Dinsdagmorgen twee augustus om acht uur landen we op Schiphol. We zijn opgelucht dat het ons gelukt is snel vanuit Midden Siberië naar Nederland te komen. Maar de teleurstelling overheerst. Het is ongelooflijk balen. We maken vandaag geen kennis met het buitenleven van de Nomaden in Mongolië. We zullen niet in het Terelj National Park een rit te paard maken en een wandeling naar de Turtle Rock. Vanavond zullen we niet in een originele ger, een nomadentent, slapen met toilet van het type ‘gat in de grond’. Ook de reis later deze week naar Beijing en de Chinese Muur kunnen we op onze buik schrijven. De afgelopen nacht hebben we half slapend doorgebracht op het vliegveld van Moskou. Om half vier in de nacht zijn we ingecheckt. Dit gaat, zoals verwacht, met het nodige oponthoud gepaard. Een ‘laisser passer’ is bij bijna niemand bekend. Uiteindelijk lukt het en vertrekt om half zes een vol vliegtuig. Op Schiphol staan onze dochter en haar vriendin ons op te wachten. Bij een kop koffie en thee doen we ons verhaal en blazen we de eerste stoom af. Eenmaal thuis voelen we onze kater met de minuut grotere vormen aannemen. In een opwelling besluiten we zo snel mogelijk verder te gaan met onze vakantie, zij het in aangepaste vorm. We maken eerst alle papieren in orde voor de verzekering. We hebben duizenden euro’s onkosten gemaakt. Mijn creditcard is praktisch leeg. Meteen daarna boeken we via internet enkele hotelletjes in Limburg en België. De volgende ochtend stappen we al vroeg in de auto en gaan op weg naar het mooie Geul- en Maasdal. Die week eten en drinken we ons chagrijn weg in luxe restaurantjes. We fietsen wat door het Geuldal, lezen een boekje en gaan in Venray op bezoek bij mijn zus en zwager. Aan het eind van de week vieren we in Arnhem de 70ste verjaardag van mijn schoonzus. Links en rechts kletsen we nog wat na over de afgebroken reis. Dan, bij thuiskomst, ligt er een brief van de verzekering op de deurmat. Tot onze verbijstering staat daarin dat we slechts een klein gedeelte vergoed krijgen en dat we wel teleurgesteld zullen zijn. Nou, dank je de koekoek, het blijkt nog geen één vijfde van alle onkosten te zijn. Na de voorwaarden, inclusief de kleine lettertjes van de polissen nog eens nagelezen te hebben, ben ik vervolgens aan de telefoon gaan hangen. Opvallend is dat de telefonische medewerkers een hoge mate van empathie tonen, bij het overdrijven af. Maar elke keer word je aan het einde van het gesprek met het bekende ‘kluitje in het riet’ gestuurd. Bij het derde telefonische contact vraag ik – zo vriendelijk mogelijk  – om een medewerkster die geautoriseerd is om over deze onkostennota te oordelen. Tot mijn grote verassing blijkt de dame die ik aan de lijn heb, dat te zijn. In het half uurtje dat volgt, lopen we alle kostenposten door en telkens wordt vastgesteld of het bedrag klopt of niet. Op het eind van dit telefoongesprek krijg ik de toezegging dat alle onkosten die ik ingediend heb, vergoed worden, inclusief de niet genoten vakantiedagen. Ra, ra, hoe werkt dit? Wie het weet, mag het zeggen….. Tot ons grote genoegen krijgen we een week later ook nog geld retour van ons reisbureau, omdat zij tickets en afspraken hebben kunnen afzeggen. Vandaag, ruim een maand later en zeven blogs verder, heb ik de kater verwerkt. Zelfs is het niet ondenkbaar dat wij volgend jaar het vliegtuig naar Irkoetsk pakken om vandaar uit de reis naar Mongolië en China af te maken.