Wegdromen……

Op een feestje van een vriendin ontmoet ik een kennis van vroeger die een foto uit 1974 laat zien waar ik op sta met biertje en sigaretje in mijn hand. Wat mij opvalt is de introverte blik in mijn ogen. Het lijkt alsof ik sta te dromen…..

1970 – 1974

Je zou het niet zeggen, maar de wilde jaren zeventig begin ik zo’n beetje achter mij te laten. Ik ben onderwijzer in Arnhem. In de weekenden treed ik regelmatig op als discjockey in Wampie Huissen. Dan kom ik tijdens carnaval 1972 ‘mijn mooiste meisje van de klas’ tegen en raak ik tot over mijn oren verliefd op haar. Ik moet geduld hebben, want zij gaat eerst een half jaar naar Parijs als au pair. Gelukkig mag ik af en toe naar Parijs komen, zodat de beginnende relatie kan groeien. In 1974 trouwen wij, hetzelfde jaar van de foto, drie maanden eerder. We kopen ons eerste huis in Renkum. Mijn lief is haar studie onderwijskunde in Nijmegen gestart en ik krijg een baan als hoofd van een basisschool in Wageningen.

1981 – 1983

Al gauw krijgen wij de kriebels. Wat mijzelf betreft heb ik een ontzettend leuke baan, maar wil ik dit doen tot mijn pensioen? Samen besluiten we te kijken wat willen we dan? Ik solliciteer spontaan op een projectbaan als ‘directeur van de Nederlandse School in Nairobi, Kenya’. Tot mijn grote verrassing word ik uit meer dan honderd sollicitanten gekozen. Juli 1981 vertrekken we voor twee jaar naar Afrika. Mijn lief doet er allerlei vrijwilligerswerk en schrijft daar haar afstudeer scriptie. Het is een van de boeiendste perioden uit ons leven.

2023…..

Aan de hand van de foto denk ik terug aan die jaren. Je bent volop bezig je (volwassen) leven vorm te geven. Mijn lief en ik dagen elkaar uit om bijzondere keuzes te maken. Werkeloos teruggekeerd uit Afrika zoeken we allebei een baan ergens in Nederland. Het wordt Rotterdam waar we ons al snel thuis voelen. Onze dochter wordt er geboren en twee jaar later onze zoon. Qua werk en carrière komen we beiden volop aan onze trekken. Weer heel veel jaren later worden onze drie kleinkinderen geboren. Natuurlijk zijn er ups en downs, voor- en tegenslagen, maar uiteindelijk verloopt deze tweede levensfase meer dan goed.

Zo wegdromend realiseer ik mij dat mijn leven gevoed is en nog steeds wordt uit twee bronnen. Allereerst het warme nest waarin ik in 1946 geboren ben en vervolgens ben opgegroeid. Van daaruit heb ik mij kunnen ontwikkelen en ben ik in mijn leven allerlei mensen op de juiste plaats en op het juiste moment tegengekomen.

De tweede bron is mijn lief. Al ruim 50 jaar delen wij lief en leed. Zij is mijn rots in de branding en ik ben dat voor haar. We gaan lekker door, vol energie en vertrouwen in de toekomst.

‘Keep on trying, God will bless you!’

Bijna vijftig jaar gaan mijn lief en ik samen door het leven. We zijn er trots op hoe we het tot nu toe hebben gedaan. We genieten al een aantal jaren van ons pensioen en vanaf het begin daarvan komt de focus meer en meer te liggen op onze familie en ons gezin. We volgen met warme belangstelling het leven van onze volwassen (schoon)kinderen. Voorzichtig geven we nog wel eens een goede, ouderlijke raad. We passen regelmatig op de kleinkinderen, waarmee we als oma en opa een warm en liefdevol contact opbouwen. En we praten met elkaar over hoe onze kleinkinderen zich ontwikkelen en hoe zij zich straks in de wereld zullen manifesteren.

Ik denk daarbij vaak terug aan Kenya waar mijn lief en ik twee jaar gewoond hebben. We zijn dan zeven jaar getrouwd en hebben bewust nog geen kinderen. In onze contacten met Keniaanse vrienden is dit al snel een onderwerp van gesprek. Zij begrijpen daar eigenlijk niets van en vervolgens eindigen deze gesprekken altijd met het advies ‘Keep on trying, God will bless you!’ Deze reactie is vrij logisch. Het leven in Afrika speelt zich vooral af in familie- en stamverband. Kinderen krijgen is volkomen vanzelfsprekend, je geeft het leven letterlijk door. Zo gauw kinderen kunnen bijdragen aan het dagelijks leven, zoals op een stukje land voedsel kweken, dagelijks water halen uit de put, oppassen op hun kleinere broertjes en zusjes, worden zij daarvoor ingezet. Kinderen vervullen vaak de rol van mantelzorger en trekken dan in bij hun oma en/of opa om hen te helpen met de dagelijkse bezigheden. Het leven wordt hier heel intens vanaf het begin tot het einde geleefd samen met verschillende generaties én verschillende families.

Mijn lief en ik zijn opgegroeid in een naoorlogs gezin in een tijd van toenemende individualisering en stijgende welvaart. Wij groeien in de jaren 50-60 van de vorige eeuw als kind spelend en studerend zodanig op, dat wij zo zelfstandig mogelijk de ‘grote’ mensenwereld in kunnen stappen. Daar komen wij elkaar toevallig in de jaren 70 tegen en worden we verliefd. We beslissen in de jaren 80 samen dat we graag twee kinderen op de wereld willen zetten. Het worden een meisje en een jongen. Ook zij groeien net als wij op als spelende en studerende kinderen, die vervolgens verliefd worden en wensen dat er kinderen geboren worden: twee meisjes ( 3 en 6 jaar) en 1 jongen (bijna 2 jaar). En dan nu, voor we het goed en wel beseffen, zijn mijn lief en ik het middelpunt geworden van een heuse familie bestaande uit verschillende generaties.

Voor mij persoonlijk voelt het alsof ik daardoor dichter bij de levensbron ben gekomen. Dat wil overigens niet zeggen dat ik meer van het leven begrijp dan voorheen. Wat ik wel kan zeggen is dat het goed en echt voelt, en dus gelukkig…

Zin in het leven

Ik denk veel na over mijn verleden, over hoe mijn nabije toekomst er uit gaat zien en vooral hoe ik elke dag zo prettig mogelijk en zinvol bezig kan zijn. Steeds belangrijker voor mijn leven is dat het plaatsvindt in overeenstemming met mijn innerlijke natuur.

Mijn valkuil is teveel piekeren en dat levert vooral gedachten op waar je beslist niet vrolijk van wordt. Ik probeer mij niet zoveel zorgen te maken over de mogelijke fysieke en psychische aftakeling of wat daarna komt. Op zulke piekermomenten realiseer ik mij: ‘De mens lijdt het meest van het lijden dat hij vreest’. Uit ervaring weet ik dat er veel zaken zijn waar ik niets (meer) aan kan doen, dus probeer ik juist te denken waar ik wel wat aan kan doen. Dat levert positieve gedachten en energie op.

Denkend aan mijn verleden (waar ik niets meer aan kan veranderen) kan ik in deze fase van mijn leven zeggen dat er sprake is van een dankbaar gevoel. Zowel privé als in werk zijn er in al die jaren regelmatig hoogte- en dieptepunten geweest. Aan de hoogtepunten kan ik met veel geluksgevoel terugdenken. Is er sprake van teleurstellingen en moeilijke tijden, dan denk ik vooral hoe ik daar mee omgegaan ben en wat ik er van geleerd heb. Zo omgaan met mijn verleden helpt enorm mijn huidige dagelijks leventje als prettig en gelukkig te ervaren.

Voor het nu wil ik de match met mijn innerlijke natuur verdiepen. Met mijn lief en mij gaat het goed, met de kinderen en kleinkinderen ook. Bijna organisch wordt mijn leefwereld kleiner. Er ontstaat nog meer gerichtheid op het gezin, de familie, de vrienden. Hier kan ik maximaal zin in het leven ervaren. In mijn lijf neemt de behoefte aan intimiteit toe. Emotioneel gebeurt er veel. De tranen komen sneller naar boven, behoefte aan liefkozing en tederheid nemen toe. Gevoelens als genegenheid en geborgenheid worden belangrijker dan ooit. In mijn contacten met anderen zoek ik vooral wederkerigheid, wederzijds vertrouwen en gelijkwaardigheid, zodat ik maximaal mijzelf kan zijn.

Wat de grote leefwereld om mij heen aan gaat, zal ik moeten accepteren dat het moeilijk blijft mij daarmee op een goede manier te verhouden. Wellicht is het in deze fase van mijn leven een overlevingsstrategie deze wereld op zo’n afstand te zetten, dat er voldoende ruimte overblijft in mijn hoofd voor een fijne oude dag met vooral nog veel zin in het leven.