Het echte vakantiegevoel….

Vakantie vieren houdt gelukkig niet op als je eenmaal met pensioen gaat en alle tijd van de wereld hebt. Voor mijn vijftiende ken ik alleen de schoolreisjes met…. ‘We hebben een potje met vet…..’ en logeren bij een oom en tante. Dan volgen de kampeervakanties met vrienden ergens aan de Nederlandse en Belgische kust, zingend bij het kampvuur ‘There is a house in New Orleans…’. Zijn er eenmaal kinderen dan stem je je vakantie met elkaar vooral af op wat de kinderen leuk vinden: ‘Als zij het naar zin hebben, hebben wij dat ook!’.

Dan als de kinderen het huis uit zijn verandert langzamerhand de manier van vakantie vieren. Mijn lief en ik kiezen steeds vaker voor verre, avontuurlijke reizen. Inmiddels is een ‘echte’ vakantie voor ons zo’n drie weken reizen van plek naar plek, andere culturen en maatschappelijke verbanden meemaken en genieten van ontmoetingen met vreemden. We zijn ons bewust dat dit type vakantie een luxe keuze is.

Onze wat avontuurlijke vakantiereizen zijn vanwege corona een aantal jaren uit beeld geweest, tot afgelopen maand augustus. Bijna drie weken hebben we een rondreis gemaakt in de Baltische Staten. Drie landen die zich pas vanaf 1991 hebben kunnen bevrijden van de Russische overheersing en sindsdien deel uitmaken van Europa..

Het vakantiegevoel is gedurende deze rondreis helemaal als vanouds: met z’n tweeën, een klein beetje voorbereiding wat betreft de route en hotels en vervolgens op pad met Google Maps en op de e-reader de prachtige historische roman ‘Tussen Drie Plagen’ van de Estlandse schrijver Jaan Kross. We laten ons verrassen door al het moois in de oude hoofdsteden Riga, Talinn en Vilnius. Duidelijk voelbaar en zichtbaar is de enorme steun in die landen voor Oekraïne. Het meest nog in Litouwen waar op alle overheidsgebouwen en op de stadsbussen de Oekraïense vlag wappert.

Een beetje ‘avontuur’ hoort er ook bij: twee dagen vanwege de storm geen elektriciteit en water; op zoek met de auto naar een parkeerplek in Riga en dan terechtkomen in het voetgangersgebied van de oude stad, zo druk als de Lijnbaan in Rotterdam; aangehouden worden door de grenspolitie, die overigens zeer aardig blijkt te zijn.

We genieten met volle teugen en zeggen dat meerdere keren hardop tegen elkaar.

En dan terug op zondagmiddag als we van Schiphol de trein naar huis willen nemen, rennen ineens twee dolenthousiaste ‘OMA OPA OMA OPA roepende’ kleindochters op ons af en springen in onze armen. Tot onze grote verrassing rijdt onze zoon eerst naar Overschie waar onze dochter, schoondochters en kleinzoon op ons zitten te wachten. Een mooiere afsluiting van onze vakantie kunnen we ons niet wensen, zo met het hele gezin heerlijk in het zonnetje bijkletsen, lekker barbecueën en genieten van al het moois en liefs wat we met elkaar hebben.

Een jonge god voelen…

Steeds duidelijker speelt mijn sociale leven zich af tussen zeventig plussers. Mijn broers, zussen, schoonzussen en zwagers zijn bijna allemaal zeventig plus. Mijn vrienden netwerk is gevarieerder qua leeftijd, maar ook daar neemt de zeventig plusser een prominente plek in. Het is mooi dat je veel gemeenschappelijks kan delen met mensen van dezelfde generatie. Tegelijkertijd heb ik sterke behoefte aan contacten met jongere generaties. Ik moet daarvoor bewust op pad, behalve als het om mijn kinderen en kleinkinderen gaat. Intergenerationeel contact houdt mij jong van geest en geeft vaak frisse energie om het dagelijks leven de moeite waard te blijven vinden, ook al ga je fysiek achteruit.

Natuurlijk kun je ook van leeftijdsgenoten energie krijgen. Mijn oudste broer en schoonzus, die beiden volgend jaar 80 hopen te worden, zijn vorige week op de e-bike naar Rotterdam gefietst. Bepakt en bezakt vanuit Huissen fietsen zij jaarlijks in de zomer enkele weken door Nederland. Binnen hun eigen gezin en in onze familie wordt hun fietsvakantie als een grote prestatie gezien. Het laat zien hoe je op hoge leeftijd nog volop mee kan doen, niet alleen fysiek en mentaal, maar ook eigentijds. Mijn broer maakt zelfs tijdens deze vakanties een vlog-verslag en stuurt dat dagelijks via de app naar zijn eigen kinderen en kleinkinderen.

In mijn dromen wil ik mij nog wel eens een jonge god voelen. Maar de realiteit van deze zevenenzeventig jarige is dat ik elke dag met een stram lijf uit mijn bed stap en eerst moet beginnen met ochtendgymnastiek. Pas daarna start het ‘echte’ pensionado leven. Dat leven houdt in dagelijks zoeken naar activiteiten die voor mij persoonlijk leuk en betekenisvol zijn, zoals: klusjes doen op het gebied van communicatie binnen de VvE van ons appartementencomplex, de Huiskamer van de Wijk organiseren, lid zijn van de Past Rotarian club, een cursus Stoïcijnse Levenskunst volgen, afspreken met vrienden om over ‘van alles en nog wat’ te praten, een blog schrijven, met mijn lief mee op een wildplukwandeling in het kader van haar theeopleiding, oppassen op kleinkinderen, af en toe een paar dagen naar Langweer…… en zo nog heel veel meer. Elke keer als ik de dag goed gevuld krijg, voel ik mij een beetje een jonge god.

Mijn lief speelt een belangrijke rol bij het zoeken en vinden van activiteiten die inspireren en energie geven. Zij is qua karakter iets avontuurlijker en dynamischer dan ik. Het mooie is dat wij elkaar al vijftig jaar uitdagen om actief te blijven en geïnteresseerd in alles en iedereen.

En, eerlijk gezegd….. mijn lief is zeven jaar jonger, een betere aansporing om nog als een jonge god mee te willen blijven doen, is er toch niet?….

Spekkoper…

Deze maand vier ik mijn 77ste verjaardag. Het gekke is dat ik mij totaal niet zo oud voel, hoewel ik niet weet hoe oud ik mij dan wel zou voelen. Ik durf te zeggen dat je, als je zo’n hoogbejaarde leeftijd bereikt in goede gezondheid, jezelf spekkoper mag noemen.

Echter, zoals in het hele leven, is het niet allemaal hosanna. Meer dan me lief is, hoor ik regelmatig een stemmetje in mijn hoofd: ‘Wanneer word je krakkemikkig?’ en ‘Hoe lang heb je nog te leven?’ Dat stemmetje beïnvloedt op zo’n moment mijn geluksgevoel behoorlijk. Daar komt nog bij dat je moet oppassen niet ongelukkig te worden van alle ellende in de wereld die dagelijks over je uitgestort wordt.

Over het algemeen kan ik fysiek nog redelijk meedoen met van alles en nog wat…. Hoewel, op de grond rollebollen met mijn kleinkinderen of mijn schoenveters strikken vanuit staande positie, dat gaat me niet meer lukken. Dit type aftakeling neemt gestaag toe en daar baal ik behoorlijk van. Ik besef dat ik daar mee zal moeten dealen. Tegelijkertijd mag ik mij gelukkig prijzen dat mijn geest nog goed functioneert. Zolang dit het geval is, kan ik mijn mentale kracht en de daaraan gekoppelde ervaring gebruiken om een goede balans te vinden in mijn dagelijkse leventje.

Om die balans te bereiken focus ik mij steeds meer op mijn eigen individuele wereldje van gezin, familie en vrienden. Hier ervaar ik direct de zinvolheid van mijn leven. Lastiger is het contact met de grote wereld om mij heen. Eerlijk gezegd probeer ik deze op enige mentale afstand te zetten door minder intens de krant te lezen en minder naar praatprogramma’s op TV te kijken. Toch voel ik de dringende behoefte om er af en toe intens mee bezig te zijn, maar dan wel ergens in mijn persoonlijke sociale netwerk.

Daarin speelt een vriendengroepje dat we jaren geleden hebben ‘opgericht’ een bijzondere rol. Om de anderhalve maand komen we met z’n zessen bij elkaar. Dan eten en drinken we wat. Maar vooral praten we over wat ieder van ons persoonlijk raakt, zowel privé als de grote problemen om ons heen. De politieke discussies die we voeren, zijn vaak heftig en stevig. Het is verbazingwekkend hoe telkens weer deze ontmoetingen mij een enorme oppepper geven. Met zo’n vriendenkring voel ik mij extra spekkoper!

Op mijn a.s. 77ste verjaardag hoop ik daarom met mijn dierbaren te proosten: ‘Lang leve een sterke geest en een warm sociaal netwerk. Hoera, hoera, hoera!’