Als gerontoloog en beginnend ervaringsdeskundige, wil ik echter het begrip duurzame inzetbaarheid in een breder maatschappelijk kader zetten. In de algemene beeldvorming (en in de praktijk van de samenleving) komt er op het moment van pensionering officieel een eind aan duurzame inzetbaarheid. Kort door de bocht gezegd: ‘Ga maar genieten van je oude dag en laten we hopen dat je de samenleving niet teveel tot last bent.’

Duurzame inzetbaarheid zou moeten gaan over verantwoord omgaan met het leven algemeen. Een bredere opvatting over duurzame inzetbaarheid dan alleen arbeid is niet alleen relevant voor de huidige pensionado’s en de pensionado’s die straks wellicht 100 tot 130 jaar oud worden, maar ook voor de jongere generaties. De voortgang van de automatisering, kunstmatige intelligentie en de robotisering heeft grote invloed op de arbeidsmarkt. De komende decennia zal duurzame inzetbaarheid in werk niet meer vanzelfsprekend zijn voor grote groepen mensen. Als we blijven denken in lineaire, economische termen van arbeid dan zullen er heel veel mensen in de categorie ‘restafval’ terechtkomen, net als nu de pensionado’s en de werkeloze 55plussers.

Ik pleit er dan ook voor om parallel aan de opkomende ontwikkeling van de circulaire economie (waar afval niet meer bestaat) te zoeken naar een samenleving van circulair leven: een ecosysteem van mensen en producten die recht doet aan het bestaan van ieder individu inclusief de concrete invulling. Hoofdcriterium is daarbij dat ieders gevoel van eigenwaarde kan blijven groeien en bloeien. Met andere woorden, er dient een kanteling plaats te vinden van ons arbeidsethos naar een ethos die zich richt op ‘zinvolle bijdragen’ aan onze samenleving. De vraag is hoe kunnen we een dergelijk mega kantelingsproces in gang zetten?
20170405_142835Toevallig schuin tegenover mijn huis aan de Maasboulevard in Rotterdam ligt Blue City010, het voormalige zwemparadijs Tropicana. Op hun website lees ik: ‘BlueCity is een broedplaats voor innovatieve bedrijven die hun reststromen aan elkaar koppelen. Binnen ons ecosysteem van sociale ondernemers en radicale disruptanten is afval een waardevolle bouwsteen; de output van de éne is namelijk de input van de andere ondernemer. Zo creëren we samen een voorbeeldstad voor de circulaire economie. En dat is hard nodig ook. De lineaire economie heeft haar beste tijd gehad. Aan het begin van de keten raken onze grondstoffen op en aan het eind van de keten kampen we met afvalproblemen. Produceren, consumeren en afval weggooien – het is een onhoudbaar systeem. Om op ‘n prettige manier met 10 miljard mensen samen te leven, moeten we op zoek naar andere oplossingen. Die oplossingen liggen in het sluiten van de kringlopen. Start-ups en kleinschalige initiatieven laten zien hoe dat moet en: dat het kán.’

BlueCity010 is een zwembad vol mogelijkheden waar een start-up ‘circulair leven’ met enige goede wil in zou kunnen passen. Als omwonende van BlueCity behoor ik tot hun vijf belangrijke actoren, naast ondernemers, onderzoekers, onderwijs en overheid. Het lijkt me leuk om met enkele andere Rotterdamse babyboomers met brein, lef en lol het voortouw nemen en te onderzoeken of een start-up ‘circulair leven’, waarin ‘restafval’ van mensen niet meer bestaat, haalbaar en mogelijk is.

Wordt vervolgd……