We zitten aan de keukentafel. Onze zoon en schoondochter zijn een weekendje over vanuit Londen. Zij hebben een cadeautje uit de stad van de Big Ben voor ons meegenomen. Terwijl ik het papier er af scheur, roep ik stoer: ‘Ik weet al wat er in zit, eindelijk de cd-rom van jullie huwelijk!’
Dan val ik stil.
Ik heb een kinderboekje van Nijntje in mijn handen met de titel ‘opa en opoe pluis’. Het is de Rotterdamse versie en ‘pluis’ is weggeplakt en vervangen door ‘Beke’. In een split of a second dringt het tot mij door en schieten de tranen van geluk in mijn ogen. Mijn lief en ik slaan samen het boekkie open en zien de echoscopie met daaronder de Rotterdamse tekst: ‘Ha, die opa & oma, jullie zulle nog wel effe motte wachte tot jullie me vas kenne houwe want ik komt pas in oktober! De mazzel! jullie kleinkind.’ Het is nauwelijks te bevatten: we worden opa en oma! Eerlijk gezegd hoop je natuurlijk dat het eens zou gebeuren en nu wordt het dan werkelijkheid. Hoe heerlijk is het om straks opa en oma te zijn en vanuit die rol mee te mogen doen en te genieten van je opgroeiende kleinkind. Het voelt voor mij persoonlijk als ‘the life cycle completed’.
De rol van opa en oma in deze tijd, in de Nederlandse cultuur heeft iets van luxe en wordt niet zomaar vanzelfsprekend ingevuld. In bijvoorbeeld de familiecultuur in Afrika, zo hebben we tijdens ons tweejarig verblijf aldaar ervaren, spelen de grootvader en grootmoeder een meer natuurlijke en noodzakelijke rol. Vaak zorgen zij permanent voor de kleinkinderen, zodat de ouders, elders werkend, geld kunnen verdienen. Op hun beurt zorgen de kleinkinderen al op vroege leeftijd voor hun grootouders door het verrichten van allerlei hand- en spandiensten. In de Afrikaanse cultuur is het leven letterlijk doorgeven, iets dat essentieel is voor de instandhouding van het familieverband en dus een kwestie van overleven.
In onze huidige geïndividualiseerde Westerse cultuur is dat allemaal niet meer zo vanzelfsprekend. Kijkend naar de familie- en gezinsverbanden, zien we dat deze losser en diverser zijn. Ondanks dat, denk ik dat veel vaders en moeders graag de opa- en omarol wensen, zij het op enige afstand. Voor mijzelf voelt het als de bekroning op mijn leven met telkens nieuwe en unieke rollen. Mijn vaderrol evolueert mee met de kinderen, die meer en meer hun eigen leven leiden. Ik ervaar de relatie met hen op dit moment als redelijk gelijkwaardig. Wellicht verandert dat nog een keer als ik hoogbejaard ben en in een chronisch, zorgafhankelijke situatie terechtkom. Ik merk wel dat ik als vader iets anders naar mijn zoon en schoondochter kijk, nu ik weet dat zij zelf vader en moeder worden. Het is een nieuw stadium van volwassen zijn. Zij van hun kant zien ons ineens niet meer alleen als ‘mams en paps’ maar tevens als opa en oma. Die rol wordt ook meteen door onze dochter benoemd. Op het felicitatiekaartje dat zij samen met haar vriendin aan ons geeft, staat geschreven: ‘Lieve paps en mams, opa en oma, Een droom die uitkomt, een kleine spruit, een druktemaker, een nieuw familielid. Geniet nog even van jullie rust want na oktober hebben jullie er een zinvolle dagbesteding bij.’
Moeder en het aanstaande babytje maken het goed. Mijn lief en ik gaan vol vertrouwen de maanden en dagen naar oktober aftellen. We gaan ons voorbereiden op de ultieme zinvolle dagbesteding: opa en oma zijn. Wij zijn er klaar voor en hebben er zin in. Mijn zwager appt naar aanleiding van dit grote nieuws alvast: ‘Mooi. Jullie krijgen er een prachtige dimensie bij.’ En zo is het maar net!
Uit gerontologisch onderzoek (Baltes c.s.) weten we dat de individuele mens zich tot op zeer hoge leeftijd kan doorontwikkelen met name in zijn ervaringscompetenties. Als zeventigjarige en gerontoloog kan ik daar zelf over meepraten. Ik wil net als in mijn eerdere levensfasen genieten van het leven (mijn oude dag) en tegelijkertijd verder gaan met zinvolle bezigheden. Ik voel mij nog steeds duurzaam inzetbaar en van waarde om een serieuze rol in de samenleving te vervullen. Ik merk bij mijzelf dat ik zelfs sta te popelen mij persoonlijk en maatschappelijk verder te ontplooien. Belangrijk voor dit alles is een kansrijke omgeving, die mij en de andere 3,1 miljoen ouderen in staat stelt volwaardig en gelijkwaardig aan de samenleving deel te nemen.
Toevallig schuin tegenover mijn huis aan de Maasboulevard in Rotterdam ligt Blue City010, het voormalige zwemparadijs Tropicana. Op hun website lees ik: ‘BlueCity is een broedplaats voor innovatieve bedrijven die hun reststromen aan elkaar koppelen. Binnen ons ecosysteem van sociale ondernemers en radicale disruptanten is afval een waardevolle bouwsteen; de output van de éne is namelijk de input van de andere ondernemer. Zo creëren we samen een voorbeeldstad voor de circulaire economie. En dat is hard nodig ook. De lineaire economie heeft haar beste tijd gehad. Aan het begin van de keten raken onze grondstoffen op en aan het eind van de keten kampen we met afvalproblemen. Produceren, consumeren en afval weggooien – het is een onhoudbaar systeem. Om op ‘n prettige manier met 10 miljard mensen samen te leven, moeten we op zoek naar andere oplossingen. Die oplossingen liggen in het sluiten van de kringlopen. Start-ups en kleinschalige initiatieven laten zien hoe dat moet en: dat het kán.’