Warm Rotterdam

Dit artikel verscheen op zaterdag 14 oktober jl. op de opiniepagina van het AD en is geschreven door ds. Dick Couvée van de Pauluskerk Rotterdam. 

20171031_075206In de Pauluskerk kom ik hen dagelijks tegen. Mensen die het niet meer redden. Te weinig geld om van rond te komen, voor jezelf, voor de kinderen. Geen dak meer boven je hoofd, omdat je dat niet meer kon betalen. En mensen met schulden. Altijd weer die schulden. Schulden die je eindeloos gevangen houden en je leven eindeloos onzeker maken. Armoede en schulden, helaas aan de orde van de dag in Rotterdam. Veel mensen denken, dat je nou eenmaal altijd armen en armoede hebt. Vervelend bijeffect van onze kapitalistische samenleving, vooral in perioden van crisis. Sommige mensen ontkennen het bestaan van armoede in Nederland. Het zittende college vond vier jaar geleden, dat Rotterdam de stad moest zijn van en voor stoere, hardwerkende Rotterdammers. Er kon worden bezuinigd op het armoedebeleid. Zijn er dan geen arme mensen in Rotterdam? Het tegendeel is waar. Rotterdam is zo’n beetje de armste stad van Nederland. Ruim 18% van de Rotterdammers leeft onder de armoedegrens. Bijna 120.000 mensen. Eén op de vier Rotterdamse kinderen groeit op in armoede. Volgens de Rotterdamse Rekenkamer kampen meer dan 100.000 huishoudens met ernstige schulden; een kwart daarvan kan niet meer worden afgelost. Steeds meer mensen zijn ook langdurig arm.

Armoede is meer dan het niet hebben van geld. Het is vooral iets sociaals. Als je geen geld hebt, kun je niet mee doen. Alles wat jij bent, wat je zou kunnen bijdragen, het doet er niet toe. Armoede is een vorm van uitsluiting. Mensen worden erdoor in hun bestaan ontkend. Dat is het ergste dat je mensen kunt aandoen, volgens mij. Uit allerlei onderzoek blijkt steeds, dat uitsluiting mensen ziek maakt, minder weerbaar, depressief en ongelukkig. En daarbij: mensen uitsluiten, mensen het gevoel geven dat ze er niet bij horen, dat is niet goed. Voor hen zelf niet. Maar ook niet voor Rotterdam als geheel.
Willen we met elkaar zo’n arm Rotterdam? Of willen we een warm Rotterdam? Daar gaat het om de komende jaren. Rotterdam gaat mij aan het hart, steeds meer. Ik ontmoet prachtige Rotterdammers. Mensen op straat, in de wijken, in de kunst, bij de gemeente, onder de werkgevers, in het onderwijs. Velen vinden, dat het anders moet en anders kan. Zij geloven in Rotterdam. Niet in het harde Rotterdam van “zoek het zelf maar uit”. Wel in het zachte Rotterdam van ‘ik voor ons allen’, van ‘hand in hand, kameraden’.

Ik vind daarom, dat wij Rotterdammers met elkaar moeten gaan bewegen. Van Arm naar Warm. Weg van een stad met zoveel arme, uitgesloten mensen. Naar een stad, waarin iedereen voelt en weet, dat zij of hij erbij hoort. Gewoon, omdat iedere Rotterdammer telt. Gewoon, omdat iedereen iets wil en kan. ‘Ik ben, omdat wij zijn’. Dat is pas stoer! Ik zou graag begin volgend jaar de aftrap nemen. De Pauluskerk kan dat niet op haar eentje. Doe mee, meld je aan. Samen worden we sterk.

Inmiddels beginnen de eerste mensen en instellingen zich te melden. Meedoen kan via: info@pauluskerkrotterdam.nl

Opa Geert

Zondagmorgen om kwart voor twee in de nacht wordt onze kleindochter geboren. De baby, moeder en vader maken het goed. Haar roepnaam luidt Isha. Het klinkt mooi, een beetje oosters en exotisch. Geen alledaagse naam. Al snel komt er via de familie-app een eerste foto. Mijn lief en ik zien een klein beetje van haar gezichtje, de rest is verborgen in doeken, muts en andersoortige te grote kledingstukken. Maar we weten het zeker: Isha is de mooiste baby op de wereld! We moeten wel even wachten tot één uur in de middag, dan mogen we deze mooiste baby van de wereld aanschouwen en hopelijk even vasthouden en knuffelen.

Dan eindelijk, ze is ruim 10 uur op de wereld, is het zover. Wel eist de kersverse vader dat we eerst onze handen wassen. Kennelijk zijn er strengere protocollen tijdens kraambezoek, dan bij de geboorte van onze kinderen. Natuurlijk volgen we braaf de bevelen van onze zoon op. Als ik Isha dan eindelijk voor het eerst in mijn armen heb, dan voelt dat zeer bijzonder. Ik houd mijn bloedeigen kleinkind vast. Ik mag haar grootvader zijn. Een nieuw kindje, zeer gewenst en oh zo welkom. Ze is heel klein en licht, en ze ziet er ongelooflijk onschuldig, hulpeloos en kwetsbaar uit. Op dat moment ervaar je het wonder van een nieuw leven, een nieuw mensje met alles erop en eraan. In een flits schiet het door je hoofd: ‘Laat haar alsjeblieft een mooi leven tegemoet gaan met veel liefdevolle mensen om haar heen, die ze kan vertrouwen en waar ze op kan bouwen.’ Even voel ik ook een lichte angst voor haar toekomst. Gaat ze zich staande houden in deze grote, vaak boze en onrustige wereld? Daar moet ik niet teveel aan denken, want dan wordt je al gauw een emotionele, zeurende, ouwe knar.

20171025_101345Opa en oma zijn! Weer breekt een nieuwe, wezenlijke fase in ons leven aan: ‘The life cycle completed’. Het versterkt je gevoel van zin geven. Letterlijk en figuurlijk geef je het leven door, eerst aan je kinderen en die weer aan hun kinderen. Het zal deze derde levensfase waarin ik als fulltimepensionado vertoef een nieuwe dimensie geven. Tegelijkertijd voelt opa zijn ook een beetje alsof je nu echt een stokoude man aan het worden bent. Het is de bekende discussie over leeftijd, voel je je zo oud als je biologische leeftijd is? Nou, ik ben dan wel 71 jaar, maar ik voel dat niet zo. Als ik naar een foto van een van mijn opa’s kijk, zie ik echt een oude man. Mijn opa heette Gerrit, dat komt van Gerardus. Ongetwijfeld ben ik naar hem vernoemd. Eerlijkheid gebied mij wel te zeggen dat mijn opa hier ongeveer 80 jaar oud is en dat scheelt natuurlijk wel een slok op een borrel. Een borrel, die hij overigens graag lustte. Dit alles zo overwegend denk ik, dat ik mijzelf maar ‘opa Geert’ laat noemen, dat klinkt iets minder oubollig dan alleen ‘opa’. Het slaat wellicht nergens op, maar toch. Het is natuurlijk afwachten of straks onze kleindochter dat gaat zeggen.

20171025_100941 (2)Dolgraag zou ik een foto van Isha willen laten zien. Maar anno 2017 moet ik voorzichtig zijn, want sociale media, zoals een blog, zijn zo openbaar, dat er helaas gemakkelijk aan de privacy schade toegebracht kan worden. Ter compensatie heb ik mijn eigen geboortekaartje uit 1946 nog eens tevoorschijn gehaald. Op de voorzijde staat een foto met mijn twee oudere broertjes en daarnaast de tekst: ‘Hein en Hans zijn erg blij, zij hebben er een broertje bij’. Aan de binnenzijde geven mijn paps en mams op een formele toon ‘met groote vreugde kennis van de geboorte van hun zoon’. Hoe simpel en lief kun je welkom geheten worden op deze wereld!

Raad-pensionado

In een serie blogs van maart, april en mei 2017 besteed ik uitgebreid aandacht aan de maatschappelijke inrichting van de derde levensfase. We zijn er met elkaar verantwoordelijk voor dat ouderen na hun pensioen nog steeds een inspirerende toekomst kunnen bewerkstelligen. Het klinkt wat zwart wit wellicht, maar op dit moment wordt van de pensionado maatschappelijk gezien van de ene dag op de andere eigenlijk niets meer verwacht. Er is geen kader zoals in de eerste levensfase (systemen rond opgroeien, opvoeding en onderwijs) en de tweede levensfase (systemen voor werken en sociaal-maatschappelijk ontplooien). Voor de derde levensfase is er nauwelijks iets, behalve het AOW/pensioensysteem en de zorg- en verpleegsystemen. Iemand gaat met pensioen en komt meteen in ouderenland terecht, een land waar je eindelijk mag gaan genieten van het leven. Je moet dan wel opschieten, want voor je het weet ben je te laat of word je krakkemikkig. Natuurlijk kun je wat zinvols of nuttigs doen, er is vrijwilligerswerk genoeg. Maar je kunt net zo gemakkelijk in een zwart gat terechtkomen. We zien helaas dat depressiviteit onder ouderen vaak voorkomt. Ik denk dat dit versterkt wordt door de maatschappelijke kijk op de derde levensfase. Ouderen worden niet of nauwelijks nog op hun specifieke kwaliteiten en competenties aangesproken, laat staan dat zij die zelf, of anderen, bewust inzetten en doorontwikkelen net zoals in eerdere levensfasen. De mainstream in de politiek-maatschappelijke discussie zoomt vooral in op afhankelijke, kwetsbare ouderen. We spreken over een enorme vergrijzingsgolf die de samenleving niet alleen veel hoofdbrekens kost, maar ook nog eens veel geld.

SAM_3786

Ik zou dit denken willen omdraaien. Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid worden we met grote groepen mensen tegelijk ouder en ouder. Over vijf jaar hebben we in Nederland maar liefst drie miljoen 65 plussers. We hebben er een hele nieuwe levensfase bij gekregen, die wel twintig jaar of meer kan duren. De grootste groep ouderen kan grotendeels zelf bepalen hoe zij die invult. Uiteraard mede afhankelijk van je (neuro)fysieke gesteldheid. Wil je overwinteren in Spanje, oppassen op je kleinkinderen, vrijwilligerswerk doen, betaald werk blijven doen, in je volkstuintje spitten, koffie drinken met je buren, een hobby uitoefenen, een cursus van ’t een of ander doen of achter de geraniums blijven zitten… het is je eigen keuze. Echter, als gerontoloog durf ik te zeggen dat je dat laatste (achter de  geraniums blijven zitten…) beter niet al te lang kan doen. Rust roest, zeker in deze fase van je leven. Deze levensfase vraagt een pro-actieve houding van de samenleving en de pensionado zelf.

Om niet in het zwarte gat terecht te komen, daag ik alle pensionado’s uit om zich te (blijven) richten op een actief leven. Uiteraard binnen je (on)mogelijkheden. Laat je nooit aanpraten dat je oud bent, zielig en afhankelijk. Laat je anderzijds ook geen Zwitserleven gevoel aanpraten. Je bent oud en wijs genoeg om te weten dat genieten niet vanzelf gaat. Ieder mens heeft inspiratie en uitdagingen nodig, pas dan kan hij zich blijven ontplooien zelfs tot op zeer hoge leeftijd. Wat je daar voor nodig hebt is je eigen ervaringskennis. Met goed ontwikkelde ervaringskennis kun je van grote waarde zijn, allereerst voor je zelf. Je maakt gemakkelijker zinnige keuzes, want met die ervaringskennis heb je een innerlijke kracht opgebouwd, die je in staat stelt zo lang mogelijk de eigen regie over je leven te voeren. Die eigen kracht helpt je daarnaast om je open te blijven stellen voor je directe omgeving en voor de samenleving, waardoor je maximaal actief kan blijven in sociale netwerken.

Zorg dat je gezien en gewaardeerd wordt bijvoorbeeld als een raad-pensionado, een ervaringswijze man of vrouw, die graag al die opgedane ervaringen wil delen met anderen. Normaliter is goede raad duur, maar met drie miljoen pensionado’s kun je stellen dat goede raad niet duur hoeft te zijn. Deze ligt namelijk voor het oprapen, mits je het als samenleving wilt zien en als raad-pensionado zelf wil uitdragen.