Denken, denken, denken….en dan bedoel ik druk met denken aan en reageren op allerlei groot- en kruimelnieuws dat dag in dag uit via allerlei media over mij uitgestort wordt. Af en toe, en misschien wel juist in deze herfstperiode, word ik overvallen door een gevoel van moedeloosheid. Ik geef toe dat ik er grotendeels zelf schuld aan heb. De telefoon en de computer zijn alleen ’s nachts als ik slaap, niet binnen mijn bereik. Als ik ’s morgens opsta, is het eerste dat ik doe met een plak koek en een kop thee achter de computer gaan zitten. Ik kijk op mijn mail en surf langs facebook, linkedin, nu.nl en nog wat krantensites. En zo gaat het vaak de dag door, om dan in de avond daar nog eens de televisie aan toe te voegen. Ik laat de consumptiebrij van allemaal hetzelfde nieuws, uitgekauwd vaak tot ver achter de komma, over mij heen storten. Deze consumptiebrij is dan ook nog eens gespreksvoer in mijn sociale contacten. De gespreksthema’s, die we vroeger categoriseerde als ‘praatjes bij het koffieapparaat’, zijn nu verheven tot serieuze gespreksonderwerpen. We moeten overal een mening over hebben en een standpunt over in nemen: MeToo, Zwarte Piet, wegblokkade demonstranten tegen anti-zwarte Piet betogers, strafrechtelijke vervolging wegblokkade mensen of niet, wurgcontract RTL voor huwelijkskandidaat Gordon, hoofddoekjes bij politie, kan plassex nu wel of niet, tegenstelling Zwarte Piet is platteland versus grachtengordel, de mening van de gewone Nederlander telt. Schrikbarend vind ik de wijze waarop veel Nederlandse televisiezenders aandacht besteden en omgaan met al dit type incidenten of nieuwsfeitjes. Steeds zijn het dezelfde hoofden, die altijd een mening over wat dan ook hebben. Ik vraag ik me wel eens af, of al die BN-ers die hier aan meedoen niet gek van zichzelf en hun eigen mening worden?
Eigenlijk baal ik van mijzelf en mijn herfstbui. Ik laat me beïnvloeden door vroeg donker in de middag, laat licht ’s morgens, veel regen en gure wind. Maar ik wil niet toetreden tot de groep oudere mensen, die over van alles en nog wat lopen te zeuren en te klagen. Dus moet ik mijzelf vermannen.
Nu ik deze dagen bezig ben met het maken van een sinterklaas surprise merk ik dat ik weer iets actiever en strijdlustiger word. Daarom wil ik bij deze alsnog mijn ei kwijt over Zwarte Piet. Ik kan mij voorstellen dat veel medeburgers zwarte Piet associëren met onderdrukking en slavernij. Los van het feit of zwarte Piet nu wel of niet volgens de traditie een onderdrukte knecht is, het wordt zo ervaren en gevoeld door een aantal medeburgers. Zij hebben er serieus last van. En als je vindt dat iets niet klopt, mag je dat in ons vrije Nederland hardop zeggen. Ik koester Nederlandse tradities, inclusief onze waarden als vrijheid en tolerantie. Vooral die waarden zijn leidend wat mij betreft. Uit veel onderzoek van de laatste decennia blijkt dat ons koloniale verleden veelal niet de schoonheidsprijs verdient, om het eufemistisch te zeggen. De Gouden Eeuw, De V.O.C. en onze bemoeienis met Indonesië zijn verre van brandschoon als het om ons gedrag ten opzichte van andere culturen en mensen gaat. Veel van deze nieuwe informatie is genuanceerder, dan ik vroeger ooit op school allemaal leerde. We moeten leren van ons verleden. Naast het mededogen ten aanzien van mijn medeburgers die oprecht last hebben van de in hun ogen racistisch stereotype Zwarte Piet, wil ik daarom mijn door kindtraditie gevormde mening, graag bijstellen. Het kost mij nauwelijks moeite om te kijken of we de Sinterklaas traditie zo kunnen aanpassen dat het voor iedereen goed voelt. Ik pleit daarom voor een Sinterklaas feest met roetveeg Pieten. Ieder kind begrijpt dat Piet zwart van het roet is, veroorzaakt door het klimmen in de schoorsteen.
Ik wens iedereen een leuke 5 december!
Wel zorg ik er voor dat ik mijn pasgeboren kleindochter even kan knuffelen. Zo’n volle agenda is net als tijdens mijn betaalde werkzame leven, maar dan toch met iets andere (lees privé) prioriteiten. Dat is, denk ik, wat veel pensionado’s overkomt. Ik hoor het vaak: ‘Sinds ik gestopt ben met werken, heb ik het drukker dan ooit.’ Dat laatste zal ik niet gauw herhalen, maar eerlijk gezegd kan ik me er wat bij voorstellen. Er wordt veel en vooral zinnig vrijwilligerswerk gedaan door pensionado’s, variërend van kort uitgezonden worden naar een ontwikkelingsland door de PUM (organisatie voor senior experts) tot job coach bij Vluchtelingenwerk in de eigen stad. In onze Pauluskerk helpen maar liefst 250 vrijwilligers, jong en oud, mee om in deze prachtige ‘huiskamer van Rotterdam’ zeven dagen per week mensen op te vangen, die in de marge van onze samenleving leven. Ook al is het serieus werken, het prettige is dat het volledig je eigen keuze is. Dat maakt het enigszins relaxed. Tegelijkertijd is het niet vrijblijvend maar wel vrijwillig en dat geeft een eigen dynamiek aan je motivatie.
In de Pauluskerk kom ik hen dagelijks tegen. Mensen die het niet meer redden. Te weinig geld om van rond te komen, voor jezelf, voor de kinderen. Geen dak meer boven je hoofd, omdat je dat niet meer kon betalen. En mensen met schulden. Altijd weer die schulden. Schulden die je eindeloos gevangen houden en je leven eindeloos onzeker maken. Armoede en schulden, helaas aan de orde van de dag in Rotterdam. Veel mensen denken, dat je nou eenmaal altijd armen en armoede hebt. Vervelend bijeffect van onze kapitalistische samenleving, vooral in perioden van crisis. Sommige mensen ontkennen het bestaan van armoede in Nederland. Het zittende college vond vier jaar geleden, dat Rotterdam de stad moest zijn van en voor stoere, hardwerkende Rotterdammers. Er kon worden bezuinigd op het armoedebeleid. Zijn er dan geen arme mensen in Rotterdam? Het tegendeel is waar. Rotterdam is zo’n beetje de armste stad van Nederland. Ruim 18% van de Rotterdammers leeft onder de armoedegrens. Bijna 120.000 mensen. Eén op de vier Rotterdamse kinderen groeit op in armoede. Volgens de Rotterdamse Rekenkamer kampen meer dan 100.000 huishoudens met ernstige schulden; een kwart daarvan kan niet meer worden afgelost. Steeds meer mensen zijn ook langdurig arm.