Overpeinzingen van een opa…

Het zal de trouwe bloglezer niet zijn ontgaan dat de kleinkinderen een steeds belangrijkere plek in mijn leven krijgen. Soms vraag ik mij in een melancholische bui wel eens af: ‘Zullen mijn kleinkinderen (2, 3 en 6 jaar) mij later kunnen herinneren, als ik er nu niet meer zou zijn?’

Mijn eigen, concrete herinneringen aan de opa’s en oma’s heb ik pas vanaf mijn zesde jaar. Aan opa Beke heb ik geen enkele herinnering, hij overlijdt als ik drie ben. Opa Oostendorp heeft tien jaar bij ons in huis gewoond, na het overlijden van oma, als ik elf ben. Ik ben naar hem vernoemd en heb de laatste jaren van zijn leven veel zorgend contact met hem. Bij de beide oma’s ga ik vaak op bezoek al dan niet met mijn broertjes en zusjes. Het zijn korte bezoekjes meestal op zaterdagmiddag. Vanzelfsprekend wordt van ons verwacht dat wij ons netjes en vooral rustig gedragen. Eerlijk gezegd is het altijd leuk. Het zijn lieve oma’s en we worden heerlijk verwend. Een hele dag of een nachtje slapen is er echter niet bij.

Nu we zelf grootouders zijn, doen we ons best een warme band op te bouwen met onze kleinkinderen. De manier waarop wij dat doen heeft andere accenten dan vroeger. Al vanaf het begin worden wij bij de dagelijkse groeistapjes betrokken, zowel life als via appjes met veel foto’s en filmpjes. Als ze ietsjes groter zijn, komen zij bij ons spelen, vaak een hele dag. En het summum is een nachtje slapen.

Ons pensionado leventje krijgt er letterlijk en figuurlijk een dimensie bij. Het appartement komt vol te staan met een speelkeukentje, loopwagen, bakken met lego, kinderstoel, bedje enz.. Met de tekeningen die zij maken voor oma en opa, kunnen we na zes jaar de hele logeerkamer behangen. Erg leuk is het om je kleinkind op te halen van de kinderopvang of mee te gaan naar de basisschool voor de jaarlijkse inloopmorgen voor oma’s en opa’s. Je merkt dat je helemaal deel uitmaakt van hun leventje.

Wat ik zelf heb ervaren bij mijn grootouders, zie ik nu bij onze kleinkinderen. Oma wordt iets meer ‘gezocht’ dan opa, vooral door de allerkleinsten. Ik vind dat heerlijk om te zien en voel mij niet tekort gedaan. Hoe groter ze worden, hoe meer ze ook aan opa gehecht raken en dat is wederzijds. Ik wens dan ook dat ik ze nog heel veel jaren mee mag maken.

Kort geleden overlijdt een 93-jarig oom van mijn lief. Als ik zo oud mag worden, dan is Lio 18, Nila 19 en Isha 22 jaar. Hoe ziet onze persoonlijke band er dan uit? Welke rol vervul ik dan? Kan ik nog wat voor ze betekenen? En vooral: zijn ze gelukkig en hoe houden zij zich staande in de wereld?

Ach ja, dat zijn zo van die overpeinzingen van een opa aan het begin van het nieuwe jaar 2024……

Op een goede manier 100 jaar worden…..

Stel je voor een levensverwachting tot 100 jaar! Mijn kleinkinderen hebben daar grote kans op. Vijftig procent van de huidige vijfjarigen in de VS heeft een levensverwachting van 100 jaar (Stanford University). In Nederland zal het niet veel anders zijn, vermoed ik. Als opa denk ik meteen: Hoe worden onze kleinkinderen op een goede en zinvolle manier 100 jaar?

Als ik kijk naar de huidige traditionele routekaart van opgroeien, werken en pensioen, denk ik dat deze niet meer toereikend zal zijn. Hoe betalen we dertig jaar lang pensioen voor miljoenen niet werkende medeburgers? En ook, hoe ontwikkelt zich de kwaliteit van leven van deze alsmaar ouder wordende mens? Onze kleinkinderen zullen behoefte hebben aan een levensloop, die gefaciliteerd wordt door grote flexibiliteit op educatief, sociaal, cultureel en financieel gebied.

Het begint met het principe dat iedere burger de kans krijgt om zich blijvend te kunnen ontplooien, ook op z’n 40e, 60e, 70e en 90e levensjaar. Dat kan financieel als iedereen een life long learning budget mee krijgt, dat ingezet wordt wanneer men maar wil. Daarnaast is het nodig meer intergenerationeel naar arbeid en samenleven te kijken: hoe kunnen we jong en oud gezamenlijk inzetten en zo meerwaarde bewerkstelligen in werkprocessen en tegelijkertijd iedereen gemotiveerd en actief houden? En tenslotte zal ieder voor zich kunnen bepalen wanneer gedeeltelijk of helemaal gestopt wordt met betaald werken. Uiteraard zullen daarvoor creatieve financiële (pensioen)constructies bedacht worden.

Kijkend naar mijn eigen levensloop verloopt deze al enigszins flexibel. Zo heb ik rond mijn vijftigste naast mijn werk de studie gerontologie gedaan. Daarna ben ik een eigen onderzoeks- en adviesbureau gestart. Dankzij de mogelijkheid een klein deel van mijn pensioen eerder in te zetten en minder uren te werken, heb ik met plezier langer kunnen doorwerken dan mijn pensioengerechtigde leeftijd. Zo langzaam afbouwen maakt de overgang naar andere activiteiten dan (betaald) werken stukken soepeler. Voor mij is het nu als fulltime pensionado belangrijk dat ik qua activiteiten het gevoel heb er maatschappelijk nog helemaal bij te horen.

De komende periode zal echter mijn gezondheid een belangrijke factor van welbevinden zijn. Zeker bij ouder worden blijft er grote kans op fysieke en psychische gebreken en/of achteruitgang. Voor onze kleinkinderen is er qua gezondheid meer hoop. In de nabije toekomst zullen ernstige ziektes als kanker en alzheimer vroegtijdig worden opgespoord. Preventie, genezing en verbetering hebben dan grotere kans van slagen. In dat perspectief ziet de toekomst voor mijn kleinkinderen om goed 100 jaar te worden er hoopvol uit.

Voor nu, december 2023, wens ik speciaal mijn kleinkinderen een fijn, gezond en gelukkig leven….. En wie weet lezen zij straks als ze volwassen zijn dit blog van hun opa en zullen zij daarvan extra energie en inspiratie krijgen voor hun verdere levensloop……….

Eigenlijk wens ik dat al mijn dierbaren en mijn lezers!!!

Wegdromen……

Op een feestje van een vriendin ontmoet ik een kennis van vroeger die een foto uit 1974 laat zien waar ik op sta met biertje en sigaretje in mijn hand. Wat mij opvalt is de introverte blik in mijn ogen. Het lijkt alsof ik sta te dromen…..

1970 – 1974

Je zou het niet zeggen, maar de wilde jaren zeventig begin ik zo’n beetje achter mij te laten. Ik ben onderwijzer in Arnhem. In de weekenden treed ik regelmatig op als discjockey in Wampie Huissen. Dan kom ik tijdens carnaval 1972 ‘mijn mooiste meisje van de klas’ tegen en raak ik tot over mijn oren verliefd op haar. Ik moet geduld hebben, want zij gaat eerst een half jaar naar Parijs als au pair. Gelukkig mag ik af en toe naar Parijs komen, zodat de beginnende relatie kan groeien. In 1974 trouwen wij, hetzelfde jaar van de foto, drie maanden eerder. We kopen ons eerste huis in Renkum. Mijn lief is haar studie onderwijskunde in Nijmegen gestart en ik krijg een baan als hoofd van een basisschool in Wageningen.

1981 – 1983

Al gauw krijgen wij de kriebels. Wat mijzelf betreft heb ik een ontzettend leuke baan, maar wil ik dit doen tot mijn pensioen? Samen besluiten we te kijken wat willen we dan? Ik solliciteer spontaan op een projectbaan als ‘directeur van de Nederlandse School in Nairobi, Kenya’. Tot mijn grote verrassing word ik uit meer dan honderd sollicitanten gekozen. Juli 1981 vertrekken we voor twee jaar naar Afrika. Mijn lief doet er allerlei vrijwilligerswerk en schrijft daar haar afstudeer scriptie. Het is een van de boeiendste perioden uit ons leven.

2023…..

Aan de hand van de foto denk ik terug aan die jaren. Je bent volop bezig je (volwassen) leven vorm te geven. Mijn lief en ik dagen elkaar uit om bijzondere keuzes te maken. Werkeloos teruggekeerd uit Afrika zoeken we allebei een baan ergens in Nederland. Het wordt Rotterdam waar we ons al snel thuis voelen. Onze dochter wordt er geboren en twee jaar later onze zoon. Qua werk en carrière komen we beiden volop aan onze trekken. Weer heel veel jaren later worden onze drie kleinkinderen geboren. Natuurlijk zijn er ups en downs, voor- en tegenslagen, maar uiteindelijk verloopt deze tweede levensfase meer dan goed.

Zo wegdromend realiseer ik mij dat mijn leven gevoed is en nog steeds wordt uit twee bronnen. Allereerst het warme nest waarin ik in 1946 geboren ben en vervolgens ben opgegroeid. Van daaruit heb ik mij kunnen ontwikkelen en ben ik in mijn leven allerlei mensen op de juiste plaats en op het juiste moment tegengekomen.

De tweede bron is mijn lief. Al ruim 50 jaar delen wij lief en leed. Zij is mijn rots in de branding en ik ben dat voor haar. We gaan lekker door, vol energie en vertrouwen in de toekomst.